Het lijk komt uit de kast

2018Thrillersdef

Literaire auteurs die zich aan een thriller wagen, het gebeurt steeds meer. In het voorjaar van 2017 verschenen maar liefst drie literaire thrillerdebuten: Nachtwandeling van Robbert Welagen, Het lijk in de boomgaard van Geert van Istendael en Dagboek uit de rivier van Jan van Mersbergen (onder het pseudoniem Frederik Baas). De afgelopen jaren gingen Herman Brusselmans, Daan en Thomas Heerma van Voss en Arjen Lubach hen voor. In het nieuwe nummer van Ons Erfdeel neem ik deze thrillers onder de loep.

Waarom kozen deze auteurs plots voor het thrillervak? ‘Ik houd heel erg van het genre’, zegt Robbert Welagen in een interview met Carolina Lo Galbo voor VPRO Boeken. ‘Ik lees het graag, ik kijk het graag op televisie. Dat doe ik eigenlijk al heel lang. Het begon toen ik nog thuis woonde bij mijn ouders en meekeek naar series op televisie.’ Eenzelfde geluid bij Geert van Istendael in een interview voor Bruzz: ‘Ik lees al 50 jaar misdaadromans. Al heel lang Simenon (…). Zo vreemd is het dus niet dat ik me aan het genre waag.’

In het programma TerZake zegt Herman Brusselmans: ‘Ik lees zelf veel thrillers. Ik heb bewondering, belangstelling ook, voor thrillerschrijvers. En wat ik daarmee kan doen is het parodiëren, er een pastiche van maken.’ Aan Hebban bekent Arjen Lubach waarom hij een thriller schreef: ‘Allereerst omdat ik mijn collega-schrijvers wel eens hoorde zeggen: “als het misgaat kan ik altijd nog een thrillertje schrijven”. Dat dacht ik zelf ook wel eens, maar eigenlijk vond ik dat ook best wel arrogant. Want is het wel zo makkelijk om een thriller te schrijven? Ik wist dat ik daar alleen maar achter zou komen door het te proberen. Het is een heel eigen metier, weet ik nu. Het uitdenken van de puzzel, het achterhouden van informatie, het werken naar een plot. Ik vond dat erg leuk om te doen, maar ook best moeilijk.’

Daan Heerma van Voss zegt op Hebban: ‘Er wordt te licht gedaan over het schrijven van een thriller. We wilden niet zomaar een grap uithalen, je moet de lezer serieus nemen om zelf serieus genomen te worden. We zouden ons committeren aan het genre, en aan de arbeid.’ Thomas: ‘Het onderscheid tussen ‘thriller’ en ‘roman’ wordt vaak veel te stellig en zwart-wit gemaakt, en het wordt ook veel te snel gekoppeld aan kwalitatieve oordelen. Ik ken talloze veelgeprezen romans die, als er thriller op had gestaan, eenvoudig als thriller door het leven hadden gekund. Omgekeerd heb ik genoeg thrillers gelezen die ik diepgravender vond dan menig roman.’

Jan van Mersbergen tot slot is al bezig aan zijn tweede misdaadroman. Hij doet dat echter onder het pseudoniem Frederik Baas. Op zijn website verklaart hij waarom: ‘De verdeling: Jan schrijft romans en Frederik Baas thrillers is helder. In feite denk ik dat de genres anders zijn maar dat het vreemd is dat een schrijver zich zou moeten beperken tot één genre. Lezers lezen romans en thrillers door elkaar, boekhandelaren verkopen romans en thrillers door elkaar, waarom zou ik als romanschrijver me niet aan een thriller wagen? Echter dan wel met een duidelijk onderscheid. Niet als romanschrijver die zich schaamt voor dit genre, maar met dit boek als het begin van een nieuw merk.’

Hoe goed zijn de misdaadromans van deze literaire schrijvers? Tillen ze het genre op of vallen ze door de mand? Dat lees je in Ons Erfdeel.

De Schaduw van Dick Bruna

Het nieuws over het overlijden van Dick Bruna katapulteerde me terug naar de avond van 1 juni 2010. Ik zat in de Melkweg in Amsterdam, op het puntje van mijn stoel, gefocust op één zaak: de zeefdruk in de handen van Marion Pauw.

De zeefdruk hoorde bij de Schaduwprijs, de prijs voor het beste Nederlandstalige thrillerdebuut. De afbeelding was eenvoudig: een zwart figuurtje op een wit vel A4-papier.

Maar o, o, o, wat wilde ik die zeefdruk graag! Hij was van de hand van Dick Bruna, wereldberoemd als de geestelijke vader van nijntje, maar daarnaast ook de geniale ontwerper van talloze covers van De Zwarte Beertjes-pockets. In die reeks verschenen ook ontelbare avonturen van Havanks detective De Schaduw, het figuurtje dat was afgebeeld op de zeefdruk.

‘Ik had veel bewondering voor Havank’, zei Dick Bruna daar zelf over in het boek Gesprekken met Dick Bruna van Céline Rutten. ‘Degene voor wie ik het liefst omslagen heb gemaakt, was Havank. Het werk van Simenon ging wel veel dieper en paste ook veel beter bij mijn karakter, bij mijn werk en bij de sferen van Parijs die mij lief zijn. Maar bij de omslagen van Havank had ik het gevoel: hier heb ik de eenvoud bereikt die ik altijd wilde bereiken.’

Die mooie juni-avond in 2010 ontving ik de zeefdruk, nummer 15/15, uit de handen van Marion Pauw. Sindsdien hangt het prominent in de woonkamer, naast de verzameling beduimelde Havanks die ooit kapot gelezen werden door mijn ooms Manu en Damien. Regelmatig glijdt mijn blik naar het mannetje met de bolhoed, de paraplu en de sigaret in de mond. Je ziet hem zo in Zuid-Frankrijk rondlopen.

Het Zuid-Frankrijk waar Dick Bruna zelf graag op terugblikte in het boek van Céline Rutten: ‘In Cagnes-sur-Mer aan de Côte d’Azur had Havank een kamertje gehuurd en dat zag er net zo uit als op een schilderij van Matisse: openslaande deuren met een balkonnetje ervoor dat rechtstreeks uitkeek op zee. Rechts stond een tafeltje met zijn schrijfmachine en ik vermoed ook wel een glaasje wijn. (…) Ik ben daar meer dan eens geweest, want om daar te zijn … dat was het helemaal. (…) Om dan ’s avonds als het donker was, door die straatjes te lopen en te voelen: die en die heeft hier ook gelopen. Dat was diep geluk.’

Haast je, nimf!

Vorige week was ik te gast bij Opium op 4, een programma ‘boordevol klassieke muziek en doordrenkt van Kunst & Cultuur’, met het sfeervolle Amsterdamse Vondelpark als achtergrond.

Ik mocht enkele muziekstukken kiezen. De avond opende met mijn favoriet, die ik hier graag nog eens deel. De aria Haste thee nymph van Haendel is een uitbarsting van vrolijkheid en toverde een glimlach op het gezicht van de aanwezigen.

Waarom had ik dit stuk gekozen, vroeg presentatrice Andrea van Pol.

Als misdaadschrijver word ik vaak aangesproken op de donkere kant van de mens. ‘Kijk eens een beetje dreigend’, zeggen fotografen net voor ze afdrukken, en journalisten willen weten aan welk duister brein al die misdaadverhalen ontspruiten.

Natuurlijk koester ik een buitensporige interesse in de achterbuurten van de menselijke geest; het is spannend en uitdagend. Maar veel belangrijker nog zijn humor en jeugdige vrolijkheid, de brandstof voor de verwondering die verhalen doet ontstaan, en die Haste thee nymph zo mooi bezingt:
Haste thee nymph, and bring with thee
Jest and jouthful Jollity.

Of zoals Roald Dahl het belang ervan omschrijft: ‘When you’re old and experienced enough to become a competent writer, by then you have become pompous and adult, grown-up, and you’ve lost all your jokiness. Unless you are a kind of undeveloped adult and you still have an enormous amount of childishness in you, and you giggle at funny stories and jokes and things, I don’t think you can do it.’

Daarom wens ik je in 2017 veel gelach en scherts en jeugdige vrolijkheid toe. Haast je, nimf!

Afbeelding: detail van La nymphe surprise van Manet.

Witte Raaf scoort!

Je charmantste collega wordt je grootste vijand, het is een situatie die veel mensen herkennen. ‘Nick Farkas is een snelle jongen die het goed kan uitleggen,’ schrijft Johanna Spaey treffend in Knack Focus, ‘zo’n kerel met een visie waar noodlijdende bedrijven graag voor op de rug gaan. Maar Farkas kan alleen gloriëren door iemand anders tot zwart schaap te maken, het liefst net die collega die het minst door zijn klatergoud wordt verblind.’

De eerste reacties op Witte Raaf zijn lovend:

Witte raaf is een intelligente whydunnit die uitblinkt in de psychologische karakterschetsen. De fijnzinnige plot toont aan hoe daden in een fatale uitweg kunnen ontaarden.’ (Soraya Vink op Hebban.nl (****))

‘Dehouck heeft Witte Raaf sterk geplot en stilistisch vaardig neergepend. Zelf noemt Dehouck zijn roman een trilogie in één: psychologische roman, politieroman en rechtbankthriller. Witte Raaf bewijst dat hij de drie genres in de vingers heeft en tot een sterk samenhangend geheel kan smeden: Witte Raaf is een van de beste Vlaamse misdaadromans van het najaar.’
(John Vervoort in Het Nieuwsblad (****))

Witte raaf is een geslepen, inventieve thriller. Het laat zich vlot lezen, het roept diverse gevoelens op tijdens het lezen en de opbouw van het verhaal is magnifiek. Van Dehouck is bekend dat hij een meester is in het beschrijven van de sfeer, wat zich vaak uitte in onheilspellende dorpsgemeenschappen. In Witte raaf heeft hij deze klasse op een briljante manier toegepast op de personages.’ (Mads Bruynesteyn op ThrillZone.nl (****))

‘De Vlaamse schrijver Bram Dehouck weet zijn personages prachtig neer te zetten. Vooral de flamboyante nieuwkomer Nick Farkas en de stroeve Stefanie komen goed uit de verf. (…) Witte Raaf is een mooi geschreven boek met een heel bijzondere opbouw van de plot.’ (Gijs Korevaar in Nederlands Dagblad)

‘Het boek valt in drie delen uiteen. De plotzetting waaruit een misdaad voortvloeit, het onderzoek en de rechtszaak. De uiteindelijke uitspraak doet er uiteindelijk niet toe, Dehouck heeft tegen dan allang zijn jeukpoeder, dat de naam Nick Farkas draagt, tot in onze diepste vezels geïnjecteerd. Mooi boek van een nog veel te weinig bekende Vlaamse auteur!’ (Geert D’Hulster in Gazet van Antwerpen)

‘Bram Dehouck is een schrijver die zeer bedreven is in het beperkt maar toch uiterst boeiend houden van het verhaal. Het pesten op het werk, het veelvuldige succes van holle praat en luchtfietserij en het niet zelden manipulatieve optreden van advocaten in rechtszaken zijn aansprekende thema’s. De stijl van Dehouck is ogenschijnlijk eenvoudig maar wel degelijk fijnzinnig met een licht en aangenaam Vlaams accent dat de Nederlandse lezer geen enkel begripsprobleem geeft.’ (Charles Kuijpers op De Perfecte Buren (*****))

‘Zoals altijd is Dehouck stilistisch sterk, verzint hij knappe plots en voert hij mensen zoals u en ik op.’ (Johanna Spaey in Knack Focus (***))

‘Meeslepend en niet neer te leggen.’ (Caroline De Ruyck in Het Laatste Nieuws)

Witte Raaf (2016)

Mijn volgende boek, Witte Raaf, zal verschijnen in 2016.

Het boek was gepland voor september 2015.
Maar een Witte Raaf laat zich niet gemakkelijk temmen.
Dat leerde ik op een lome zomermiddag…

Terwijl ik over mijn manuscript gebogen zat, verzonken in gedachten over plot en structuur, weerklonk op een laat uur plots een vreemd geluid.
Tik tik tik.
Tik tik tik.
‘Het is een bezoeker die zachtjes klopt. Dat is het en niets anders.’
Op mijn ‘Binnen!’ volgde stilte.

Verloor ik nu mijn zinnen? Ik voelde een lichte bries, zachtjes langs de arm, de adem van een spook. Ging mijn fantasie met me op de loop? Het was het kraken van hout, het kreunende huis onder de zomerhitte, slechts dat. Onschuldige geluidjes in de muren, als gerommel in een buik. Ik rekte me uit en riep ‘Wie is daar?’, voor mijn eigen gemoedsrust weliswaar.

Weer kwam er niets. De stilte, ondoorbroken, bracht mijn hart weer tot rust. Aan het raam zag ik lucht. ‘Het is de wind, en niets anders.’

TIK TIK TIK.
Toen klonk het weer, harder deze keer. De lucht was ondertussen rood doorlopen, steeds donkerder kleurde het, als het bad van Marat. Ik opende het raam en weldra stapte een Witte Raaf de kamer binnen. Statig waaierde hij zijn veren uit, die glanzend de rode gloed weerkaatsten. Hij keurde mij geen blik waard; met enig gekras vloog hij hoog boven de deurpost, en streek neer op de buste van Anton Vancas.

Zijn bloedige ogen gericht op het blauwe licht van mijn computerscherm, zei Witte Raaf: ‘Nee, niet zo.’

Ik verwonderde mij over het sprekende beest, zijn klare stem, zijn intelligente geest. Neergezeten in de bureaustoel kon ik slechts gissen. Wat wilde dit dier mij duidelijk maken? Door mijn hersens raasden honderden zaken, en ik raakte weer in gemijmer verzonken. Maar Witte Raaf, verheven op zijn buste, zijn ogen op het scherm geklonken, zei alleen die woorden:
‘Nee, niet zo.’

Ik las de zinnen op het scherm. Bemoeide het dier zich met mijn geschrijf, of uitte hij die woorden zonder weten? Leerde hij ze van een viswijf of een dwaze vent? Of was hij werkelijk intelligent? Vandaar vroeg ik verweesd: ‘Ben jij het die mij de les spelt?  Wil je dat ik de tekst omgooi? Wil je dat ik de structuur verander? Wil je dat ik voor jouw grillen plooi?’

Witte Raaf, hoog gezeten als een rechter, liet niets anders weten, hij bewoog geen veer. Zijn scherpe bek wees, dreigend als een mes, naar het scherm.
‘Nee, niet zo.’

‘Monsterlijke onheilsprofeet! Goed, dan pas ik aan. Maar dan moet je wel verstaan, dat alles wat langer duurt. Verdwijn nu, ga terug van waar je komt, verdomd!’

Witte Raaf bleef, met een strenge blik, zijn klauwen op de buste rustend. Als op deze herfstige novemberdagen, terwijl het buiten hagelt en regent, zijn schaduw groot over de vloer valt, zie ik hem goedkeurend knikken. En ik werk verder, mijn woorden wikkend en wegend.

De leukste maand van het jaar

Juni is de leukste maand van het jaar (behalve voor studenten).

Het begon eigenlijk al op donderdagavond 28 mei, toen Jo Claes de Gouden Strop won voor De mythe van Methusalem tijdens de Avond van het Spannende Boek. Jo en ik ontmoetten elkaar eerder tijdens de uitreiking van de Hercule Poirotprijs van 2010 en de uitreiking van de Gouden Strop in 2013, toen Jo’s inspecteur Thomas Berg de Gouden Strop nog zag gaan naar de misdaadauteur Michael Berg (Nacht in Parijs).

Het is moeilijk in juni binnen te blijven als fan van het spannende boek. De Standaard joeg me naar de boekhandel voor vijf criminele citytrips, die je voor amper 4,95 euro per stuk meenemen naar spannende toplocaties. En ook Knack gooit vijf topthrillers voor onze voeten met als thema ‘Wat als… de geschiedenis anders was gelopen?’

Wie daarin zijn gading niet vindt, kan de VN Detective en Thrillergids of de Knack Moordzomer doorbladeren, onder wiens sterrenhemel honderden thrillers meer of minder licht krijgen. Rep je trouwens maar snel naar de boekhandel, want in Nederland krijg je bij aankoop van 12,50 euro de gratis novelle Grijs Gebied van Marion Pauw. In Vlaanderen krijg je Een willekeurige vrouw van Toni Coppers bij de aankoop van Knack.

Hier zit ik nu, tussen mijn gidsen en nieuwe boeken. Maar de meeste zullen moeten wachten tot juli. Want juni staat voor mij in het teken van het afwerken van Witte Raaf, mijn nieuwe roman, die eind september verschijnt. Daarvan kan ik al de cover en de flaptekst geven. Meer nieuws volgt!

CoverWitteRaafdefNick Farkas is een man om naar op te kijken. Iemand bij wie je in de buurt wilt zijn. Een en al charme, stijl, uitstraling. Zijn cv is een opsomming van successen.

Nick Farkas is een witte raaf. Dat zegt hij niet zelf, zo wordt hij genoemd. Door hooggeplaatste mensen. Andere mensen, zij die wat langer met hem samenwerkten, vertellen een ander verhaal. Over manipulatie en intimidatie, over misbruik en regelrechte leugens. Over luchtkastelen en een opgeblazen zelfbeeld.

Maar komt hoogmoed dan niet voor de val? Nee, Nick Farkas valt niet. Want hij blijft nooit lang op dezelfde plaats. Als de grond te heet wordt, spreidt hij zijn vleugels. Nu is hij weer geland. Een nieuwe baan, een nieuw begin.

Misschien zal het deze keer anders gaan. Misschien komt Nick Farkas eindelijk zichzelf tegen.

De Nederlandse Thriller 10-daagse

NederlandseThrillerdef

Tien dagen lang staat de Nederlandstalige misdaadroman centraal op het Nederlandse platform Hebban.nl.

Sinds 19 februari, en tot en met 28 februari vind je er dagelijks kortverhalen, columns en interviews. Je kan jouw kennis van het Nederlandstalige misdaadgenre testen met de Hebban Thriller Quiz, samengesteld door wandelende encyclopedie Peter Kuijt. En als je het zelf voelt kriebelen kan je jouw schrijfkunsten testen met een 25 woorden-thriller.

Zelf ben ik drie keer aanwezig in de Thriller 10-daagse:
– In de column ‘Research kan verlammend zijn‘ laat ik mijn licht schijnen over één van de belangrijkste onderdelen van het schrijversvak, de research.
– In de interviewestafette onder schrijvers word ik geïnterviewd door Thomas Olde Heuvelt, de beste horror- en fantasyschrijver van de Lage Landen.
De minzame moordenaar is door een achtkoppige jury opgenomen in de longlist van de Canon van de Nederlandstalige Misdaadliteratuur.

Dit is de tweede editie van de Nederlandse Thriller 10-daagse. De eerste vond plaats in december 2013 en was een succes voor zowel de bezoekers als de beheerders van de website, liet organisator Sander Verheijen weten aan Boekblad. De tiendaagse moet een jaarlijks evenement worden. ‘Ik hoop natuurlijk wel dat het evenement iets doet voor de Nederlandse thrillerschrijvers in de boekhandel’, zegt Sander. ‘Crime is tenslotte nog steeds het best gelezen genre.’

Na de val

AftertheFall

In het februarinummer van Ellery Queen’s Mystery Magazine verschijnt mijn verhaal After the Fall, naar het Engels vertaald door Josh Pachter. Ellery Queen’s Mystery Magazine is het oudste Amerikaanse magazine voor korte misdaad- en mysterieverhalen. Onder andere Jeffery Deaver, Ruth Rendell, Stephen King en P.G. Wodehouse schreven er verhalen voor.

After the Fall verscheen eerder in Crimezone Magazine (november 2012) onder de titel De redder en de dood. De nieuwe, licht gewijzigde Nederlandstalige versie Na de val kan je hier lezen.

After the fall gaat over Alice, die in haar badkamer ongelukkig ten val komt. Urenlang ligt ze op hulp te wachten, maar ze beseft dat die niet zal komen. Tot er twee mannen inbreken.

Ik moest afgelopen week aan Na de val denken toen Saskia Noort een proces verloor tegen een collega-schrijver. Volgens Noort nam de andere auteur te veel elementen over uit haar werk. Ze verloor de rechtszaak; de rechter oordeelde dat Noorts auteursrecht niet geschonden was.

Men zegt vaak dat schrijvers met hun hoofd in de wolken leven. Dat klopt; elke schrijver heeft een soort gedachtewolk vol ideeën, losse draadjes, herinneringen en belevenissen die allemaal ooit in een boek kunnen belanden.

In een wolk wordt het zicht troebel. Na een tijd wordt het flou waar een idee precies vandaan kwam: was het een plotse inval? Was het een artikel uit de krant? Of inspireerde een verhaal van een andere schrijver tot iets nieuws ?

Enkele maanden geleden verscheen een roman met precies hetzelfde uitgangspunt als Na de val: een oude vrouw valt in de badkamer, denkt dat ze het niet overleeft, maar ze wordt gered door twee inbrekers. Zelfs de manier waarop de inbrekers de vrouw helpen is exact dezelfde…

Ik heb er een raar gevoel bij als een andere schrijver met hetzelfde idee op de proppen komt. Alsof iemand in een luchtballon door mijn wolk is gevlogen.

Maar kan een idee jouw eigendom zijn? Hoe kan je bewijzen dat iemand je idee koudweg overneemt, of dat die persoon gewoon op een gelijkaardige gedachte gestoten is? Hoe origineel is een idee? En waarin schuilt de originaliteit? In je thema en uitgangspunt? Of in wat je er precies mee doet? De valpartij in de badkamer haalde ik zelf uit de krant: het was een Waalse vrouw overkomen die via de media haar redders wilde bedanken. Als dit artikel in mijn gedachtewolk terechtkwam, zat het wellicht ook bij tien andere schrijvers in hun wolk.

Veel schrijvers stellen dat ze bij het schrijven van een boek liever geen andere romans lezen, ‘om niet beïnvloed te worden’, zowel inhoudelijk als stilistisch. In recensies lees je regelmatig dat schrijver x de mosterd haalde bij schrijver y. Dat zal soms wel het geval zijn, maar even vaak ook niet. Er is al zo veel geschreven dat het haast onmogelijk is om nog een originele zin op papier te zetten.

Daarnaast vertellen schrijvers liefst niets over de inhoud van hun volgende boek. De kans is te groot dat een andere schrijver het leest en het een onderdeel wordt van zijn gedachtewolk. En dat willen we vermijden: als onze wolken botsen, komt er gegarandeerd onweer van.

Kan een hedendaagse roman nog een klassieker worden?

Op dit moment verblijf ik in het Engelse dorp King’s Abbot, waar ik uitgenodigd ben in Fernley Park, het landhuis van Roger Ackroyd. Het is een prachtig landhuis met een grote tuin en een goudvissenvijver, tot in de puntjes onderhouden door butler Parker en huishoudster miss Russell. Het zou een heerlijk verblijf kunnen zijn, ware het niet dat landjonker Ackroyd gisteravond dood gevonden werd in zijn studiekamer, een antieke Tunesische dolk in de rug.

Volgens de Crime Writers’ Association is De moord op Roger Ackroyd van Agatha Christie de beste detective aller tijden. Het boek is samen met vier andere Christies opnieuw uitgegeven door Pantheon Klassiek. In de boekhandel stond de roman naast De blauwe kamer van Georges Simenon, van wie ook enkele romans in een nieuw jasje zijn gestoken door De Bezige Bij.

De moord op Roger Ackroyd is geschreven in 1926, De blauwe kamer in 1963. Wat maakt deze boeken onsterfelijk? Volgens mij is dat:
– de taal. De tekst smaakt zo fris als een vers geplukt appeltje, alsof de romans pas gisteren geschreven zijn.
– de sfeer. De verhalen brengen je terug naar de tijd van stoomtreinen, rookkamers, dienstmeisjes en butlers (in het geval van Christie) of Franse cafés, bakelieten telefoons, veldwachters en blikslagers (in het geval van Simenon).
Die combinatie is het recept voor een klassieker.
Maar er is nog een belangrijke voorwaarde: de tekst is na al die tijd nog te begrijpen.

Gisteren schreef ik een hoofdstuk van mijn nieuwe roman, en vroeg ik me af: zal een hedendaags boek ooit een klassieker kunnen worden? Mijn personage surft op het internet, waar hij het Facebookprofiel van een ander personage bekijkt. Hij gebruikt daarvoor zijn laptop.

In deze tijden van voortrazende technologie raakt iets snel gedateerd. Kent iemand nog de floppy of de diskette? Herinnert iemand zich de semafoon? En wat met boeken waarin die spullen gebruikt worden? Zijn die al even gedateerd als de technologie zelf, of zullen we dat binnen twintig jaar zo charmant vinden als de bakelieten telefoon en de deux-chevaux? Of zullen lezers dan helemaal niets meer begrijpen van dat getwitter, ge-sms, gechat en geWhatsApp?

De kracht van de boeken van Simenon en Christie ligt ook daar: dat ze plaatsvinden in een tijd zonder smartphones, flatscreens, digitale tv of sociale media. Moorden worden opgelost met de grijze hersencelletjes, een pijp of vergrootglas in de hand. De boeken blijven voor eeuwig en altijd herkenbaar. In mijn verhalen gebruik ik de nieuwe technologie met enige tegenzin: misschien zijn binnen tien jaar alle laptops vervangen door tablets, stuurt niemand nog een sms en is Facebook een platform voor nostalgici.

De toekomst zal uitwijzen of hedendaagse romans ook blijvertjes kunnen worden, of dat de voortrazende technologie ze op een bepaald moment niet te begrijpen zal maken.

(Foto: David Suchet als Hercule Poirot in de televisiereeks Agatha Christie’s Poirot)