Shortlist Gouden Strop

Een zomer zonder slaap staat op de shortlist van de Gouden Strop.
De vier andere kanshebbers voor de belangrijkste prijs voor het spannende boek in de Lage Landen zijn:

Derwent Christmas met Volmaakte verdwijning
Nellie Mandel met Blauwe sneeuw
Charles den Tex met De vriend
Peter de Zwaan met De vuurwerkramp van Harmen Saliger 

De prijs wordt uitgereikt op de Avond van het Spannende Boek, 31 mei in Amsterdam.

Meer informatie:
www.degoudenstrop.nl
www.maandvanhetspannendeboek.nl 


De minzame moordenaar voor 3,95 euro

Zopas verscheen een volledig herziene editie van De minzame moordenaar, het boek waarmee ik in 2010 de Gouden Strop en de Schaduwprijs won. Enkele feitelijke fouten zijn verbeterd en ook stilistisch is het nog wat bijgewerkt. De nieuwe editie kost amper 3,95 euro!

Je kan hem krijgen in de gewone boekhandel, of online, bijvoorbeeld hier (bol.com) of hier (proxisazur.be)


Hoe zonk de Titanic nu eigenlijk echt?

‘Eindelijk is duidelijk hoe de Titanic gezonken is.’
Die uitspraak hoorde ik gisteren twee keer. En hij liet me in verwarring achter.

De afsluitende commentaar in de twee reportages over de ramp met de Titanic was identiek: jarenlang onderzoek had ontegensprekelijk aan het licht gebracht hoe het onzinkbare schip gezonken was. Duikteams waren naar het wrak afgedaald en een groep wetenschappers had zich gebogen over bouwplannen, foto’s, getuigenissen, resten van het wrak, schaalmodellen… Minutieus hadden ze uitgeplozen op welke manier het schip naar de bodem zonk.

De twee reportages waren zeer geloofwaardig, maar de conclusies stonden lijnrecht tegenover elkaar.  Niets duidelijkheid.

Toen het wrak van het schip werd gevonden, bleek dat het in twee stukken brak alvorens het zonk. Hóe de Titanic in twee brak, is de kern van de tegengestelde theorieën.

Op National Geographic kreeg James Cameron twee uur de tijd om te bewijzen dat het schip brak zoals wij het allemaal kennen uit zijn beroemde film: terwijl de boeg vol water loopt, komt de achtersteven omhoog. Door de zwaartekracht scheurt het schip van boven naar beneden open. De achtersteven valt met een klap terug in het water. De boeg zinkt, sleurt nog even het achterste gedeelte mee, dat rechtop komt te staan, waarna het zinkt. Het is mooi te zien in deze animatie:

Eerlijk gezegd, nadat ik de reportage zag, kon ik moeilijk anders geloven dan dat het zo gebeurd was.

Tot de reportage op Canvas werd getoond. Daarin gingen de onderzoekers ervan uit dat de breuk niet bovenaan het schip was gestart, maar onderaan. Het leverde een veel minder spectaculair beeld op, maar wel eentje dat klopte met de getuigenissen van overlevenden. Omdat de breuk zich voordeed onder water, konden de passagiers de breuk niet zien. Enkel voelen en horen. Daarom dachten veel overlevenden dat het schip in één stuk naar de bodem van de oceaan zonk.

De tekening hierboven is gemaakt op het de Carpathia, het schip dat overlevenden uit de reddingssloepen oppikte. Volgens passagier Jack Thayer zonk de Titanic op deze manier. Dat in zijn versie de boeg nog eens naar boven komt, zou er ook op wijzen dat de breuk zich onder water voordeed.

Een voorbeeld van deze theorie is te zien in de afbeelding, en in het filmpje hieronder (het filmpje uit de reportage vond ik niet terug):

Meer uitleg over deze minder spectaculaire, maar geloofwaardige versie van de feiten, vind je hier en hier.

Eerst was ik overtuigd: Cameron had gelijk. Maar nu geloof ik steeds meer in de tweede versie. Hoe komt het anders dat er geen overlevenden over het spectaculaire breken van het schip hebben getuigd? Of over de enorme golf die de passagiers en de nabijgelegen reddingssloepen had moeten overspoelen toen de achtersteven terug in het water viel?

Het mysterie blijft.


Feiten, fouten en fictie

Honderd jaar geleden botste de Titanic op een ijsberg. Het drama dat daarop volgde, boeit ons tot vandaag. Voor mijn twaalfde verjaardag kreeg ik het boek Titanic van Edward P. de Groot, en nog altijd ontlokken de foto’s van uitgelaten eerste klassepassagiers, kuierend op het dek, me een koude rilling. Het zinken van het schip op het einde van de film Titanic van James Cameron blijft voor mij een van de meest beklijvende filmfragmenten ooit.

Vandaag start een vierdelige minireeks op Eén. Al meteen krijgt die serie kritiek. Er zouden nogal wat fouten in te zien zijn. Zoals: op de dansvloer van de eerste klasse wordt een wals ingezet. Onmogelijk, klinkt de kritiek, in die tijd walste men niet op een schip. Of: een hoge officier vraagt een vrouwelijke passagier ten dans. Er helemaal naast, zeggen de kenners, daarmee zou de man de etiquette en het protocol zwaar geschonden hebben. (Bron: De Standaard)

Nu, de ene fout is de andere niet. Kort na de publicatie van De minzame moordenaar werd ik door alerte lezers op enkele pertinente fouten gewezen: het bevolkingsaantal van Ieper was minstens 10.000 inwoners te laag geschat, de naam van de school in de Rijselsestraat was verkeerd, en in een Toyota Avensis zit geen driecilindermotor. Bij elke melding sloeg ik me tegen het voorhoofd: deze fouten had ik gemakkelijk kunnen vermijden met een beetje research. Ze wezen op mijn slordigheid en verstoorden het leesplezier van de lezers. In een nieuwe, herwerkte versie van De minzame moordenaar, die binnenkort verschijnt, heb ik al deze fouten eruit gehaald. Hoop ik.

Een paar andere fouten heb ik echter bewust laten staan. Want research is ook niet alles. Zo vertelde de gerechtelijke politie me dat speurders nooit ter plaatse naar een lijk gaan kijken. Een commissaris die zich over het lijk buigt en eens zuchtend in zijn baard wrijft, terwijl zijn hulpje bijna moet overgeven bij het zien van zoveel bloed? Dat gebeurt niet in real life. Om de sporen op de plaats van de misdaad te vrijwaren komt alleen het labo ter plaatse en wordt alles gefilmd voor de speurders. Na dat gesprek mocht ik het eerste hoofdstuk van De minzame moordenaar in de vuilnisbak gooien. Daarin staat de politieman-moordenaar met zijn teamchef naast het lijk van zijn laatste slachtoffer. Ik besliste echter om de research terzijde te schuiven en mijn dichterlijke vrijheid te benutten. De scène was te mooi om op te geven. Het hoofdstuk zou alle kracht verliezen als ik het omgevormd had tot een feitelijk juiste videoconferentie. Dus bleef het erin.

Het zou mij niet verbazen als de scenarist van de Titanic-serie op dezelfde manier redeneerde. Oké, er werd niet gewalst op de Titanic, maar hoe komt een belangrijke officier dan in contact met een passagiere uit eerste klasse? Door de research overboord te gooien. Soms mag je de realiteit al eens geweld aandoen.

Zolang die boot maar vier schouwen heeft. En de kapitein een witte baard.


‘Een zomer zonder slaap’ op longlist De Gouden Strop

‘Een zomer zonder slaap’ staat op de longlist voor De Gouden Strop 2012.

De volledige lijst, in alfabetische volgorde:

Pieter Aspe – Solo (Manteau)

Derwent Christmas – Volmaakte verdwijning (Nieuw Amsterdam)

Toni Coppers – Iris was haar naam (Manteau)

Bram Dehouck – Een zomer zonder slaap (De Geus)

Ruben van Dijk – Wild water (A.W. Bruna)

Nellie Mandel – Blauwe sneeuw (Manteau)

Griselda Molemans – Oog van de naald (Mistral)

Gaea Schoeters – Diggers (Manteau)

Charles den Tex – De vriend (De Geus)

Peter de Zwaan – De vuurwerkramp van Harmen Saliger (Cargo)

De shortlist wordt bekend gemaakt in de laatste week van april. Nog eventjes nagelbijtend wachten, dus.


Een gat, en het einde van een held

Ik heb in mijn leven één held gekend: MacGyver.

Onlangs is hij van zijn voetstuk gevallen. Genadeloos.

In ‘De Laatste Show’ dan nog, de talkshow waarin acteur Adriaan Van den Hoof MacGyvers truukjes nabootst. Al sinds mijn tien jaar heb ik altijd een zwarte Victorinox bij, geïnspireerd door mijn jeugdheld die steeds met huis-, tuin- en keukenspullen én zijn Zwitsers zakmes aan zijn belagers wist te ontkomen.

Van den Hoof toonde de volgende scène: MacGyver is opgesloten in een duister buitenland. Hij gebruikt een landkaart (!) om de sleutel van zijn cel te bemachtigen, om de aandacht af te leiden, om een bewaker knock-out te slaan, om van een zandduin af te glijden. Waw!

Dan wacht een heteluchtballon hem op. Een achtervolger schiet. De kogel mist MacGyver maar doorboort de ballon. Met gevaar voor eigen leven klimt MacGyver uit de mand. Kilometers hoog boven begane grond kleeft hij de landkaart op het kogelgat.

Zo’n tien jaar geleden zat ik ook in een luchtballon met een gat. De ballonvaart kreeg ik cadeau als dank voor mijn inzet voor een goed doel. Niet meteen een geschenk – ik krijg al hoogtevrees op een trapladdertje – maar zo’n vriendelijke geste kon ik niet weigeren.

Toen ik aankwam op de weide waarvan we zouden vertrekken – helaas net niet te laat – was de ballon al grotendeels opgeblazen. Ik zag hem meteen. Je kon er niet naast kijken. De scheur aan de onderkant van de ballon. Minstens een meter lang.

‘Er zit een scheur in de ballon’, zei ik, in de verwachting dat men het ding zou opkramen en de vlucht zou afblazen. Het tegendeel gebeurde. Het zeil zwol verder, de gasbranders spuwden vuur, en voor ik nog iets kon uitbrengen werd ik door een vrolijke menigte de mand ingeduwd en ging ik met zeven medeslachtoffers en een gek die de gasbranders bediende de lucht in.

Terwijl de bewoonde wereld kleiner werd, werd de scheur groter. Hij was nu al twee meter lang. Nee, drie. Toen scheurde het zeil tot boven open, en de hete lucht mengde zich met onze ijselijke kreten. We tolden naar beneden, de mand als een flapperend vod boven ons.

De zwaartekracht boorde ons een meter de grond in. Enkel via dna dat men van tussen de koeiendrek peuterde en stukjes gebit die werden voorgelegd aan onze tandartsen waren wij nog te identificeren. Het enige aandenken voor onze treurende moeders waren de grofkorrelige pasfoto’s in de sensatiekranten van de dag nadien.

Zo ging het niet.

Zo wel: de gek joeg nog meer gas door de branders, de ballon ging nog hoger de lucht in. De scheur bleef de hele vlucht even groot. Ik negeerde de oohs en de aahs van mijn medepassagiers, ik hield de scheur in de gaten. Terwijl de anderen straten, gehuchten, dorpen en steden herkenden – een enkeling wees kijk kijk kijk! naar zijn eigen huis, staarde ik naar de flapperende stof, hopend dat het gas snel op zou zijn, zodat we niet nóg hoger konden.

Met opeengeklemde kaken kweet ik mij van mijn taak. Ook toen de luchtballon daalde. Ook toen de gek zei: ‘We gaan landen, houd jullie vast!’ Pas toen ik de vlekken op een koe kon tellen, dacht ik: we overleven het.

Eenmaal geland praatte ik mee met de medepassagiers, al had ik geen schattig kronkelend waterloopje of miniatuurboomgaardje gezien. Elke vezel van de scheur, dat wel. En ik wilde er het fijne van weten.

‘Er zat een scheur in de ballon’, fluisterde ik de luchtvaarder in het oor, die ik eenmaal veilig op de grond niet meer voor een gek aanzag.
‘Oh’, zei de man, ‘die scheur stelt niets voor. Heb je gezien hoe groot die ballon is? Die heeft geen last van zo’n scheurtje!’
Hij lachte smakelijk.

Op een kogelgat in een luchtballon hoef je helemaal geen landkaart te kleven. Dat had MacGyver de superspion wel mogen weten.

MacGyver is geen held.

Luchtvaarders, dàt zijn helden.


Liever Scam dan Sabam

Auteursrechtenvereniging Sabam wil voortaan auteursrechten innen van bibliotheken die voorleesuurtjes organiseren. Het beeld was snel gevormd in de media: een groep kindjes dat met grote ogen luistert naar een sprookje, tot plots een boze meneer de boel komt stilleggen omdat er geen auteursrecht is betaald. Deze Ebenezer Scrooge schudt de kindertjes aan hun voetjes dooreen tot hun spaargeld op de grond klettert… Hoewel Sabam op haar site de berichtgeving afdoet als een flater, is het beeld nog maar eens bevestigd van een vereniging die zich al jaren gedraagt als een gevoelloze geldwolf.

Ongeveer een jaar nadat mijn eerste thriller verscheen, kreeg ik de ingeving om mij aan te sluiten bij een auteursrechtenvereniging. We kennen dit soort verenigingen – Sabam is de bekendste in België – vooral van auteursrechten op muziek, maar ze vergoeden ook de rechten van auteurs, zoals het reprografierecht (een vergoeding als boeken worden gekopieerd) en het leenrecht (een vergoeding voor boeken die in de bib worden ontleend).

Een korte zoektocht op internet leerde me dat er in België twee verenigingen actief zijn: Sabam en Scam. Voor Sabam voelde ik weinig, ik kende enkel hun negatieve imago: ze voeren een heksenjacht op iedereen die muziek draait. Winkeliers, jeugdverenigingen, sportclubs … op een bepaald moment krijgen ze allemaal een zure inspecteur van Sabam over de vloer. De inningsdrift van Sabam is ondertussen legendarisch: ook taxichauffeurs, quizzers en truckers werden al geviseerd. Artsen durven de radio niet meer opzetten in de wachtkamer, en in een kindercrèche moet je het ook niet wagen zomaar een kinderliedje te gaan zingen.

Maar van de naam Scam werd ik ook niet meteen wild. Scam, dat is toch het woord voor internetoplichting waarbij fraudeurs je onder valse voorwendselen een som geld proberen afhandig te maken?

Dus besliste ik een mail te sturen naar allebei. De vereniging die me het snelst en het sympathiekst behandelde, daar werd ik lid van. Na een maand kreeg ik een stijve mail terug van Sabam, vol ‘voorwaarden waaraan voldaan moest worden’ en ‘formulieren die ingevuld moesten worden’. Het leek wel alsof ze het helemaal niet zo fijn vonden dat ik bij hen wilde aansluiten.

Geen probleem, hoor. Ondertussen was ik al lang aangesloten bij Scam, dat me al na twee dagen een vriendelijk mailtje terug stuurde. Mijn vragen en bedenkingen werden duidelijk en bondig beantwoord, en binnen de kortste keren was alles in orde. Scam werkt ondertussen aan een vereniging specifiek voor auteurs onder de naam deAuteurs, dus ik zit zeker goed.

Het is belangrijk dat het auteursrecht beschermd wordt, alleen wordt het ranzig als dat gebeurt zonder enige maatschappelijke voeling, en als steeds meer het beangstigende gevoel opduikt dat een vereniging niet zozeer geïnteresseerd is in de bescherming van een recht, maar vooral om zoveel mogelijk geld te innen, meedogenloos.

Helemaal met de billen bloot ging Sabam toen het televisieprogramma Basta enkele onbestaande artiesten liet optreden en er toch auteursrechten voor moest betalen. Het onderstaande filmpje toont aan dat Sabam geen sikkepit humor heeft en geen greintje relativeringsvermogen kent. Pijnlijk…

Aanvulling 15 maart:
Hieronder het antwoord van Scam op de controverse over auteursrechten en bibliotheken.

Auteursrechten en openbare bibliotheken
Digitalisering, billijke vergoeding van de auteurs, toekomst van de openbare bibliotheken: tijd voor dialoog in plaats van controverse

De Federale Regering zal binnenkort beslissen over een nieuw koninklijk besluit over de leenrechtvergoeding van auteurs en uitgevers; deze herwerking van een KB uit 2004 kwam er na een veroordeling van het Europese Hof van Justitie. Het kan geen toeval zijn dat deze controverse in de pers verschijnt net op het moment wanneer minister Vande Lanotte zich voorbereidt op een besluit in deze gevoelige kwestie. SACD, Scam en SOFAM herinneren aan hun toezegging om een uitoefening van het auteursrecht, in dialoog met de gebruikers en in overleg met de overheid.

De beheersvennootschappen SACD, Scam en SOFAM, die auteurs van de verschillende betrokken genres vertegenwoordigen, zijn nauw betrokken bij deze besprekingen met de dienst intellectuele eigendom van de FOD Economie.

Deze onderhandelingen onder leiding van het kabinet-Vande Lanotte, waarbij ook de Gemeenschappen betrokken zijn, trachten een compensatieregeling vast te stellen die meer zekerheid biedt en transparanter is dan de huidige. De onderhandelingen verlopen sereen, constructief en met respect voor de belangen van alle partijen.

Zoals reeds bij aanvang van de discussie door ons werd voorgesteld, zal het nieuwe KB ons in staat stellen de vergoeding te berekenen aan de hand van objectieve parameters (grootte van de collectie, aantal ontleningen), om de sommen budgetteerbaar te maken en daarmee het beheer voor de bibliotheken te vereenvoudigen , maar ook om de vergoeding op te trekken tot een niveau vergelijkbaar met Nederland, Frankrijk en Duitsland en rekening houdend met de culturele realiteit.

Wat betreft de andere inningen van SACD, Scam en SOFAM bij openbare bibliotheken: deze zijn op maat en gebeuren uitsluitend op verzoek van de auteur én in overeenstemming met de desbetreffende bibliotheken.
De vennootschappen binnen het Huis van de Auteurs staan erop het auteursrecht uit te oefenen vanuit een redelijke benadering, in dialoog met de gebruikers van het repertoire en niet zonder voorafgaand overleg met de overheid, aangezien het gaat om een openbare activiteit.

Zij herhalen dat de auteurs hun auteursrechten nodig hebben om hun vak te blijven uitoefenen en nieuwe werken te creëren. Billijke vergoeding voor hun werk is daarbij een evidentie en een algemeen aanvaard principe.
Het is dan ook zaak om te streven naar consensus in onze contacten met de bibliotheken en andere culturele instellingen, die vandaag onder grote druk staan.

SACD, Scam en SOFAM herinneren er ook aan dat zij reeds in 2003 tijdens het overleg met de federale minister van Economie Charles Picqué hebben aangedrongen op een overlegscommissie tussen beheersvennootschappen en de openbare culturele instellingen. Deze suggestie werd gedeeltelijk overgenomen door het hoofd van het Federaal Wetenschapsbeleid, Philippe Mettens, die het uitstekende initiatief nam om een overleg te organiseren op het federale niveau, met name op het vlak van de digitalisering van het erfgoed.

Luc Jabon, voorzitter van het Belgisch Comité SACD
Alok Nandi, voorzitter van het Belgisch Comité Scam
Firmin De Maître, voorzitter van de Raad van Bestuur SOFAM


Gevaarlijk Jong. Kind als gevaar

In het Museum Dr. Guislain in Gent kan je nog tot 20 mei gaan kijken naar een schitterende tentoonstelling: ‘Gevaarlijk jong / Kind in gevaar, kind als gevaar’. De tentoonstelling, in samenwerking met het Kinderrechtencommissariaat en de Gezinsbond, belicht de moeilijkheden die kinderen kunnen hebben om zich te ontplooien in een steeds complexer wordende samenleving. Het Museum heeft een traditie van kunst en geestelijke gezondheidszorg te combineren in fascinerende tentoonstellingen.

De tentoonstelling ‘Gevaarlijk jong’ is bijzonder actueel in een tijd waarin ons voortdurend berichten bereiken dat kinderen steeds meer antispychotica of rilatine slikken. Er moet nog maar iets aan de hand zijn met een kind en het krijgt een etiket: ADHD, ADD, ODD, autisme…

In het boek dat bij de tentoonstelling hoort, wordt het voorbeeld* gegeven van een jongetje van zes dat in de klas op zijn stoel gaat staan en de orde verstoort door ‘kukeleku’ te roepen. Net daarvoor had de leerkracht hem gezegd dat hij ‘niet het kieken moest uithangen’. Tijdens een oudercontact raadde de leerkracht de ouders aan de jongen Rilatine te geven. Zou die jongen niet beter gewoon toneelles volgen?

Verder blijkt dat het geven van diagnoses geen puur objectieve bezigheid is. Volgens psychoanalyticus Stijn Vanheule wordt zelfs het oordeel van professionals beïnvloed door de subjectieve bril waarmee ze naar kinderen kijken*.

Tijdens mijn research voor Hellekind, mijn volgende boek waarin een vader het wangedrag van zijn zoon niet meer kan aanzien, stootte ik al op deze complexe materie. De behandeling van kinderen die onaangepast gedrag vertonen, is niet alleen een worsteling voor de ouders. Het is dat ook nog altijd voor hulpverleners in de geestelijke gezondheidzorg.

www.gevaarlijkjong.be
www.museumdrguislain.be

* Stijn Vanheule, Opvoeden vanuit de apothekerskast? Kanttekeningen bij het psychiatriseren van kinderen, Gevaarlijk jong / Kind in gevaar, kind als gevaar, Uitgeverij Lannoo, Tielt, 2011.


De boeken op facebook

Online recensies, nieuwsberichten, nieuwe covers, … vanaf nu vind je alle informatie over mijn boeken ook op facebook:

https://www.facebook.com/pages/De-boeken-van-Bram-Dehouck/195687590509216


Woorden tellen

’1962 woorden vanavond. Mag ik nu gaan slapen?’
‘Het wordt tijd dat ik de volgende 60.000 woorden ga schrijven. Zo’n zin in!’
‘Zit in een schrijfflow. Deze week afgesloten met 5000 woorden.’

Schrijvers meten hun prestaties in woorden.

Als mijn vriendin thuiskomt, en ze vraagt me of het schrijven vlotte, zeg ik:
’1000 woorden vandaag.’
Dan ga ik ervan uit dat zij antwoordt: ‘Prachtig!’

Als ik zeg: ’500 woorden’, verwacht ik dat ze zegt: ‘Oei, moeilijk hoofdstuk?’

En als ik zeg: ‘-790 woorden’, wil ik dat ze gewoon haar jas aan de kapstok hangt en begint over het weer.

Vraag een auteur niet naar pagina’s, hoofdstukken of alinea’s. Zwijg over zinnen of tekens. Vraag hem alleen naar woorden. Dan krijg je er zelf geen woord meer tussen.

En reageer als volgt:
Auteur: ‘Vandaag stuurde ik een nieuwe roman naar de redactie. 140.000 woorden!’
Jij: bewonderend knikje.
Auteur: ‘Dat kortverhaal hoefde maar 2500 woorden te tellen, maar ik heb er drie maanden op gezweet!’
Jij: Instemmend grommetje.
Auteur: ’30.000 woorden, dat is géén roman, da’s nauwelijks een novelle!’
Jij: Verontwaardigd lachje.

500 woorden, 1000 woorden, 20.000 woorden, … geen zinnig mens snapt er iets van. Maar laat dat nooit merken aan een schrijver, of hij kijkt je aan alsof je van een andere planeet komt.

(Hé, dit tekstje telt exact 200 woorden!)


Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 177 other followers