Het wandelshotje

wandelshotje

‘En nu nog een wandelshotje.’
De journaliste draaide zich naar de cameraman, die de omgeving afspeurde.
‘Van het kerkhof naar de bakkerij en dan de hoek om’, stelde hij voor.
De journaliste knikte.
‘Ja, dat is prima.’
Terwijl ze zich naar mij omdraaide, sjokte de cameraman naar de bakkerij.
‘Een wandelshotje?’ vroeg ik.
‘Voor de voice-over’, zei ze. ‘Dat doen we vaak.’
Ze hadden me gefilmd bij mijn boekenkast, ze hadden me kort geïnterviewd, en nu wilden ze wat actiever beeldmateriaal voor de reportage.
‘Het is simpel, hoor’, zei de journaliste. ‘Je vertrekt van op het kerkhof, hier’, – ze wees een tegel aan – ‘en je wandelt naar ons toe. Je passeert ons en gaat de hoek om.’
‘Oké’, zei ik.
‘Let erop dat je niet in de camera kijkt.’
‘Oké.’
‘En dat het natuurlijk overkomt.’
‘Natuurlijk’, zei ik. Ik glimlachte.
‘Ik geef je een teken wanneer je mag starten.’

Ze wandelde naar de cameraman. Ik keek hoe zij het deed. Relaxt. Natuurlijk. Haar collega tilde de camera als een bazooka op zijn schouder. Ik schatte de afstand twintig meter.

Ik ademde diep in, denkend aan de tijd dat ik in de schoolfanfare speelde. Daar had ik geleerd te marcheren. Ik zag de dirigent voor me, die tijdens repetities ‘links rechts links rechts’ blafte. ‘Beginnen met links!’ schreeuwde hij als een onverlaat het waagde met zijn rechtervoet te starten.
Plots stond ik weer op het podium van Dimanche Martin, het zondagmiddagprogramma op France 2. De fanfare zou er een spectaculaire choreografie brengen voor een miljoenenpubliek. Het toppunt in onze carrière. In alle huiskamers stond de videorecorder klaar om het historische moment op te nemen. De camera zoomde op me in, en ik startte met het foute been. Een ziedende blik van de dirigent en een huppelpasje later zat ik in het juiste ritme. Maar het kwaad was geschied. Op de televisie en op de videobanden van alle fanfareleden was mijn huppeltje te zien geweest.

De muziek speelde door mijn hoofd. Ti-ra-ta-ta. Ik moest erop letten niet te marcheren. Marcheren is niet natuurlijk. Ik moest er ook op letten niet te huppelen. Gewoon, simpel wandelen. Twintig meter. Ik keek naar het duo bij de bakkerij. De journaliste maakte een teken. Kom maar, las ik erin.

Ik begon met het rechterbeen. Als door een bij gestoken maakte ik een huppelpasje. Verdomme toch. Ik keek naar de televisiemensen, in de verwachting een teken te krijgen om opnieuw te beginnen. Maar de camera bleef draaien en de journaliste staarde me stoïcijns aan. Niet in de camera kijken! Ik verlegde mijn blik naar een raam in de verte, terwijl het bloed naar mijn hoofd steeg. Links rechts links rechts. De twintig meter leken een eeuwigheid te duren. Niet marcheren! Gewoon wandelen! Maar ik had geen controle meer over mijn benen, ik leek vanaf mijn middel verdoofd. Mijn benen leidden een eigen leven, als de bezems van Micky Mouse in Fantasia. Links rechts links rechts.

Met een bloedrode kop marcheerde ik voorbij de cameraman de hoek om. Stilletjes aan kwam het gevoel in mijn benen terug. De televisiemensen praatten gedempt tegen elkaar. Ik draaide me naar hen toe.
‘En?’
‘Het is oké’, zei de journaliste.
‘Dat begin knippen we eruit’, zei de cameraman.
‘Omdat ik huppelde?’
De twee wisselden een blik.
‘Je keek in de camera’, zei de journaliste met een glimlachje.

Sinds die dag let ik erop tijdens het tv-journaal. ‘Hé, een wandelshotje’, zeg ik dan. En ik kijk niet naar de wapperende doktersjas, de dossiers onder de arm van de politicus of het boek dat de schrijver in zijn handen klemt. Ik kijk naar de rode kop, naar de ogen die star voorbij de camera kijken, en naar de benen die een eigen leven leiden. Links rechts links rechts.

Deze column verscheen eerder deze week tijdens de Hebban Thriller Tiendaagse.

 

De House-curve: hoe slechter de muziek, hoe luider

House-curve

De zomer is een tijd van rust en genieten. Van lekker eten en aperitiefjes op het terras, en … luide muziek bij de buren.

Wetenschappers van de universiteiten van Zwolle en Sint-Truiden deden onderzoek naar het fenomeen van de zomerse tuinmuziek. Ze kwamen tot een verrassende conclusie: ‘De muzieksmaak van mensen is omgekeerd evenredig met het volume waarop ze haar draaien’, zegt Bert Parasol, hoofd van de vakgroep Dynamische Groepspsychologie aan de UZ (Universiteit Zwolle). ‘We zien een duidelijk verband: hoe slechter de muziek, hoe harder ze wordt gezet.’

De onderzoekers deden metingen in een honderdtal woonwijken in Vlaanderen en Nederland. ‘We noteerden de geluidssterkte van elk type muziek’, zegt Alfons Zonneslag, professor Sociale Demagogiek aan de UST (Universiteit Sint-Truiden). ‘Om interferentie te vermijden, kozen we woonwijken die ver liggen van festivalterreinen.’ De metingen gebeurden in de maanden juni, juli en augustus van 2010 tot 2014.

Het resultaat was verbluffend. ‘Als we het muziekgenre in een grafiek plaatsen tegenover de geluidssterkte, zien we een duidelijke House-curve’, zegt Parasol.

‘Mensen met een goede muzieksmaak houden het stil. Zij genieten in de privésfeer van muziek en voelen niet de nood die te delen met de hele buurt. Het zijn fijnproevers die ook behoefte hebben aan rust en stilte.’

De volumeknop gaat al een stuk meer naar rechts bij fans van rock uit de jaren ’70 en ’80. ‘We hebben hier te maken met een publiek dat zijn tweede jeugd wil beleven. Het zijn voornamelijk mannen met een midlifecrisis. Zij draaien veel Kiss, Aerosmith en AC/DC. Bij vrouwen scoren Bon Jovi en Bryan Adams. Zijn hit ‘Summer of 69′ werd in 95 % van de woonwijken geregistreerd.’

Opvallend is het hoge aantal decibels van schlagers in de House-curve. ‘Hier moeten we opletten voor ruis. Schlagers zijn populair bij senioren; het hoge volume kan te wijten zijn aan hun grotere hardhorigheid.’

De top van de House-curve wordt bezet door populaire house en dance. ‘In de zomermaanden kan je niet ontsnappen aan dit soort muziek’, zegt Zonneslag. ‘Ze is alomtegenwoordig en knált werkelijk uit de boxen. Nochtans kan langdurige blootstelling leiden tot mentale afstomping, nerveuze ledematen of hevige woedeaanvallen. Schadelijke gevolgen op de lange termijn zijn niet uit te sluiten, zeker bij jonge kinderen, mensen met hartkwalen en kleine huisdieren. Het is aangewezen dat de overheid initiatieven neemt in het kader van de volksgezondheid.’

Het volume daalt opnieuw bij mensen die luisteren naar Knuffelrock. ‘Knuffelrock wordt immers vooral beluisterd door vrouwen met liefdesverdriet. Zij hunkeren naar warmte en tederheid. Dit gebeurt eerder in een donker hoekje tussen de zachte kussens en de tissues dan op een zomers terras.’

‘Mogelijk bestaat er een correlatie tussen het draaien van luide muziek in de zomer en andere specifieke sociale gedragingen, zoals smakken op restaurant, sluikstorten of parkeren voor de garage van de buren. Verder onderzoek zal dit moeten uitwijzen’, besluit professor Parasol.

De leukste maand van het jaar

Juni is de leukste maand van het jaar (behalve voor studenten).

Het begon eigenlijk al op donderdagavond 28 mei, toen Jo Claes de Gouden Strop won voor De mythe van Methusalem tijdens de Avond van het Spannende Boek. Jo en ik ontmoetten elkaar eerder tijdens de uitreiking van de Hercule Poirotprijs van 2010 en de uitreiking van de Gouden Strop in 2013, toen Jo’s inspecteur Thomas Berg de Gouden Strop nog zag gaan naar de misdaadauteur Michael Berg (Nacht in Parijs).

Het is moeilijk in juni binnen te blijven als fan van het spannende boek. De Standaard joeg me naar de boekhandel voor vijf criminele citytrips, die je voor amper 4,95 euro per stuk meenemen naar spannende toplocaties. En ook Knack gooit vijf topthrillers voor onze voeten met als thema ‘Wat als… de geschiedenis anders was gelopen?’

Wie daarin zijn gading niet vindt, kan de VN Detective en Thrillergids of de Knack Moordzomer doorbladeren, onder wiens sterrenhemel honderden thrillers meer of minder licht krijgen. Rep je trouwens maar snel naar de boekhandel, want in Nederland krijg je bij aankoop van 12,50 euro de gratis novelle Grijs Gebied van Marion Pauw. In Vlaanderen krijg je Een willekeurige vrouw van Toni Coppers bij de aankoop van Knack.

Hier zit ik nu, tussen mijn gidsen en nieuwe boeken. Maar de meeste zullen moeten wachten tot juli. Want juni staat voor mij in het teken van het afwerken van Witte Raaf, mijn nieuwe roman, die eind september verschijnt. Daarvan kan ik al de cover en de flaptekst geven. Meer nieuws volgt!

CoverWitteRaafdefNick Farkas is een man om naar op te kijken. Iemand bij wie je in de buurt wilt zijn. Een en al charme, stijl, uitstraling. Zijn cv is een opsomming van successen.

Nick Farkas is een witte raaf. Dat zegt hij niet zelf, zo wordt hij genoemd. Door hooggeplaatste mensen. Andere mensen, zij die wat langer met hem samenwerkten, vertellen een ander verhaal. Over manipulatie en intimidatie, over misbruik en regelrechte leugens. Over luchtkastelen en een opgeblazen zelfbeeld.

Maar komt hoogmoed dan niet voor de val? Nee, Nick Farkas valt niet. Want hij blijft nooit lang op dezelfde plaats. Als de grond te heet wordt, spreidt hij zijn vleugels. Nu is hij weer geland. Een nieuwe baan, een nieuw begin.

Misschien zal het deze keer anders gaan. Misschien komt Nick Farkas eindelijk zichzelf tegen.

De Nederlandse Thriller 10-daagse

NederlandseThrillerdef

Tien dagen lang staat de Nederlandstalige misdaadroman centraal op het Nederlandse platform Hebban.nl.

Sinds 19 februari, en tot en met 28 februari vind je er dagelijks kortverhalen, columns en interviews. Je kan jouw kennis van het Nederlandstalige misdaadgenre testen met de Hebban Thriller Quiz, samengesteld door wandelende encyclopedie Peter Kuijt. En als je het zelf voelt kriebelen kan je jouw schrijfkunsten testen met een 25 woorden-thriller.

Zelf ben ik drie keer aanwezig in de Thriller 10-daagse:
– In de column ‘Research kan verlammend zijn‘ laat ik mijn licht schijnen over één van de belangrijkste onderdelen van het schrijversvak, de research.
– In de interviewestafette onder schrijvers word ik geïnterviewd door Thomas Olde Heuvelt, de beste horror- en fantasyschrijver van de Lage Landen.
De minzame moordenaar is door een achtkoppige jury opgenomen in de longlist van de Canon van de Nederlandstalige Misdaadliteratuur.

Dit is de tweede editie van de Nederlandse Thriller 10-daagse. De eerste vond plaats in december 2013 en was een succes voor zowel de bezoekers als de beheerders van de website, liet organisator Sander Verheijen weten aan Boekblad. De tiendaagse moet een jaarlijks evenement worden. ‘Ik hoop natuurlijk wel dat het evenement iets doet voor de Nederlandse thrillerschrijvers in de boekhandel’, zegt Sander. ‘Crime is tenslotte nog steeds het best gelezen genre.’

Na de val

AftertheFall

In het februarinummer van Ellery Queen’s Mystery Magazine verschijnt mijn verhaal After the Fall, naar het Engels vertaald door Josh Pachter. Ellery Queen’s Mystery Magazine is het oudste Amerikaanse magazine voor korte misdaad- en mysterieverhalen. Onder andere Jeffery Deaver, Ruth Rendell, Stephen King en P.G. Wodehouse schreven er verhalen voor.

After the Fall verscheen eerder in Crimezone Magazine (november 2012) onder de titel De redder en de dood. De nieuwe, licht gewijzigde Nederlandstalige versie Na de val kan je hier lezen.

After the fall gaat over Alice, die in haar badkamer ongelukkig ten val komt. Urenlang ligt ze op hulp te wachten, maar ze beseft dat die niet zal komen. Tot er twee mannen inbreken.

Ik moest afgelopen week aan Na de val denken toen Saskia Noort een proces verloor tegen een collega-schrijver. Volgens Noort nam de andere auteur te veel elementen over uit haar werk. Ze verloor de rechtszaak; de rechter oordeelde dat Noorts auteursrecht niet geschonden was.

Men zegt vaak dat schrijvers met hun hoofd in de wolken leven. Dat klopt; elke schrijver heeft een soort gedachtewolk vol ideeën, losse draadjes, herinneringen en belevenissen die allemaal ooit in een boek kunnen belanden.

In een wolk wordt het zicht troebel. Na een tijd wordt het flou waar een idee precies vandaan kwam: was het een plotse inval? Was het een artikel uit de krant? Of inspireerde een verhaal van een andere schrijver tot iets nieuws ?

Enkele maanden geleden verscheen een roman met precies hetzelfde uitgangspunt als Na de val: een oude vrouw valt in de badkamer, denkt dat ze het niet overleeft, maar ze wordt gered door twee inbrekers. Zelfs de manier waarop de inbrekers de vrouw helpen is exact dezelfde…

Ik heb er een raar gevoel bij als een andere schrijver met hetzelfde idee op de proppen komt. Alsof iemand in een luchtballon door mijn wolk is gevlogen.

Maar kan een idee jouw eigendom zijn? Hoe kan je bewijzen dat iemand je idee koudweg overneemt, of dat die persoon gewoon op een gelijkaardige gedachte gestoten is? Hoe origineel is een idee? En waarin schuilt de originaliteit? In je thema en uitgangspunt? Of in wat je er precies mee doet? De valpartij in de badkamer haalde ik zelf uit de krant: het was een Waalse vrouw overkomen die via de media haar redders wilde bedanken. Als dit artikel in mijn gedachtewolk terechtkwam, zat het wellicht ook bij tien andere schrijvers in hun wolk.

Veel schrijvers stellen dat ze bij het schrijven van een boek liever geen andere romans lezen, ‘om niet beïnvloed te worden’, zowel inhoudelijk als stilistisch. In recensies lees je regelmatig dat schrijver x de mosterd haalde bij schrijver y. Dat zal soms wel het geval zijn, maar even vaak ook niet. Er is al zo veel geschreven dat het haast onmogelijk is om nog een originele zin op papier te zetten.

Daarnaast vertellen schrijvers liefst niets over de inhoud van hun volgende boek. De kans is te groot dat een andere schrijver het leest en het een onderdeel wordt van zijn gedachtewolk. En dat willen we vermijden: als onze wolken botsen, komt er gegarandeerd onweer van.

De rosé van de literatuur

ThrilersRosé

Ze lagen mooi naast elkaar op de ontbijttafel: het reclameblaadje van de supermarkt en de weekendkrant. De actiefolder stond bol van de WK-prullaria, barbecueschotels en roséwijnen. Op de cover van de weekendkrant werd reclame gemaakt voor een reeks topthrillers aan een spotprijs.

Roséwijnen en thrillers hebben veel gemeen. Bij het aanbreken van de zomer trekken ze onze aandacht als zoemende hommels rond een lavendelstruik. Terwijl de supermarkten hun roséwijnen een prominente plaats geven, krijgen thrillers een podium in de VN Detective & Thrillergids, de Knack Moordzomer, de Maand van het Spannende Boek en kranten en tijdschriften. Het is méér dan zomaar reclame; de roséwijn en de misdaadroman doen ons verlangen naar warme stranden, ligzetels en parasols, teenslippers en zonnebrandolie.

In het magazine van de weekendkrant schreef wijnkenner Bruno Vanspauwen een artikel over rosé. ‘Steeds meer wijnbouwers maken er vandaag een erezaak van om in hun gamma ook een kwalitatieve rosé op te nemen. Wijnliefhebbers kijken er niet langer op neer, integendeel, het staat vandaag chic om een rosé te bestellen. Waarom ook niet? Een kwaliteitsrosé wordt op een gelijkaardige wijze gemaakt als een rode wijn.’ Hé, dacht ik, je kan net zo’n tekst schrijven over misdaadromans.

Vanspauwen gaat verder: ‘Hij [de rosé] heeft een eigen karakter. Ook culinair staat hij zijn mannetje. Zo harmonieert hij goed met charcuterie, gerookte en gegrilde vis (zoals tonijn en zalm), vegetarische gerechten en de Aziatische keuken.’ Met andere woorden: een rosé drink je niet alleen in de zomer, het hele jaar door is hij een uitstekende partner bij veel gerechten.

Misdaadromans zijn de rosé van de literatuur: heerlijk tijdens lome zomerdagen, maar ook de rest van het jaar een uitstekende keuze.

(Het volledige artikel over roséwijn vind je hier.)

Microsoft-oplichting (reageert niet)

Internet explorer werkt niet meer

Een bizar bericht in de pers deze week: een bende oplichters doet zich voor als Microsoft-medewerkers om in te breken op de computers van hun nietsvermoedende slachtoffers. Een man die zo’n telefoontje kreeg, nam het gesprek op. Mij lijkt het echter een bijzonder dom idee om je voor te doen als Microsoft-medewerker, want zo’n telefoontje kan toch maar op één manier verlopen?

‘Goeiedag, meneer, ik ben medewerker van het Microsoft Safety Office. Ik bel om u te waarschuwen dat uw computer besmet is. Ik zal u door een stappenplan leiden om het probleem op te lossen.’
‘Ah, wat sympathiek dat u me daarvoor contacteert.’
‘Staat uw computer aan?’
‘Ja.’
‘Kunt u naar Google gaan?’
‘Oké.’
‘Vul in de zoekbalk…’
‘O, wacht even. Internet Explorer reageert niet.’
‘Wablief?’
‘Internet Explorer reageert niet. Er draait een cirkeltje, en in de blauwe balk staat: Reageert niet.’
‘Sluit uw browser eens af.’
‘Goed. Wat een geluk dat u net belt. Hebt u een idee wat het probleem is?’
‘Euh, nee, maar ik geef het door aan… onze ontwikkelaars, meneer.’
‘Da’s vriendelijk.’
‘Start u de browser opnieuw op?’
‘Hmm, ik probeer, maar nu doet hij niets meer.’
‘Start u dan uw computer eens opnieuw op.’
‘Helemaal opnieuw?’
‘Ja.’
‘Zo. Hij is bezig. Het zal u wel veel tijd kosten, iedereen opbellen.’
‘Mh-hm. Is uw computer opgestart?’
‘Ja.’
‘Opent u nog eens Internet Explorer?’
‘Het lukt!’
‘Vul nu in de zoekba…’
‘Hij vraagt of hij ActiveX-besturingselementen mag installeren.’
‘Active-wat?’
‘ActiveX-besturingselementen. Installeren of annuleren?’
‘…Euh.’
‘Ik heb op installeren geklikt. Het duurt een minuutje of… O, hij is al klaar.’
‘Goed zo. Vult u nu in de zoekbalk in…’
‘Wacht even, er komt een pop-up.’
‘ …’ (geërgerd gezucht)
‘Er staat: de updates zijn geïnstalleerd. Met twee keuzeknoppen: Computer nu opnieuw starten, of Computer later opnieuw starten.’
‘Kiest u maar later starten.’
‘Is gebeurd!’
‘Nu vult u in de zoekbalk in: http://www.u4mirco.soft5. …’
‘Www.u4mir… en dan?’
‘U4mirco.soft5 …’
‘Mirco.soft… O, daar is ie weer.’
‘Daar is wie weer?’
‘De pop-up. De updates zijn geïnstalleerd. Nu of later heropstarten?’
‘Later!’
‘Later?’
‘Ja! Later!’
‘Oei, ik heb op nu geklikt.’
‘ …’ (gefrustreerd gemompel)
‘Ik dacht: anders blijft hij het om de minuut vragen.’
‘…’ (binnensmonds gevloek)
‘Zo, daar zijn we weer.’
‘U opent de browser en typt in de zoekbalk…’
‘Ah, potver, Internet Explorer reageert niet. Zal ik ‘m helemaal opnieuw opsta…’
Tuut-tuut-tuut.
‘Hallo, Microsoft-meneer?’

De Quote

DonkereToren-quote

Over sommige schrijvers wil je geen kwaad woord horen. Vaak omdat je hun oeuvre leerde kennen in je tienerjaren. Tijdens een etentje ontstond ooit een discussie over A. F. Th. van der Heijden. Iemand verdedigde hem vurig, met als belangrijkste argument: ‘Toen ik 17 was, blies Vallende ouders mij omver.’ 

Er zijn enkele boeken die mij omver geblazen hebben in de jaren dat ik te oud werd voor jeugdboeken: Papillon (Henri Charrière), Alles moet weg (Tom Lanoye), Anus Mundi (Wieslaw Kielar), Suiker (Hugo Claus), De Tunnel (André Lacaze), Olivetti 82 (Eriek Verpale), Animal Farm (George Orwell) en De Rattenoorlog (David L. Robbins). Maar van één auteur was het zijn volledige oeuvre dat diepe indruk maakte. Zo erg zelfs dat er een spelletje ontstond tussen mij en mijn bibliotheekvrienden Lode en Kurt om als eerste een nieuw boek van hem te lenen.

‘Bwah’ en ‘Pffft’ zijn reacties die ik vaak krijg als ik het heb over Stephen King. En daarna: ‘Ik heb het eens geprobeerd, maar…’, gevolgd door schouderophalen. Die reactie kan ik best begrijpen, want het hangt er een beetje van af welk King-boek je eerste kennismaking is. Ik had het geluk eerst het soort King-boeken te lezen die me het meest bevallen, namelijk de romans met weinig of geen paranormale hocus-pocus.

Kings talent voor psychologische horror komt het beste naar voren in zijn boeken over gewone stervelingen die in afschuwelijke situaties terechtkomen, vaak zonder dat er sprake is van paranormaal gedoe, bijvoorbeeld:
Cujo: een hondsdolle Sint-Bernard terroriseert een vrouw en haar zoontje,
Misery: na een verkeersongeval wordt schrijver Paul Sheldon wakker in het huis van zijn grootste fan, die al snel zijn grootste nachtmerrie wordt,
Het meisje dat hield van Tom Gordon: een meisje verdwaalt in het bos en hoopt dat haar liefde voor baseballspeler Tom Gordon haar zal redden,
Een goed huwelijk (kortverhaal in de bundel Aardedonker zonder sterren): een vrouw ontdekt dat haar man een gezochte seriemoordenaar is en beslist om het te verzwijgen.
Van dit soort King-verhalen werden enkele van de meest beklijvende films gemaakt, zoals Misery, The Shawshank Redemption, Stand by Me of Dolores Claiborne.

Vervolgens zijn er de boeken met een paranormaal hoofdpersonage. De bekendste personages in die categorie zijn Carrie (een meisje dat de pesterijen van haar klasgenoten beu is), en de reus John Coffey uit The Green Mile (een terdoodveroordeelde met de kracht mensen te genezen). Maar de paranormale gave kan ook gewoon bij een machine liggen (zoals Christine, een Plymouth Fury met een slecht karakter) of bij een voorwerp (een simpele trap in 22-11-1963). ‘Het meest ongeloofwaardige geloofwaardig maken is het meesterschap van Stephen King’, schreef recensent Fred Braeckman deze week op de Knack-site. Helemaal terecht, al hebben sommige mensen mogelijk al moeite hierin mee te gaan.

Nog verder gaat King in zijn boeken waar een hele omgeving paranormaal is, waar diverse universa samenkomen of waar mensen worden bedreigd door buitenaards gespuis. Dat leverde meesterwerken op als The Shining en De Noodzaak, maar ook romans waarin het allemaal wat véél wordt (Desperation, Duma, Lisey’s verhaal).

En dan heb je nog King’s fantasy-epos De Donkere Toren. Daarover zegt King zelf: ‘Als ik ergens voorlees uit mijn werk vraag ik de aanwezigen soms om hun hand op te steken als ze een of meer van mijn romans hebben gelezen. Aangezien ze de moeite hebben genomen naar de lezing te komen – en soms moeten ze zelfs een babysitter inhuren of een keer extra tanken – is het natuurlijk geen verrassing dat de meesten hun hand opsteken. Dan vraag ik ze om hun hand omhoog te houden als ze een of meer van De Donkere Toren-verhalen hebben gelezen. Als ik dat zeg, gaat altijd minstens de helft van de handen omlaag’ (De scherpschutter, p. 18-19).

Tot vorige week behoorde ik tot de groep die zijn hand omlaag zou hebben laten zakken. Nu niet meer, want toen ik in mijn favoriete boekhandel struinde, viel mijn oog op een nieuwe editie van het laatste De Donkere Toren-deel. Ik las de achterflap.

Om daar een quote aan te treffen.
Van mezelf.
Een quote van mezelf! Op een boek van Stephen King! Het oeuvre waar ik vroeger om vocht met Kurt en Lode (al betekent vechten  in een bibliotheek hooguit elkaar in stilte porren).

Ik kocht het boek. Maar De Donkere Toren bestaat uit 7 (!) delen.
Het spreekt voor zich dat ik ze nu allemaal in huis haal.

Voor het volgende jaar heb ik leesvoer genoeg.
En geen kwaad woord erover.