Op reis naar het groener gras

toerismeVorige week vroeg een journaliste me of Vlaamse boeken zich kunnen meten met de kwaliteit van buitenlandse romans. Ik gaf haar het standaardantwoord: ‘Vooral de allerbeste auteurs worden in het Nederlands vertaald; de hoge kwaliteit van die boeken is vanzelfsprekend niet haalbaar voor elke Vlaamse auteur.’

Ja maar, zei de journaliste, volgens een recensent is het in Vlaanderen simpelweg onmogelijk om zo’n goede boeken te schrijven als in Amerika bijvoorbeeld. Dat komt, zei ik, omdat we ons als lezer ook gedragen als toeristen.

Dromen we niet allemaal weg bij steden als New York en Los Angeles? Vinden we de Zuid-Afrikaanse townships niet veel spannender dan de Amsterdamse onderwereld? En de Noorse fjorden zijn toch honderd keer mooier dan de Ardennen of Zeeland?

Natuurlijk bieden die verre bestemmingen prachtige mogelijkheden om romans te schrijven, zowel cultureel, historisch als politiek. Natuurlijk kunnen we in Vlaanderen meer moeite doen om het hoogste niveau te bereiken. Maar bij het lezen van buitenlandse boeken speelt nog iets anders: de roze bril van de toerist, die zijn vakantiebestemming veel interessanter vindt dan zijn eigen, saaie woonplaats. De afgelopen maand vielen me daar drie voorbeelden van op.

Op 19 januari schreef Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van het Nederlandse NRC Handelsblad, een column in De Standaard over allerlei problemen in “een land”. Een groot begrotingstekort, een falende regeringsvorming, een sukkelende spoorwegmaatschappij; een Vlaming herkende er meteen België in. Dat was ook Vandermeersch’ bedoeling, hij sloot af met: ‘Het land heet Nederland. Maar dat wist u al lang. Want alles wat hierboven staat kan zich alleen daar voordoen. Toch?’ Neen, een Vlaming kan zich moeilijk inbeelden dat zo’n domme dingen ook elders gebeuren.

Het idee dat alles in het buitenland beter werkt en interessanter is, komt vooral absurd over als je het hoort van een buitenlander zelf, van iemand die op groener gras kauwt dan jij. Pas een dag na de column van Peter Vandermeersch stelde de Nederlandse columnist Bas Heijne: ‘Deens drama is het gesprek van de dag, Scandinavische thrillers voeren de bestsellerlijsten aan, in Kopenhagen worden drommen rondgeleid langs uit series bekende plekken. Denemarken spreekt tot de verbeelding – zoals Nederland dat niet meer doet. Alles over Nederland wordt tegenwoordig internationaal gekraakt – onze politiek, onze musea, onze keuken. Als het niet gekraakt wordt, weet men niet dat het bestaat. Denemarken heeft The Killing. Wij hebben De verbouwing.’

Even frappant is een uitspraak van R.J. Ellory bij zijn bezoek aan Amsterdam op 7 februari. In een tv-interview vroeg thrillerrecensent John Vervoort hem waarom hij als Britse auteur zijn boeken situeert in Amerika. Ellory antwoordde op dezelfde manier als Heijne, zonder met de ogen te knipperen: ‘Amerika is een heel interessant land. Je hebt er de Kennedy’s, Las Vegas, de maffia, Hollywood. Je hebt Marilyn Monroe, Martin Luther King, de oorlog in Vietnam. Je hebt de Ku Klux Klan, de CIA en de FBI. In Engeland hebben we thee en Hobbits.’

Engeland is thee en Hobbits, Vlaanderen is bier en wielrennen, Nederland is klompen en kaas. Daarom gaan we op reis. Het opent onze wereld, het doet ons even vergeten hoe troosteloos het thuisland is. Toch ga je als toerist beter niet altijd naar dezelfde bestemming, want dan begin je ook de mindere kanten te zien. Het koude Noorden raken we al een beetje beu. We gaan nu liever naar – ik zeg maar wat – het warme Zuid-Afrika.

Om de buitenlandse schoonheid in een juist perspectief te plaatsen, is het goed regelmatig een citytrip te boeken in eigen land. Om onze eigen mooie plekjes te herontdekken. Dit jaar ga ik nog op reis naar Stephen King, Val McDermid en Hilary Mantel. Maar ik kijk evenzeer uit naar mijn bezoeken aan  Charles den Tex, Annelies Verbeke en Eveline Vanhaverbeke.


2 reacties op ‘Op reis naar het groener gras

  1. Leuke stelling Bram. Ik kan me er helemaal in vinden. Toeval wil dat ik net een Valentijnweekendje in Brugge achter de rug heb, met mijn echtgenote. In bed tussendoor ook nog tijd gemaakt om wat te lezen. Met name… Een zomer zonder slaap van jouw hand. Boeiend. En toen we vandaag via de expressweg terug landinwaarts reden, en de lange rij windmolens passeerden… voelde ik me eventjes in Blaashoek.

    1. Ja, Dirk, als je ‘Een zomer zonder slaap’ hebt gelezen, zullen windmolens nooit meer hetzelfde zijn.:-) Vandaag zag ik weer de windmolens van Boezinge blinken in het eerste lentezonnetje, en dat doet me telkens glimlachen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s