Hoe herken je een witte raaf?

Bedrijven zoeken altijd naar de beste medewerker. Een witte raaf. Maar mensen die zich profileren als een witte raaf, zijn het vaak niet. Doorgaans brengen deze zelfvoldane medewerkers het bedrijf ernstige schade toe.

Maar hoe herken je zo’n foute witte raaf?

Solliciteren
Een witte raaf solliciteert het liefst voor een leidinggevende functie bij een prestigieus bedrijf. Zijn cv oogt in eerste instantie indrukwekkend en getuigt van talent en ambitie. Als het allemaal klopt … Tijdens zijn sollicitatiegesprek zal de witte raaf zijn netwerk en zijn verwezenlijkingen ernstig overdrijven. Hij ziet zichzelf écht als een toptalent en eist een navenant loon en voordelenpakket. Graag aangevuld met een ruime vakantie.

Wittebroodsweken
Tijdens zijn wittebroodsweken werkt de witte raaf verder aan zijn vertrouwensband met de bedrijfstop: hij ontdekt hun stokpaardjes, praat hen na en speelt in op hun zwakke plekken. Hij wordt stilaan een vertrouwenspersoon.
Tegelijk ontrafelt hij dankzij zijn oppervlakkige charme de relaties tussen de collega’s. Hij is vriendelijk tegen de mensen die nuttig kunnen zijn – op welk vlak dan ook – en neutraal tegen de mensen die voor hem geen meerwaarde bieden. Mogelijke communicatielijnen tussen zijn ondergeschikten en de directie knipt hij door onder het mom van “efficiënt management”.

Door de mand
De witte raaf valt al snel door de mand door zijn oppervlakkige kennis, zijn gebrek aan talent en zijn stuitende luiheid. Dat deert hem niet, want enkel de experts in zijn vakgebied doorzien hem. En dat zijn bijna altijd zijn ondergeschikten. Door hun ideeën en realisaties bij de directie te verkopen als de zijne en door zijn eigen fouten en blunders af te schuiven op anderen, blijft de witte raaf buiten schot. Omdat hij de enige contactpersoon met de directie is, horen zij enkel zijn kant van het verhaal.

Druk, druk, druk
Ondertussen heeft hij het “druk, druk, druk”. Hij maakte onhaalbare beloftes tegenover de bedrijfstop en zijn dienst verkeert in een malaise. Om zijn medewerkers in diskrediet te brengen, schrikt hij er niet voor terug de eigen dienst te saboteren. Op een cynische manier heffen de twee problemen elkaar namelijk op: goede resultaten zijn pas mogelijk als de dienst goed werkt. De witte raaf krijgt vrij spel om zijn dienst “te stroomlijnen”. Voordeel 1: hij krijgt uitstel om zijn doelstellingen te halen. Voordeel 2: hij kan de medewerkers elimineren die zijn ware aard kennen. Zij worden ontslagen of zoeken moegetergd zelf een nieuwe job.

Uitblinken
De witte raaf blinkt verder uit in afwezigheid. Na een urenlange lunch komt hij te laat, áls hij al komt opdagen. Zijn agenda staat vol onduidelijke afspraken en hij neemt om de haverklap vakantie.

Komt de bedrijfstop dan nooit achter zijn ware aard? Toch wel, maar vaak als het te laat is. Ondertussen heeft het bedrijf veel geld verloren, en vaak ook reputatieschade geleden bij externen die met de witte raaf in aanraking kwamen.

Maar kan het ook anders? Kan een witte raaf uiteindelijk ook zichzelf uitschakelen?
Die vraag stel ik in mijn nieuwe boek, Witte Raaf.

Af!

Eindelijk

De definitieve versie van Witte Raaf is klaar.

Het heeft een tijdje geduurd, langer dan verwacht. Maar het heeft geloond. Na de eerste versie werd beslist om de structuur te veranderen, wat het boek meteen een stuk ambitieuzer maakte. Het is een trilogie in één boek geworden: een psychologische roman, een politieroman en een rechtbankthriller.

Natuurlijk werd mijn concentratie ook op de proef gesteld door allerlei zaken die ik niet als excuus wil inroepen, zoals familiale perikelen, een hypochondrisch huisdier, twee mislukte hopoogsten, allergische aanvallen, een uitdijend vetpercentage, buitenlandse besognes, aanslagen op het gezond verstand, aanslagen op de goede smaak, filmische frustraties en foute muziekkeuzes.

Maar nu is het verhaal over de vernietigende kracht van bedrijfsoplichters, het type collega dat je niet wil meemaken, eindelijk af. Met de luizenkam worden nog de laatste punten en komma’s eruit gehaald. En dan is het zover: in oktober ligt Witte Raaf in de rekken.

Het wandelshotje

wandelshotje

‘En nu nog een wandelshotje.’
De journaliste draaide zich naar de cameraman, die de omgeving afspeurde.
‘Van het kerkhof naar de bakkerij en dan de hoek om’, stelde hij voor.
De journaliste knikte.
‘Ja, dat is prima.’
Terwijl ze zich naar mij omdraaide, sjokte de cameraman naar de bakkerij.
‘Een wandelshotje?’ vroeg ik.
‘Voor de voice-over’, zei ze. ‘Dat doen we vaak.’
Ze hadden me gefilmd bij mijn boekenkast, ze hadden me kort geïnterviewd, en nu wilden ze wat actiever beeldmateriaal voor de reportage.
‘Het is simpel, hoor’, zei de journaliste. ‘Je vertrekt van op het kerkhof, hier’, – ze wees een tegel aan – ‘en je wandelt naar ons toe. Je passeert ons en gaat de hoek om.’
‘Oké’, zei ik.
‘Let erop dat je niet in de camera kijkt.’
‘Oké.’
‘En dat het natuurlijk overkomt.’
‘Natuurlijk’, zei ik. Ik glimlachte.
‘Ik geef je een teken wanneer je mag starten.’

Ze wandelde naar de cameraman. Ik keek hoe zij het deed. Relaxt. Natuurlijk. Haar collega tilde de camera als een bazooka op zijn schouder. Ik schatte de afstand twintig meter.

Ik ademde diep in, denkend aan de tijd dat ik in de schoolfanfare speelde. Daar had ik geleerd te marcheren. Ik zag de dirigent voor me, die tijdens repetities ‘links rechts links rechts’ blafte. ‘Beginnen met links!’ schreeuwde hij als een onverlaat het waagde met zijn rechtervoet te starten.
Plots stond ik weer op het podium van Dimanche Martin, het zondagmiddagprogramma op France 2. De fanfare zou er een spectaculaire choreografie brengen voor een miljoenenpubliek. Het toppunt in onze carrière. In alle huiskamers stond de videorecorder klaar om het historische moment op te nemen. De camera zoomde op me in, en ik startte met het foute been. Een ziedende blik van de dirigent en een huppelpasje later zat ik in het juiste ritme. Maar het kwaad was geschied. Op de televisie en op de videobanden van alle fanfareleden was mijn huppeltje te zien geweest.

De muziek speelde door mijn hoofd. Ti-ra-ta-ta. Ik moest erop letten niet te marcheren. Marcheren is niet natuurlijk. Ik moest er ook op letten niet te huppelen. Gewoon, simpel wandelen. Twintig meter. Ik keek naar het duo bij de bakkerij. De journaliste maakte een teken. Kom maar, las ik erin.

Ik begon met het rechterbeen. Als door een bij gestoken maakte ik een huppelpasje. Verdomme toch. Ik keek naar de televisiemensen, in de verwachting een teken te krijgen om opnieuw te beginnen. Maar de camera bleef draaien en de journaliste staarde me stoïcijns aan. Niet in de camera kijken! Ik verlegde mijn blik naar een raam in de verte, terwijl het bloed naar mijn hoofd steeg. Links rechts links rechts. De twintig meter leken een eeuwigheid te duren. Niet marcheren! Gewoon wandelen! Maar ik had geen controle meer over mijn benen, ik leek vanaf mijn middel verdoofd. Mijn benen leidden een eigen leven, als de bezems van Micky Mouse in Fantasia. Links rechts links rechts.

Met een bloedrode kop marcheerde ik voorbij de cameraman de hoek om. Stilletjes aan kwam het gevoel in mijn benen terug. De televisiemensen praatten gedempt tegen elkaar. Ik draaide me naar hen toe.
‘En?’
‘Het is oké’, zei de journaliste.
‘Dat begin knippen we eruit’, zei de cameraman.
‘Omdat ik huppelde?’
De twee wisselden een blik.
‘Je keek in de camera’, zei de journaliste met een glimlachje.

Sinds die dag let ik erop tijdens het tv-journaal. ‘Hé, een wandelshotje’, zeg ik dan. En ik kijk niet naar de wapperende doktersjas, de dossiers onder de arm van de politicus of het boek dat de schrijver in zijn handen klemt. Ik kijk naar de rode kop, naar de ogen die star voorbij de camera kijken, en naar de benen die een eigen leven leiden. Links rechts links rechts.

Deze column verscheen eerder deze week tijdens de Hebban Thriller Tiendaagse.

 

2016 wordt internationaal jaar

InternationaalDef

Met een Engelse, Duitse en Franse vertaling wordt 2016 een internationaal jaar.

A Sleepless Summer
Op 3 december 2015 verscheen A Sleepless Summer in het Verenigd Koninkrijk. Het is de vertaling van Een zomer zonder slaap, de roman over een dorp dat ten onder gaat aan de gevolgen van een windmolenpark. Het boek kreeg lovende kritieken en won de Gouden Strop 2012, de Knack Hercule Poirot Publieksprijs 2012 en werd genomineerd voor de Crimezone Best Thriller Awards.
De vertaling gebeurde door Jonathan Reeder, die eerder onder andere Bonita Avenue (Peter Buwalda) en Tonio (A. F. Th. van der Heijden) vertaalde. Het boek wordt uitgegeven door World Editions, de Engelstalige uitgeverij van De Geus-oprichter Eric Visser.

De eerste reacties op A Sleepless Summer komen binnen. De Sunday Times Crime Club schreef: ‘Dehouck creates a nasty little village, populates it with mostly unpleasant characters and lets the murder and mayhem commence. Grimly enjoyable.’

Online recensente Raven Crime Reads schrijft in een recensie: ‘It’s like the blackest version of Midsomer Murders you could possibly imagine, infused with the dark, psychological tinge of the finest Scandinavian crime fiction, and I loved it. Yes I did. Loved it.’

De Franse rechten van Een zomer zonder slaap werden verkocht aan Galaade Editions. De Franse publicatie is gepland in 2016, maar een exacte datum is nog niet gekend. Vertaalster van dienst is Emmanuelle Sandron. Zij vertaalde eerder al werk van onder andere Anne Provoost en Pieter Aspe.

Der Psychopath
In 2014 werd Een zomer zonder slaap vertaald in het Duits door uitgeverij btb Verlag (Random House).
Op 6 maart 2016 verschijnt Der Psychopath bij dezelfde uitgeverij. De vertaling van Hellekind vertelt het verhaal van huisarts Chris Walschap. Hij raakt er steeds meer van overtuigd dat zijn zoon Sam uitgroeit tot een gevaarlijke psychopaat, en hij neemt een beslissing die geen enkele vader zich kan indenken.
Het boek is vertaald door Stefanie Schäfer, die ook romans van onder andere Deon Meyer en Esther Verhoef vertaalde.

Witte Raaf (2016)

Witte Raaf in 2016

Mijn volgende boek, Witte Raaf, zal verschijnen in 2016.

Het boek was gepland voor september 2015.
Maar een Witte Raaf laat zich niet gemakkelijk temmen.
Dat leerde ik op een lome zomermiddag…

Terwijl ik over mijn manuscript gebogen zat, verzonken in gedachten over plot en structuur, weerklonk op een laat uur plots een vreemd geluid.
Tik tik tik.
Tik tik tik.
‘Het is een bezoeker die zachtjes klopt. Dat is het en niets anders.’
Op mijn ‘Binnen!’ volgde stilte.

Verloor ik nu mijn zinnen? Ik voelde een lichte bries, zachtjes langs de arm, de adem van een spook. Ging mijn fantasie met me op de loop? Het was het kraken van hout, het kreunende huis onder de zomerhitte, slechts dat. Onschuldige geluidjes in de muren, als gerommel in een buik. Ik rekte me uit en riep ‘Wie is daar?’, voor mijn eigen gemoedsrust weliswaar.

Weer kwam er niets. De stilte, ondoorbroken, bracht mijn hart weer tot rust. Aan het raam zag ik lucht. ‘Het is de wind, en niets anders.’

TIK TIK TIK.
Toen klonk het weer, harder deze keer. De lucht was ondertussen rood doorlopen, steeds donkerder kleurde het, als het bad van Marat. Ik opende het raam en weldra stapte een Witte Raaf de kamer binnen. Statig waaierde hij zijn veren uit, die glanzend de rode gloed weerkaatsten. Hij keurde mij geen blik waard; met enig gekras vloog hij hoog boven de deurpost, en streek neer op de buste van Anton Vancas.

Zijn bloedige ogen gericht op het blauwe licht van mijn computerscherm, zei Witte Raaf: ‘Nee, niet zo.’

Ik verwonderde mij over het sprekende beest, zijn klare stem, zijn intelligente geest. Neergezeten in de bureaustoel kon ik slechts gissen. Wat wilde dit dier mij duidelijk maken? Door mijn hersens raasden honderden zaken, en ik raakte weer in gemijmer verzonken. Maar Witte Raaf, verheven op zijn buste, zijn ogen op het scherm geklonken, zei alleen die woorden:
‘Nee, niet zo.’

Ik las de zinnen op het scherm. Bemoeide het dier zich met mijn geschrijf, of uitte hij die woorden zonder weten? Leerde hij ze van een viswijf of een dwaze vent? Of was hij werkelijk intelligent? Vandaar vroeg ik verweesd: ‘Ben jij het die mij de les spelt?  Wil je dat ik de tekst omgooi? Wil je dat ik de structuur verander? Wil je dat ik voor jouw grillen plooi?’

Witte Raaf, hoog gezeten als een rechter, liet niets anders weten, hij bewoog geen veer. Zijn scherpe bek wees, dreigend als een mes, naar het scherm.
‘Nee, niet zo.’

‘Monsterlijke onheilsprofeet! Goed, dan pas ik aan. Maar dan moet je wel verstaan, dat alles wat langer duurt. Verdwijn nu, ga terug van waar je komt, verdomd!’

Witte Raaf bleef, met een strenge blik, zijn klauwen op de buste rustend. Als op deze herfstige novemberdagen, terwijl het buiten hagelt en regent, zijn schaduw groot over de vloer valt, zie ik hem goedkeurend knikken. En ik werk verder, mijn woorden wikkend en wegend.

De House-curve: hoe slechter de muziek, hoe luider

House-curve

De zomer is een tijd van rust en genieten. Van lekker eten en aperitiefjes op het terras, en … luide muziek bij de buren.

Wetenschappers van de universiteiten van Zwolle en Sint-Truiden deden onderzoek naar het fenomeen van de zomerse tuinmuziek. Ze kwamen tot een verrassende conclusie: ‘De muzieksmaak van mensen is omgekeerd evenredig met het volume waarop ze haar draaien’, zegt Bert Parasol, hoofd van de vakgroep Dynamische Groepspsychologie aan de UZ (Universiteit Zwolle). ‘We zien een duidelijk verband: hoe slechter de muziek, hoe harder ze wordt gezet.’

De onderzoekers deden metingen in een honderdtal woonwijken in Vlaanderen en Nederland. ‘We noteerden de geluidssterkte van elk type muziek’, zegt Alfons Zonneslag, professor Sociale Demagogiek aan de UST (Universiteit Sint-Truiden). ‘Om interferentie te vermijden, kozen we woonwijken die ver liggen van festivalterreinen.’ De metingen gebeurden in de maanden juni, juli en augustus van 2010 tot 2014.

Het resultaat was verbluffend. ‘Als we het muziekgenre in een grafiek plaatsen tegenover de geluidssterkte, zien we een duidelijke House-curve’, zegt Parasol.

‘Mensen met een goede muzieksmaak houden het stil. Zij genieten in de privésfeer van muziek en voelen niet de nood die te delen met de hele buurt. Het zijn fijnproevers die ook behoefte hebben aan rust en stilte.’

De volumeknop gaat al een stuk meer naar rechts bij fans van rock uit de jaren ’70 en ’80. ‘We hebben hier te maken met een publiek dat zijn tweede jeugd wil beleven. Het zijn voornamelijk mannen met een midlifecrisis. Zij draaien veel Kiss, Aerosmith en AC/DC. Bij vrouwen scoren Bon Jovi en Bryan Adams. Zijn hit ‘Summer of 69′ werd in 95 % van de woonwijken geregistreerd.’

Opvallend is het hoge aantal decibels van schlagers in de House-curve. ‘Hier moeten we opletten voor ruis. Schlagers zijn populair bij senioren; het hoge volume kan te wijten zijn aan hun grotere hardhorigheid.’

De top van de House-curve wordt bezet door populaire house en dance. ‘In de zomermaanden kan je niet ontsnappen aan dit soort muziek’, zegt Zonneslag. ‘Ze is alomtegenwoordig en knált werkelijk uit de boxen. Nochtans kan langdurige blootstelling leiden tot mentale afstomping, nerveuze ledematen of hevige woedeaanvallen. Schadelijke gevolgen op de lange termijn zijn niet uit te sluiten, zeker bij jonge kinderen, mensen met hartkwalen en kleine huisdieren. Het is aangewezen dat de overheid initiatieven neemt in het kader van de volksgezondheid.’

Het volume daalt opnieuw bij mensen die luisteren naar Knuffelrock. ‘Knuffelrock wordt immers vooral beluisterd door vrouwen met liefdesverdriet. Zij hunkeren naar warmte en tederheid. Dit gebeurt eerder in een donker hoekje tussen de zachte kussens en de tissues dan op een zomers terras.’

‘Mogelijk bestaat er een correlatie tussen het draaien van luide muziek in de zomer en andere specifieke sociale gedragingen, zoals smakken op restaurant, sluikstorten of parkeren voor de garage van de buren. Verder onderzoek zal dit moeten uitwijzen’, besluit professor Parasol.