2016 wordt internationaal jaar

InternationaalDef

Met een Engelse, Duitse en Franse vertaling wordt 2016 een internationaal jaar.

A Sleepless Summer
Op 3 december 2015 verscheen A Sleepless Summer in het Verenigd Koninkrijk. Het is de vertaling van Een zomer zonder slaap, de roman over een dorp dat ten onder gaat aan de gevolgen van een windmolenpark. Het boek kreeg lovende kritieken en won de Gouden Strop 2012, de Knack Hercule Poirot Publieksprijs 2012 en werd genomineerd voor de Crimezone Best Thriller Awards.
De vertaling gebeurde door Jonathan Reeder, die eerder onder andere Bonita Avenue (Peter Buwalda) en Tonio (A. F. Th. van der Heijden) vertaalde. Het boek wordt uitgegeven door World Editions, de Engelstalige uitgeverij van De Geus-oprichter Eric Visser.

De eerste reacties op A Sleepless Summer komen binnen. De Sunday Times Crime Club schreef: ‘Dehouck creates a nasty little village, populates it with mostly unpleasant characters and lets the murder and mayhem commence. Grimly enjoyable.’

Online recensente Raven Crime Reads schrijft in een recensie: ‘It’s like the blackest version of Midsomer Murders you could possibly imagine, infused with the dark, psychological tinge of the finest Scandinavian crime fiction, and I loved it. Yes I did. Loved it.’

De Franse rechten van Een zomer zonder slaap werden verkocht aan Galaade Editions. De Franse publicatie is gepland in 2016, maar een exacte datum is nog niet gekend. Vertaalster van dienst is Emmanuelle Sandron. Zij vertaalde eerder al werk van onder andere Anne Provoost en Pieter Aspe.

Der Psychopath
In 2014 werd Een zomer zonder slaap vertaald in het Duits door uitgeverij btb Verlag (Random House).
Op 6 maart 2016 verschijnt Der Psychopath bij dezelfde uitgeverij. De vertaling van Hellekind vertelt het verhaal van huisarts Chris Walschap. Hij raakt er steeds meer van overtuigd dat zijn zoon Sam uitgroeit tot een gevaarlijke psychopaat, en hij neemt een beslissing die geen enkele vader zich kan indenken.
Het boek is vertaald door Stefanie Schäfer, die ook romans van onder andere Deon Meyer en Esther Verhoef vertaalde.

Witte Raaf (2016)

Witte Raaf in 2016

Mijn volgende boek, Witte Raaf, zal verschijnen in 2016.

Het boek was gepland voor september 2015.
Maar een Witte Raaf laat zich niet gemakkelijk temmen.
Dat leerde ik op een lome zomermiddag…

Terwijl ik over mijn manuscript gebogen zat, verzonken in gedachten over plot en structuur, weerklonk op een laat uur plots een vreemd geluid.
Tik tik tik.
Tik tik tik.
‘Het is een bezoeker die zachtjes klopt. Dat is het en niets anders.’
Op mijn ‘Binnen!’ volgde stilte.

Verloor ik nu mijn zinnen? Ik voelde een lichte bries, zachtjes langs de arm, de adem van een spook. Ging mijn fantasie met me op de loop? Het was het kraken van hout, het kreunende huis onder de zomerhitte, slechts dat. Onschuldige geluidjes in de muren, als gerommel in een buik. Ik rekte me uit en riep ‘Wie is daar?’, voor mijn eigen gemoedsrust weliswaar.

Weer kwam er niets. De stilte, ondoorbroken, bracht mijn hart weer tot rust. Aan het raam zag ik lucht. ‘Het is de wind, en niets anders.’

TIK TIK TIK.
Toen klonk het weer, harder deze keer. De lucht was ondertussen rood doorlopen, steeds donkerder kleurde het, als het bad van Marat. Ik opende het raam en weldra stapte een Witte Raaf de kamer binnen. Statig waaierde hij zijn veren uit, die glanzend de rode gloed weerkaatsten. Hij keurde mij geen blik waard; met enig gekras vloog hij hoog boven de deurpost, en streek neer op de buste van Anton Vancas.

Zijn bloedige ogen gericht op het blauwe licht van mijn computerscherm, zei Witte Raaf: ‘Nee, niet zo.’

Ik verwonderde mij over het sprekende beest, zijn klare stem, zijn intelligente geest. Neergezeten in de bureaustoel kon ik slechts gissen. Wat wilde dit dier mij duidelijk maken? Door mijn hersens raasden honderden zaken, en ik raakte weer in gemijmer verzonken. Maar Witte Raaf, verheven op zijn buste, zijn ogen op het scherm geklonken, zei alleen die woorden:
‘Nee, niet zo.’

Ik las de zinnen op het scherm. Bemoeide het dier zich met mijn geschrijf, of uitte hij die woorden zonder weten? Leerde hij ze van een viswijf of een dwaze vent? Of was hij werkelijk intelligent? Vandaar vroeg ik verweesd: ‘Ben jij het die mij de les spelt?  Wil je dat ik de tekst omgooi? Wil je dat ik de structuur verander? Wil je dat ik voor jouw grillen plooi?’

Witte Raaf, hoog gezeten als een rechter, liet niets anders weten, hij bewoog geen veer. Zijn scherpe bek wees, dreigend als een mes, naar het scherm.
‘Nee, niet zo.’

‘Monsterlijke onheilsprofeet! Goed, dan pas ik aan. Maar dan moet je wel verstaan, dat alles wat langer duurt. Verdwijn nu, ga terug van waar je komt, verdomd!’

Witte Raaf bleef, met een strenge blik, zijn klauwen op de buste rustend. Als op deze herfstige novemberdagen, terwijl het buiten hagelt en regent, zijn schaduw groot over de vloer valt, zie ik hem goedkeurend knikken. En ik werk verder, mijn woorden wikkend en wegend.

De House-curve: hoe slechter de muziek, hoe luider

House-curve

De zomer is een tijd van rust en genieten. Van lekker eten en aperitiefjes op het terras, en … luide muziek bij de buren.

Wetenschappers van de universiteiten van Zwolle en Sint-Truiden deden onderzoek naar het fenomeen van de zomerse tuinmuziek. Ze kwamen tot een verrassende conclusie: ‘De muzieksmaak van mensen is omgekeerd evenredig met het volume waarop ze haar draaien’, zegt Bert Parasol, hoofd van de vakgroep Dynamische Groepspsychologie aan de UZ (Universiteit Zwolle). ‘We zien een duidelijk verband: hoe slechter de muziek, hoe harder ze wordt gezet.’

De onderzoekers deden metingen in een honderdtal woonwijken in Vlaanderen en Nederland. ‘We noteerden de geluidssterkte van elk type muziek’, zegt Alfons Zonneslag, professor Sociale Demagogiek aan de UST (Universiteit Sint-Truiden). ‘Om interferentie te vermijden, kozen we woonwijken die ver liggen van festivalterreinen.’ De metingen gebeurden in de maanden juni, juli en augustus van 2010 tot 2014.

Het resultaat was verbluffend. ‘Als we het muziekgenre in een grafiek plaatsen tegenover de geluidssterkte, zien we een duidelijke House-curve’, zegt Parasol.

‘Mensen met een goede muzieksmaak houden het stil. Zij genieten in de privésfeer van muziek en voelen niet de nood die te delen met de hele buurt. Het zijn fijnproevers die ook behoefte hebben aan rust en stilte.’

De volumeknop gaat al een stuk meer naar rechts bij fans van rock uit de jaren ’70 en ’80. ‘We hebben hier te maken met een publiek dat zijn tweede jeugd wil beleven. Het zijn voornamelijk mannen met een midlifecrisis. Zij draaien veel Kiss, Aerosmith en AC/DC. Bij vrouwen scoren Bon Jovi en Bryan Adams. Zijn hit ‘Summer of 69′ werd in 95 % van de woonwijken geregistreerd.’

Opvallend is het hoge aantal decibels van schlagers in de House-curve. ‘Hier moeten we opletten voor ruis. Schlagers zijn populair bij senioren; het hoge volume kan te wijten zijn aan hun grotere hardhorigheid.’

De top van de House-curve wordt bezet door populaire house en dance. ‘In de zomermaanden kan je niet ontsnappen aan dit soort muziek’, zegt Zonneslag. ‘Ze is alomtegenwoordig en knált werkelijk uit de boxen. Nochtans kan langdurige blootstelling leiden tot mentale afstomping, nerveuze ledematen of hevige woedeaanvallen. Schadelijke gevolgen op de lange termijn zijn niet uit te sluiten, zeker bij jonge kinderen, mensen met hartkwalen en kleine huisdieren. Het is aangewezen dat de overheid initiatieven neemt in het kader van de volksgezondheid.’

Het volume daalt opnieuw bij mensen die luisteren naar Knuffelrock. ‘Knuffelrock wordt immers vooral beluisterd door vrouwen met liefdesverdriet. Zij hunkeren naar warmte en tederheid. Dit gebeurt eerder in een donker hoekje tussen de zachte kussens en de tissues dan op een zomers terras.’

‘Mogelijk bestaat er een correlatie tussen het draaien van luide muziek in de zomer en andere specifieke sociale gedragingen, zoals smakken op restaurant, sluikstorten of parkeren voor de garage van de buren. Verder onderzoek zal dit moeten uitwijzen’, besluit professor Parasol.

De leukste maand van het jaar

2015MaandSpannendeBoek_Moordzomer

Juni is de leukste maand van het jaar (behalve voor studenten).

Het begon eigenlijk al op donderdagavond 28 mei, toen Jo Claes de Gouden Strop won voor De mythe van Methusalem tijdens de Avond van het Spannende Boek. Jo en ik ontmoetten elkaar eerder tijdens de uitreiking van de Hercule Poirotprijs van 2010 en de uitreiking van de Gouden Strop in 2013, toen Jo’s inspecteur Thomas Berg de Gouden Strop nog zag gaan naar de misdaadauteur Michael Berg (Nacht in Parijs).

Het is moeilijk in juni binnen te blijven als fan van het spannende boek. De Standaard joeg me naar de boekhandel voor vijf criminele citytrips, die je voor amper 4,95 euro per stuk meenemen naar spannende toplocaties. En ook Knack gooit vijf topthrillers voor onze voeten met als thema ‘Wat als… de geschiedenis anders was gelopen?’

Wie daarin zijn gading niet vindt, kan de VN Detective en Thrillergids of de Knack Moordzomer doorbladeren, onder wiens sterrenhemel honderden thrillers meer of minder licht krijgen. Rep je trouwens maar snel naar de boekhandel, want in Nederland krijg je bij aankoop van 12,50 euro de gratis novelle Grijs Gebied van Marion Pauw. In Vlaanderen krijg je Een willekeurige vrouw van Toni Coppers bij de aankoop van Knack.

Hier zit ik nu, tussen mijn gidsen en nieuwe boeken. Maar de meeste zullen moeten wachten tot juli. Want juni staat voor mij in het teken van het afwerken van Witte Raaf, mijn nieuwe roman, die eind september verschijnt. Daarvan kan ik al de cover en de flaptekst geven. Meer nieuws volgt!

CoverWitteRaafdefNick Farkas is een man om naar op te kijken. Iemand bij wie je in de buurt wilt zijn. Een en al charme, stijl, uitstraling. Zijn cv is een opsomming van successen.

Nick Farkas is een witte raaf. Dat zegt hij niet zelf, zo wordt hij genoemd. Door hooggeplaatste mensen. Andere mensen, zij die wat langer met hem samenwerkten, vertellen een ander verhaal. Over manipulatie en intimidatie, over misbruik en regelrechte leugens. Over luchtkastelen en een opgeblazen zelfbeeld.

Maar komt hoogmoed dan niet voor de val? Nee, Nick Farkas valt niet. Want hij blijft nooit lang op dezelfde plaats. Als de grond te heet wordt, spreidt hij zijn vleugels. Nu is hij weer geland. Een nieuwe baan, een nieuw begin.

Misschien zal het deze keer anders gaan. Misschien komt Nick Farkas eindelijk zichzelf tegen.

De Nederlandse Thriller 10-daagse

NederlandseThrillerdef

Tien dagen lang staat de Nederlandstalige misdaadroman centraal op het Nederlandse platform Hebban.nl.

Sinds 19 februari, en tot en met 28 februari vind je er dagelijks kortverhalen, columns en interviews. Je kan jouw kennis van het Nederlandstalige misdaadgenre testen met de Hebban Thriller Quiz, samengesteld door wandelende encyclopedie Peter Kuijt. En als je het zelf voelt kriebelen kan je jouw schrijfkunsten testen met een 25 woorden-thriller.

Zelf ben ik drie keer aanwezig in de Thriller 10-daagse:
– In de column ‘Research kan verlammend zijn‘ laat ik mijn licht schijnen over één van de belangrijkste onderdelen van het schrijversvak, de research.
– In de interviewestafette onder schrijvers word ik geïnterviewd door Thomas Olde Heuvelt, de beste horror- en fantasyschrijver van de Lage Landen.
De minzame moordenaar is door een achtkoppige jury opgenomen in de longlist van de Canon van de Nederlandstalige Misdaadliteratuur.

Dit is de tweede editie van de Nederlandse Thriller 10-daagse. De eerste vond plaats in december 2013 en was een succes voor zowel de bezoekers als de beheerders van de website, liet organisator Sander Verheijen weten aan Boekblad. De tiendaagse moet een jaarlijks evenement worden. ‘Ik hoop natuurlijk wel dat het evenement iets doet voor de Nederlandse thrillerschrijvers in de boekhandel’, zegt Sander. ‘Crime is tenslotte nog steeds het best gelezen genre.’

Na de val

AftertheFall

In het februarinummer van Ellery Queen’s Mystery Magazine verschijnt mijn verhaal After the Fall, naar het Engels vertaald door Josh Pachter. Ellery Queen’s Mystery Magazine is het oudste Amerikaanse magazine voor korte misdaad- en mysterieverhalen. Onder andere Jeffery Deaver, Ruth Rendell, Stephen King en P.G. Wodehouse schreven er verhalen voor.

After the Fall verscheen eerder in Crimezone Magazine (november 2012) onder de titel De redder en de dood. De nieuwe, licht gewijzigde Nederlandstalige versie Na de val kan je hier lezen.

After the fall gaat over Alice, die in haar badkamer ongelukkig ten val komt. Urenlang ligt ze op hulp te wachten, maar ze beseft dat die niet zal komen. Tot er twee mannen inbreken.

Ik moest afgelopen week aan Na de val denken toen Saskia Noort een proces verloor tegen een collega-schrijver. Volgens Noort nam de andere auteur te veel elementen over uit haar werk. Ze verloor de rechtszaak; de rechter oordeelde dat Noorts auteursrecht niet geschonden was.

Men zegt vaak dat schrijvers met hun hoofd in de wolken leven. Dat klopt; elke schrijver heeft een soort gedachtewolk vol ideeën, losse draadjes, herinneringen en belevenissen die allemaal ooit in een boek kunnen belanden.

In een wolk wordt het zicht troebel. Na een tijd wordt het flou waar een idee precies vandaan kwam: was het een plotse inval? Was het een artikel uit de krant? Of inspireerde een verhaal van een andere schrijver tot iets nieuws ?

Enkele maanden geleden verscheen een roman met precies hetzelfde uitgangspunt als Na de val: een oude vrouw valt in de badkamer, denkt dat ze het niet overleeft, maar ze wordt gered door twee inbrekers. Zelfs de manier waarop de inbrekers de vrouw helpen is exact dezelfde…

Ik heb er een raar gevoel bij als een andere schrijver met hetzelfde idee op de proppen komt. Alsof iemand in een luchtballon door mijn wolk is gevlogen.

Maar kan een idee jouw eigendom zijn? Hoe kan je bewijzen dat iemand je idee koudweg overneemt, of dat die persoon gewoon op een gelijkaardige gedachte gestoten is? Hoe origineel is een idee? En waarin schuilt de originaliteit? In je thema en uitgangspunt? Of in wat je er precies mee doet? De valpartij in de badkamer haalde ik zelf uit de krant: het was een Waalse vrouw overkomen die via de media haar redders wilde bedanken. Als dit artikel in mijn gedachtewolk terechtkwam, zat het wellicht ook bij tien andere schrijvers in hun wolk.

Veel schrijvers stellen dat ze bij het schrijven van een boek liever geen andere romans lezen, ‘om niet beïnvloed te worden’, zowel inhoudelijk als stilistisch. In recensies lees je regelmatig dat schrijver x de mosterd haalde bij schrijver y. Dat zal soms wel het geval zijn, maar even vaak ook niet. Er is al zo veel geschreven dat het haast onmogelijk is om nog een originele zin op papier te zetten.

Daarnaast vertellen schrijvers liefst niets over de inhoud van hun volgende boek. De kans is te groot dat een andere schrijver het leest en het een onderdeel wordt van zijn gedachtewolk. En dat willen we vermijden: als onze wolken botsen, komt er gegarandeerd onweer van.