Feiten, fouten en fictie

Honderd jaar geleden botste de Titanic op een ijsberg. Het drama dat daarop volgde, boeit ons tot vandaag. Voor mijn twaalfde verjaardag kreeg ik het boek Titanic van Edward P. de Groot, en nog altijd ontlokken de foto’s van uitgelaten eerste klassepassagiers, kuierend op het dek, me een koude rilling. Het zinken van het schip op het einde van de film Titanic van James Cameron blijft voor mij een van de meest beklijvende filmfragmenten ooit.

Vandaag start een vierdelige minireeks op Eén. Al meteen krijgt die serie kritiek. Er zouden nogal wat fouten in te zien zijn. Zoals: op de dansvloer van de eerste klasse wordt een wals ingezet. Onmogelijk, klinkt de kritiek, in die tijd walste men niet op een schip. Of: een hoge officier vraagt een vrouwelijke passagier ten dans. Er helemaal naast, zeggen de kenners, daarmee zou de man de etiquette en het protocol zwaar geschonden hebben. (Bron: De Standaard)

Nu, de ene fout is de andere niet. Kort na de publicatie van De minzame moordenaar werd ik door alerte lezers op enkele pertinente fouten gewezen: het bevolkingsaantal van Ieper was minstens 10.000 inwoners te laag geschat, de naam van de school in de Rijselsestraat was verkeerd, en in een Toyota Avensis zit geen driecilindermotor. Bij elke melding sloeg ik me tegen het voorhoofd: deze fouten had ik gemakkelijk kunnen vermijden met een beetje research. Ze wezen op mijn slordigheid en verstoorden het leesplezier van de lezers. In een nieuwe, herwerkte versie van De minzame moordenaar, die binnenkort verschijnt, heb ik al deze fouten eruit gehaald. Hoop ik.

Een paar andere fouten heb ik echter bewust laten staan. Want research is ook niet alles. Zo vertelde de gerechtelijke politie me dat speurders nooit ter plaatse naar een lijk gaan kijken. Een commissaris die zich over het lijk buigt en eens zuchtend in zijn baard wrijft, terwijl zijn hulpje bijna moet overgeven bij het zien van zoveel bloed? Dat gebeurt niet in real life. Om de sporen op de plaats van de misdaad te vrijwaren komt alleen het labo ter plaatse en wordt alles gefilmd voor de speurders. Na dat gesprek mocht ik het eerste hoofdstuk van De minzame moordenaar in de vuilnisbak gooien. Daarin staat de politieman-moordenaar met zijn teamchef naast het lijk van zijn laatste slachtoffer. Ik besliste echter om de research terzijde te schuiven en mijn dichterlijke vrijheid te benutten. De scène was te mooi om op te geven. Het hoofdstuk zou alle kracht verliezen als ik het omgevormd had tot een feitelijk juiste videoconferentie. Dus bleef het erin.

Het zou mij niet verbazen als de scenarist van de Titanic-serie op dezelfde manier redeneerde. Oké, er werd niet gewalst op de Titanic, maar hoe komt een belangrijke officier dan in contact met een passagiere uit eerste klasse? Door de research overboord te gooien. Soms mag je de realiteit al eens geweld aandoen.

Zolang die boot maar vier schouwen heeft. En de kapitein een witte baard.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s