De mysterieuze verdwijning van mevrouw Waarheid

Voor de Nederlandstalige Thriller Tiendaagse van Hebban.nl, met als thema Een kern van waarheid, schreef ik het waargebeurde verhaal De mysterieuze verdwijning van mevrouw Waarheid.

Veel leesplezier!

De Schaduw van Dick Bruna

schaduwprijs2010_bram-dehouck1

Het nieuws over het overlijden van Dick Bruna katapulteerde me terug naar de avond van 1 juni 2010. Ik zat in de Melkweg in Amsterdam, op het puntje van mijn stoel, gefocust op één zaak: de zeefdruk in de handen van Marion Pauw.

De zeefdruk hoorde bij de Schaduwprijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige thrillerdebuut. De afbeelding was eenvoudig: een zwart figuurtje op een wit vel A4-papier.

Maar o, o, o, wat wilde ik die zeefdruk graag! Hij was van de hand van Dick Bruna, wereldberoemd als de geestelijke vader van nijntje, maar daarnaast ook de geniale ontwerper van talloze covers van De Zwarte Beertjes-pockets. In die reeks verschenen ook ontelbare avonturen van Havanks detective De Schaduw, het figuurtje dat was afgebeeld op de zeefdruk.

‘Ik had veel bewondering voor Havank’, zei Dick Bruna daar zelf over in het boek Gesprekken met Dick Bruna van Céline Rutten. ‘Degene voor wie ik het liefst omslagen heb gemaakt, was Havank. Het werk van Simenon ging wel veel dieper en paste ook veel beter bij mijn karakter, bij mijn werk en bij de sferen van Parijs die mij lief zijn. Maar bij de omslagen van Havank had ik het gevoel: hier heb ik de eenvoud bereikt die ik altijd wilde bereiken.’

Die mooie juni-avond in 2010 ontving ik de zeefdruk, nummer 15/15, uit de handen van Marion Pauw. Sindsdien hangt het prominent in de woonkamer, naast de verzameling beduimelde Havanks die ooit kapot gelezen werden door mijn ooms Manu en Damien. Regelmatig glijdt mijn blik naar het mannetje met de bolhoed, de paraplu en de sigaret in de mond. Je ziet hem zo in Zuid-Frankrijk rondlopen.

Het Zuid-Frankrijk waar Dick Bruna zelf graag op terugblikte in het boek van Céline Rutten: ‘In Cagnes-sur-Mer aan de Côte d’Azur had Havank een kamertje gehuurd en dat zag er net zo uit als op een schilderij van Matisse: openslaande deuren met een balkonnetje ervoor dat rechtstreeks uitkeek op zee. Rechts stond een tafeltje met zijn schrijfmachine en ik vermoed ook wel een glaasje wijn. (…) Ik ben daar meer dan eens geweest, want om daar te zijn … dat was het helemaal. (…) Om dan ’s avonds als het donker was, door die straatjes te lopen en te voelen: die en die heeft hier ook gelopen. Dat was diep geluk.’

Haast je, nimf!

haste-thee-nymph

Vorige week was ik te gast bij Opium op 4, een programma ‘boordevol klassieke muziek en doordrenkt van Kunst & Cultuur’, met het sfeervolle Amsterdamse Vondelpark als achtergrond.

Ik mocht enkele muziekstukken kiezen. De avond opende met mijn favoriet, die ik hier graag nog eens deel. De aria Haste thee nymph van Haendel is een uitbarsting van vrolijkheid en toverde een glimlach op het gezicht van de aanwezigen.

Waarom had ik dit stuk gekozen, vroeg presentatrice Andrea van Pol.

Als misdaadschrijver word ik vaak aangesproken op de donkere kant van de mens. ‘Kijk eens een beetje dreigend’, zeggen fotografen net voor ze afdrukken, en journalisten willen weten aan welk duister brein al die misdaadverhalen ontspruiten.

Natuurlijk koester ik een buitensporige interesse in de achterbuurten van de menselijke geest; het is spannend en uitdagend. Maar veel belangrijker nog zijn humor en jeugdige vrolijkheid, de brandstof voor de verwondering die verhalen doet ontstaan, en die Haste thee nymph zo mooi bezingt:
Haste thee nymph, and bring with thee
Jest and jouthful Jollity.

Of zoals Roald Dahl het belang ervan omschrijft: ‘When you’re old and experienced enough to become a competent writer, by then you have become pompous and adult, grown-up, and you’ve lost all your jokiness. Unless you are a kind of undeveloped adult and you still have an enormous amount of childishness in you, and you giggle at funny stories and jokes and things, I don’t think you can do it.’

Daarom wens ik je in 2017 veel gelach en scherts en jeugdige vrolijkheid toe. Haast je, nimf!

Afbeelding: detail van La nymphe surprise van Manet.

Witte Raaf scoort!

witteraafbreed

Je charmantste collega wordt je grootste vijand, het is een situatie die veel mensen herkennen. ‘Nick Farkas is een snelle jongen die het goed kan uitleggen,’ schrijft Johanna Spaey treffend in Knack Focus, ‘zo’n kerel met een visie waar noodlijdende bedrijven graag voor op de rug gaan. Maar Farkas kan alleen gloriëren door iemand anders tot zwart schaap te maken, het liefst net die collega die het minst door zijn klatergoud wordt verblind.’

De eerste reacties op Witte Raaf zijn lovend:

Witte raaf is een intelligente whydunnit die uitblinkt in de psychologische karakterschetsen. De fijnzinnige plot toont aan hoe daden in een fatale uitweg kunnen ontaarden.’ (Soraya Vink op Hebban.nl (****))

‘Dehouck heeft Witte Raaf sterk geplot en stilistisch vaardig neergepend. Zelf noemt Dehouck zijn roman een trilogie in één: psychologische roman, politieroman en rechtbankthriller. Witte Raaf bewijst dat hij de drie genres in de vingers heeft en tot een sterk samenhangend geheel kan smeden: Witte Raaf is een van de beste Vlaamse misdaadromans van het najaar.’
(John Vervoort in Het Nieuwsblad (****))

Witte raaf is een geslepen, inventieve thriller. Het laat zich vlot lezen, het roept diverse gevoelens op tijdens het lezen en de opbouw van het verhaal is magnifiek. Van Dehouck is bekend dat hij een meester is in het beschrijven van de sfeer, wat zich vaak uitte in onheilspellende dorpsgemeenschappen. In Witte raaf heeft hij deze klasse op een briljante manier toegepast op de personages.’ (Mads Bruynesteyn op ThrillZone.nl (****))

‘De Vlaamse schrijver Bram Dehouck weet zijn personages prachtig neer te zetten. Vooral de flamboyante nieuwkomer Nick Farkas en de stroeve Stefanie komen goed uit de verf. (…) Witte Raaf is een mooi geschreven boek met een heel bijzondere opbouw van de plot.’ (Gijs Korevaar in Nederlands Dagblad)

‘Het boek valt in drie delen uiteen. De plotzetting waaruit een misdaad voortvloeit, het onderzoek en de rechtszaak. De uiteindelijke uitspraak doet er uiteindelijk niet toe, Dehouck heeft tegen dan allang zijn jeukpoeder, dat de naam Nick Farkas draagt, tot in onze diepste vezels geïnjecteerd. Mooi boek van een nog veel te weinig bekende Vlaamse auteur!’ (Geert D’Hulster in Gazet van Antwerpen)

‘Bram Dehouck is een schrijver die zeer bedreven is in het beperkt maar toch uiterst boeiend houden van het verhaal. Het pesten op het werk, het veelvuldige succes van holle praat en luchtfietserij en het niet zelden manipulatieve optreden van advocaten in rechtszaken zijn aansprekende thema’s. De stijl van Dehouck is ogenschijnlijk eenvoudig maar wel degelijk fijnzinnig met een licht en aangenaam Vlaams accent dat de Nederlandse lezer geen enkel begripsprobleem geeft.’ (Charles Kuijpers op De Perfecte Buren (*****))

‘Zoals altijd is Dehouck stilistisch sterk, verzint hij knappe plots en voert hij mensen zoals u en ik op.’ (Johanna Spaey in Knack Focus (***))

‘Meeslepend en niet neer te leggen.’ (Caroline De Ruyck in Het Laatste Nieuws)

Hoe herken je een witte raaf?

Bedrijven zoeken altijd naar de beste medewerker. Een witte raaf. Maar mensen die zich profileren als een witte raaf, zijn het vaak niet. Doorgaans brengen deze zelfvoldane medewerkers het bedrijf ernstige schade toe.

Maar hoe herken je zo’n foute witte raaf?

Solliciteren
Een witte raaf solliciteert het liefst voor een leidinggevende functie bij een prestigieus bedrijf. Zijn cv oogt in eerste instantie indrukwekkend en getuigt van talent en ambitie. Als het allemaal klopt … Tijdens zijn sollicitatiegesprek zal de witte raaf zijn netwerk en zijn verwezenlijkingen ernstig overdrijven. Hij ziet zichzelf écht als een toptalent en eist een navenant loon en voordelenpakket. Graag aangevuld met een ruime vakantie.

Wittebroodsweken
Tijdens zijn wittebroodsweken werkt de witte raaf verder aan zijn vertrouwensband met de bedrijfstop: hij ontdekt hun stokpaardjes, praat hen na en speelt in op hun zwakke plekken. Hij wordt stilaan een vertrouwenspersoon.
Tegelijk ontrafelt hij dankzij zijn oppervlakkige charme de relaties tussen de collega’s. Hij is vriendelijk tegen de mensen die nuttig kunnen zijn – op welk vlak dan ook – en neutraal tegen de mensen die voor hem geen meerwaarde bieden. Mogelijke communicatielijnen tussen zijn ondergeschikten en de directie knipt hij door onder het mom van “efficiënt management”.

Door de mand
De witte raaf valt al snel door de mand door zijn oppervlakkige kennis, zijn gebrek aan talent en zijn stuitende luiheid. Dat deert hem niet, want enkel de experts in zijn vakgebied doorzien hem. En dat zijn bijna altijd zijn ondergeschikten. Door hun ideeën en realisaties bij de directie te verkopen als de zijne en door zijn eigen fouten en blunders af te schuiven op anderen, blijft de witte raaf buiten schot. Omdat hij de enige contactpersoon met de directie is, horen zij enkel zijn kant van het verhaal.

Druk, druk, druk
Ondertussen heeft hij het “druk, druk, druk”. Hij maakte onhaalbare beloftes tegenover de bedrijfstop en zijn dienst verkeert in een malaise. Om zijn medewerkers in diskrediet te brengen, schrikt hij er niet voor terug de eigen dienst te saboteren. Op een cynische manier heffen de twee problemen elkaar namelijk op: goede resultaten zijn pas mogelijk als de dienst goed werkt. De witte raaf krijgt vrij spel om zijn dienst “te stroomlijnen”. Voordeel 1: hij krijgt uitstel om zijn doelstellingen te halen. Voordeel 2: hij kan de medewerkers elimineren die zijn ware aard kennen. Zij worden ontslagen of zoeken moegetergd zelf een nieuwe job.

Uitblinken
De witte raaf blinkt verder uit in afwezigheid. Na een urenlange lunch komt hij te laat, áls hij al komt opdagen. Zijn agenda staat vol onduidelijke afspraken en hij neemt om de haverklap vakantie.

Komt de bedrijfstop dan nooit achter zijn ware aard? Toch wel, maar vaak als het te laat is. Ondertussen heeft het bedrijf veel geld verloren, en vaak ook reputatieschade geleden bij externen die met de witte raaf in aanraking kwamen.

Maar kan het ook anders? Kan een witte raaf uiteindelijk ook zichzelf uitschakelen?
Die vraag stel ik in mijn nieuwe boek, Witte Raaf.

Af!

Eindelijk

De definitieve versie van Witte Raaf is klaar.

Het heeft een tijdje geduurd, langer dan verwacht. Maar het heeft geloond. Na de eerste versie werd beslist om de structuur te veranderen, wat het boek meteen een stuk ambitieuzer maakte. Het is een trilogie in één boek geworden: een psychologische roman, een politieroman en een rechtbankthriller.

Natuurlijk werd mijn concentratie ook op de proef gesteld door allerlei zaken die ik niet als excuus wil inroepen, zoals familiale perikelen, een hypochondrisch huisdier, twee mislukte hopoogsten, allergische aanvallen, een uitdijend vetpercentage, buitenlandse besognes, aanslagen op het gezond verstand, aanslagen op de goede smaak, filmische frustraties en foute muziekkeuzes.

Maar nu is het verhaal over de vernietigende kracht van bedrijfsoplichters, het type collega dat je niet wil meemaken, eindelijk af. Met de luizenkam worden nog de laatste punten en komma’s eruit gehaald. En dan is het zover: in oktober ligt Witte Raaf in de rekken.

Het wandelshotje

wandelshotje

‘En nu nog een wandelshotje.’
De journaliste draaide zich naar de cameraman, die de omgeving afspeurde.
‘Van het kerkhof naar de bakkerij en dan de hoek om’, stelde hij voor.
De journaliste knikte.
‘Ja, dat is prima.’
Terwijl ze zich naar mij omdraaide, sjokte de cameraman naar de bakkerij.
‘Een wandelshotje?’ vroeg ik.
‘Voor de voice-over’, zei ze. ‘Dat doen we vaak.’
Ze hadden me gefilmd bij mijn boekenkast, ze hadden me kort geïnterviewd, en nu wilden ze wat actiever beeldmateriaal voor de reportage.
‘Het is simpel, hoor’, zei de journaliste. ‘Je vertrekt van op het kerkhof, hier’, – ze wees een tegel aan – ‘en je wandelt naar ons toe. Je passeert ons en gaat de hoek om.’
‘Oké’, zei ik.
‘Let erop dat je niet in de camera kijkt.’
‘Oké.’
‘En dat het natuurlijk overkomt.’
‘Natuurlijk’, zei ik. Ik glimlachte.
‘Ik geef je een teken wanneer je mag starten.’

Ze wandelde naar de cameraman. Ik keek hoe zij het deed. Relaxt. Natuurlijk. Haar collega tilde de camera als een bazooka op zijn schouder. Ik schatte de afstand twintig meter.

Ik ademde diep in, denkend aan de tijd dat ik in de schoolfanfare speelde. Daar had ik geleerd te marcheren. Ik zag de dirigent voor me, die tijdens repetities ‘links rechts links rechts’ blafte. ‘Beginnen met links!’ schreeuwde hij als een onverlaat het waagde met zijn rechtervoet te starten.
Plots stond ik weer op het podium van Dimanche Martin, het zondagmiddagprogramma op France 2. De fanfare zou er een spectaculaire choreografie brengen voor een miljoenenpubliek. Het toppunt in onze carrière. In alle huiskamers stond de videorecorder klaar om het historische moment op te nemen. De camera zoomde op me in, en ik startte met het foute been. Een ziedende blik van de dirigent en een huppelpasje later zat ik in het juiste ritme. Maar het kwaad was geschied. Op de televisie en op de videobanden van alle fanfareleden was mijn huppeltje te zien geweest.

De muziek speelde door mijn hoofd. Ti-ra-ta-ta. Ik moest erop letten niet te marcheren. Marcheren is niet natuurlijk. Ik moest er ook op letten niet te huppelen. Gewoon, simpel wandelen. Twintig meter. Ik keek naar het duo bij de bakkerij. De journaliste maakte een teken. Kom maar, las ik erin.

Ik begon met het rechterbeen. Als door een bij gestoken maakte ik een huppelpasje. Verdomme toch. Ik keek naar de televisiemensen, in de verwachting een teken te krijgen om opnieuw te beginnen. Maar de camera bleef draaien en de journaliste staarde me stoïcijns aan. Niet in de camera kijken! Ik verlegde mijn blik naar een raam in de verte, terwijl het bloed naar mijn hoofd steeg. Links rechts links rechts. De twintig meter leken een eeuwigheid te duren. Niet marcheren! Gewoon wandelen! Maar ik had geen controle meer over mijn benen, ik leek vanaf mijn middel verdoofd. Mijn benen leidden een eigen leven, als de bezems van Micky Mouse in Fantasia. Links rechts links rechts.

Met een bloedrode kop marcheerde ik voorbij de cameraman de hoek om. Stilletjes aan kwam het gevoel in mijn benen terug. De televisiemensen praatten gedempt tegen elkaar. Ik draaide me naar hen toe.
‘En?’
‘Het is oké’, zei de journaliste.
‘Dat begin knippen we eruit’, zei de cameraman.
‘Omdat ik huppelde?’
De twee wisselden een blik.
‘Je keek in de camera’, zei de journaliste met een glimlachje.

Sinds die dag let ik erop tijdens het tv-journaal. ‘Hé, een wandelshotje’, zeg ik dan. En ik kijk niet naar de wapperende doktersjas, de dossiers onder de arm van de politicus of het boek dat de schrijver in zijn handen klemt. Ik kijk naar de rode kop, naar de ogen die star voorbij de camera kijken, en naar de benen die een eigen leven leiden. Links rechts links rechts.

Deze column verscheen eerder deze week tijdens de Hebban Thriller Tiendaagse.