Witte Raaf (2016)

Mijn volgende boek, Witte Raaf, zal verschijnen in 2016.

Het boek was gepland voor september 2015.
Maar een Witte Raaf laat zich niet gemakkelijk temmen.
Dat leerde ik op een lome zomermiddag…

Terwijl ik over mijn manuscript gebogen zat, verzonken in gedachten over plot en structuur, weerklonk op een laat uur plots een vreemd geluid.
Tik tik tik.
Tik tik tik.
‘Het is een bezoeker die zachtjes klopt. Dat is het en niets anders.’
Op mijn ‘Binnen!’ volgde stilte.

Verloor ik nu mijn zinnen? Ik voelde een lichte bries, zachtjes langs de arm, de adem van een spook. Ging mijn fantasie met me op de loop? Het was het kraken van hout, het kreunende huis onder de zomerhitte, slechts dat. Onschuldige geluidjes in de muren, als gerommel in een buik. Ik rekte me uit en riep ‘Wie is daar?’, voor mijn eigen gemoedsrust weliswaar.

Weer kwam er niets. De stilte, ondoorbroken, bracht mijn hart weer tot rust. Aan het raam zag ik lucht. ‘Het is de wind, en niets anders.’

TIK TIK TIK.
Toen klonk het weer, harder deze keer. De lucht was ondertussen rood doorlopen, steeds donkerder kleurde het, als het bad van Marat. Ik opende het raam en weldra stapte een Witte Raaf de kamer binnen. Statig waaierde hij zijn veren uit, die glanzend de rode gloed weerkaatsten. Hij keurde mij geen blik waard; met enig gekras vloog hij hoog boven de deurpost, en streek neer op de buste van Anton Vancas.

Zijn bloedige ogen gericht op het blauwe licht van mijn computerscherm, zei Witte Raaf: ‘Nee, niet zo.’

Ik verwonderde mij over het sprekende beest, zijn klare stem, zijn intelligente geest. Neergezeten in de bureaustoel kon ik slechts gissen. Wat wilde dit dier mij duidelijk maken? Door mijn hersens raasden honderden zaken, en ik raakte weer in gemijmer verzonken. Maar Witte Raaf, verheven op zijn buste, zijn ogen op het scherm geklonken, zei alleen die woorden:
‘Nee, niet zo.’

Ik las de zinnen op het scherm. Bemoeide het dier zich met mijn geschrijf, of uitte hij die woorden zonder weten? Leerde hij ze van een viswijf of een dwaze vent? Of was hij werkelijk intelligent? Vandaar vroeg ik verweesd: ‘Ben jij het die mij de les spelt?  Wil je dat ik de tekst omgooi? Wil je dat ik de structuur verander? Wil je dat ik voor jouw grillen plooi?’

Witte Raaf, hoog gezeten als een rechter, liet niets anders weten, hij bewoog geen veer. Zijn scherpe bek wees, dreigend als een mes, naar het scherm.
‘Nee, niet zo.’

‘Monsterlijke onheilsprofeet! Goed, dan pas ik aan. Maar dan moet je wel verstaan, dat alles wat langer duurt. Verdwijn nu, ga terug van waar je komt, verdomd!’

Witte Raaf bleef, met een strenge blik, zijn klauwen op de buste rustend. Als op deze herfstige novemberdagen, terwijl het buiten hagelt en regent, zijn schaduw groot over de vloer valt, zie ik hem goedkeurend knikken. En ik werk verder, mijn woorden wikkend en wegend.


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s