Sinterklaas wordt Captain Nico

Captain_Nico

De Nederlandse overheid is de hetze over Zwarte Piet beu. Het kabinet liet daarom een restyling van Sinterklaas uitvoeren door het Amsterdamse reclamebureau A’davertising.

‘We kunnen niet aanvaarden dat Sinterklaas en Zwarte Piet nog langer verdeeldheid zaaien binnen onze maatschappij’, zegt een woordvoerder van de minister-president. ‘Al sinds augustus doen er weer allerlei mediaverhalen de ronde over Zwarte Piet-koeken of nieuwe teksten voor Sinterklaasliedjes. Die zorgen telkens voor veel ophef. We hopen met een restyling van de Sint weer rust te creëren rond het kinderfeest.’

‘Tijdens onze eerste brainstorm merkten we dat Sinterklaas en Zwarte Piet hopeloos verouderd zijn’, zegt Ton Wimpel van A’davertising. ‘Het concept van de goedheilige man heeft al een even lange baard als Sinterklaas zelf. Hij is een ouwe vent, gekleed in een bisschoppenkleed uit de middeleeuwen. En die gekke mijter, zeg nu zelf, waar lijkt dat op?’

Via een peergroup study onderzocht het reclamebureau het merkimago van de Sint. ‘Kinderen hebben het steeds moeilijker om zich te associëren met Sinterklaas. Ze houden van de geschenken, maar de man zelf ligt niet goed. Zijn outfit en baard maken hem ouderwets, door zijn hardhorigheid en verwardheid krijgt hij soms het etiket ‘ziekelijk’ en zijn hang naar fysiek contact vinden sommige kinderen handtastelijk en vies. Er was duidelijk nood aan een herpositionering in de markt.’

Om een merk te herpositioneren is een radicale restyling nodig. ‘In eerste instantie moest Sinterklaas verjongen. In de plaats van een oude man met een schimmel op een stoomboot, maakten we van hem een jonge dertiger die zich verplaatst met een speedboat en in een elektrische auto. Een Tesla bijvoorbeeld, is dat niet cool?’

Daarna volgde een moeilijkere oefening. ‘Bij Sinterklaas botsen we op veel gevoeligheden. We besloten daarom alle religieuze connotaties te verwijderen. Geen staf, geen mijter, geen lang, wit kleed meer. Sinterklaas werd een areligieuze wereldburger. Door die keuze moest ook de naam veranderen. De sint in Sinterklaas rijmt niet met zijn neutraliteit. We probeerden enkele namen uit bij de prime target group, en uit die test kwam de naam Captain Nico als beste naar voren. Nico is een leuke naam en verwijst deels naar Sinterklaas, en Captain straalt autoriteit en heldhaftigheid uit. Hij wordt echt een figuur waarnaar kinderen kunnen opkijken.’

Blijft nog de laatste heikele kwestie: Zwarte Piet. Ton Wimpel zucht diep. ‘De zoektocht naar een goede sidekick van Captain Nico was niet eenvoudig. Er is wel altijd een minderheidsgroep die zich beledigd kan voelen. Na veel brainstormen kozen we ervoor om van de sidekick geen mens te maken, maar een dier. Uit een fast market enquiry bleek dat de cavia het populairste dier is onder kinderen. De keuze was dus snel gemaakt. Om het genderevenwicht te bewaren, gaven we de cavia de naam Nora.’

De eerste concepttekening van Captain Nico & Cavia Nora is al uitgelekt. ‘We vinden het jammer dat ze vroegtijdig is uitgelekt, want ze is zeker niet definitief’, zegt Ton Wimpel. ‘We gaan ze de komende weken nog grondig testen bij het publiek. Maar we zijn ervan overtuigd dat Captain Nico en Cavia Nora Sinterklaas en Zwarte Piet snel zullen doen vergeten.’

Het Monster van Calais

September is geen leuke maand voor mensen die bang zijn voor spinnen. Een donkere plek op een muur, in een bad of op de vloer doet je hart stilstaan. Zeker als die vlek begint te bewegen. Je kan alleen nog maar rillen bij de gedachte aan  dat harige lijf, die acht lange poten en dat vreemde, buitenaardse kopje vol groene, fonkelende oogjes.

Het wordt er niet beter op als nieuwssites een horrorbericht de wereld insturen onder de titel ‘Gigantische spin zorgt voor paniek in Wallonië’. In het Noord-Franse Calais vond een winkelier onlangs een gi-gan-ti-sche spin in zijn magazijn, vertelt het artikel. Uit angst belde de winkelier de brandweer, die het dier kwam verwijderen en voor onderzoek overbracht naar een specialist. Op de bijgaande foto zie je het monster: het lijkt alsof het op een muur zit, net boven de vloer en naast een raam, zodat je het minstens 50 cm groot schat. Voor zó’n spin zou je inderdaad de brandweer bellen. Het leger zelfs.

Maar de spinnenspecialist verklaarde dat de griezel – die eruitziet alsof hij elke dag een poedel oppeuzelt – geen mensen aanvalt. Het is een soort huisspin. Die vaak bij ons voorkomt. Live with it. 

Meteen brak paniek uit in Wallonië, zo meldt Het Nieuwsblad, want de gi-gan-ti-sche spin stond al klaar om de grens over te steken. De redactie van Sudpresse werd overspoeld met foto’s van lezers die dachten een gelijkaardig beest gezien te hebben. De nieuwssite schakelde een Zwitserse expert in om de foto’s te bestuderen. In Noord-Frankrijk werd de originele foto duizenden keren gedeeld op sociale media.

Maar dan blijkt het Monster van Calais helemaal geen monster te zijn. In een filmpje  is de spin nog altijd een fors exemplaar, maar een dagelijkse portie poedel? Nee, dat zie ik niet meer gebeuren. De originele foto is gezichtsbedrog. Het juiste perspectief, met een raamkozijn en een vensterbank in plaats van een muur en een vloer, brengt het diertje terug tot zijn juiste proporties. Het horrorverhaal is niets anders dan opgeklopt non-nieuws.

Het bericht deed me denken aan Orson Welles, die met zijn geloofwaardige hoorspel The War of the Worlds, over een aanval van Marsmannetjes, een grote paniek had doen ontstaan onder een deel van de Amerikaanse bevolking. Dat was in de jaren dertig, maar het kan dus nog altijd: een misleidende foto, een opgeklopt verhaal, een veel voorkomende fobie en de kracht van de sociale media, en daar heb je het. Volgens de media was het een algemene paniekgolf. Laten we het houden op een collectief griezelmoment.

Het graf

Het Graf

Ik vroeg me net af of we ooit nog de bewoonde wereld zouden bereiken, toen we het graf ontdekten.

Een eeuwigheid eerder waren we vertrokken voor een wandeling. Onze bergschoenen hadden we thuis gelaten, want bergschoenen gebruik je in de Pyreneeën, de Vogezen of de Alpen. Niet in de Ardennen.

Dus klauterden we langs riviertjes de hellingen op en langs boomwortels weer af, ik op mijn stadsschoenen en zij op haar ballerina’s.

Slechts één vraag hield me bezig.
Wie zou er het eerst bij ons zijn als we onze enkels verstuikten, de traumahelikopter of de wolven?

‘Zijn hier wolven?’ vroeg ik.
‘Geen idee’, zei zij, ‘maar er zijn wel vossen.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Ik zag er gisteren drie op de weg liggen, doodgereden.’
Dat zijn er drie minder die ons kunnen opvreten, dacht ik.

Er rommelde iets in het struikgewas – geen vos of wolf, zelfs geen knaagdier. Dikke, ronde vogels trippelden over de grond in plaats van te vliegen. Er rommelde ook iets in de lucht – nog ver weg, iets dat we nog konden negeren.

‘We zijn verdwaald’, zei ik, ‘we volgen het verkeerde pad.’
En toen zei zij niets. Ze stond daar maar. En keek.

Het kruis was begroeid met mos. Scheefgezakt.
‘Er staat iets op’, zei ze.
‘Ici a été noié Jean François Colar, Guilleaume Lefevre ,tous deux de Falmignoul, le 3 mars 1778, requiscant in pace.’

‘Twee mensen zijn hier verdronken’, zei ze.
Ze wachtte op mijn reactie.

Dichtbij lachten kinderstemmen. De bewoonde wereld.

De wedergeboorte van Michael Schumacher

Ontwaken2

Het moet een mooi moment geweest zijn, afgelopen maandag, toen een neuroloog uit Grenoble aan het bed van Michael Schumacher ging staan en bevestigend knikte.
‘Ja, hij is wakker.’

Een zucht van verlichting bij de familie, na maanden wachten, na zoveel valse hoop. Want in elke spastische beweging dachten ze het moment van ontwaken te ontwaren.

Amper een uur later berichtten de media dat de voormalige F1-piloot het ziekenhuis had geruild voor een revalidatiecentrum. ’s Avonds meldde een internetkrant dat ‘Schumacher al had gecommuniceerd met zijn familie’. Onder het artikel stonden goedbedoelde reacties van lezers die hoopten dat Schumi’s revalidatie ‘voorspoedig zou verlopen’ en dat hij ‘volledig de oude’ zou worden. De berichtgeving deed bij sommige mensen het beeld ontstaan van Schumacher die zich de slaap uit de ogen wrijft, zijn familie vraagt wat er al die maanden gebeurd is, en naar het revalidatiecentrum vertrekt om zijn weggeteerde spieren weer aan te sterken.

Zovele jaren geleden keek ik in een ziekenhuiskamer naar een neuroloog. Hij wandelde rond het bed, wreef even over zijn kin en zei dan:
‘Ja, ze is wakker.’

Al snel beseften we dat ‘wakker worden’ een misleidende term is na een coma. Van iemand die wakker wordt, verwacht je dat hij verder gaat, dat hij het leven herneemt. De slaap is een druk op de pauzeknop.

Wat gebeurt na een coma is geen ontwaken; het is een wedergeboorte. Het is geen pauze, maar een reset. Als een baby moet de patiënt zijn eigen lichaam en de wereld leren kennen. Communiceren doet hij door met de ogen te knipperen of in een hand te knijpen. Grijpen, bewegen, slikken; zelfs de simpelste basisfunctie moet opnieuw aangeleerd worden.

Ik moest terugdenken aan het engelengeduld waarmee de therapeuten in het revalidatiecentrum van UZ Gent hun patiënten begeleiden naar een nieuw leven, aan de voorzichtigheid waarmee ze deze gebroken mensen stapje voor stapje oplappen. Eerst van de ene zij op de andere leren rollen, benen strekken, een bal gooien en vangen. Pas later, weken of maanden na de wedergeboorte, volgen de aartsmoeilijke zaken: tanden poetsen, een hemd knopen, veters strikken. De patiënten zijn blij met elke kleine stap die ze maken, maar de mens die ze waren, worden ze nooit meer.

De fans die hopen dat Schumacher ooit nog op skilatten een berg afglijdt, staat een ontgoocheling te wachten.

De rosé van de literatuur

ThrilersRosé

Ze lagen mooi naast elkaar op de ontbijttafel: het reclameblaadje van de supermarkt en de weekendkrant. De actiefolder stond bol van de WK-prullaria, barbecueschotels en roséwijnen. Op de cover van de weekendkrant werd reclame gemaakt voor een reeks topthrillers aan een spotprijs.

Roséwijnen en thrillers hebben veel gemeen. Bij het aanbreken van de zomer trekken ze onze aandacht als zoemende hommels rond een lavendelstruik. Terwijl de supermarkten hun roséwijnen een prominente plaats geven, krijgen thrillers een podium in de VN Detective & Thrillergids, de Knack Moordzomer, de Maand van het Spannende Boek en kranten en tijdschriften. Het is méér dan zomaar reclame; de roséwijn en de misdaadroman doen ons verlangen naar warme stranden, ligzetels en parasols, teenslippers en zonnebrandolie.

In het magazine van de weekendkrant schreef wijnkenner Bruno Vanspauwen een artikel over rosé. ‘Steeds meer wijnbouwers maken er vandaag een erezaak van om in hun gamma ook een kwalitatieve rosé op te nemen. Wijnliefhebbers kijken er niet langer op neer, integendeel, het staat vandaag chic om een rosé te bestellen. Waarom ook niet? Een kwaliteitsrosé wordt op een gelijkaardige wijze gemaakt als een rode wijn.’ Hé, dacht ik, je kan net zo’n tekst schrijven over misdaadromans.

Vanspauwen gaat verder: ‘Hij [de rosé] heeft een eigen karakter. Ook culinair staat hij zijn mannetje. Zo harmonieert hij goed met charcuterie, gerookte en gegrilde vis (zoals tonijn en zalm), vegetarische gerechten en de Aziatische keuken.’ Met andere woorden: een rosé drink je niet alleen in de zomer, het hele jaar door is hij een uitstekende partner bij veel gerechten.

Misdaadromans zijn de rosé van de literatuur: heerlijk tijdens lome zomerdagen, maar ook de rest van het jaar een uitstekende keuze.

(Het volledige artikel over roséwijn vind je hier.)

Verkeerd verzonden

‘Hei, het was tof gisteren. Spreken we nog eens af? Xxx Joeri’

De sms kwam binnen op een regenachtige zondagmiddag. Waarschijnlijk was Joeri pas wakker na een avondje uit.

‘Dag Joeri, je stuurde je sms naar een verkeerd nummer. Veel succes nog! Groeten, Bram’

Het was aan Joeri om uit te maken of zijn date hem met een kluitje in het riet had gestuurd, of dat hij ergens een getal in het gsm-nummer van plaats had verwisseld. In het laatste geval mocht ik er niet aan denken dat door zo’n misverstand een relatie, een huwelijk of zelfs een heel nageslacht verloren zou gaan. Daarom antwoord ik altijd vriendelijk op sms’en die per ongeluk bij mij terechtkomen.

Maar denkt mijn medemens er ook zo over?
Wat als ik zelf eens een belangrijke sms naar een verkeerd nummer stuur?
Zouden andere mensen hem beantwoorden?

Tijd voor een experiment.

Via google verzamelde ik 20 willekeurige gsm-nummers van wildvreemden.
Nu nog een goeie sms bedenken. Daarvan moest duidelijk zijn dat:
– er iets was gebeurd of nog zou gebeuren,
– de sms niet voor de ontvanger bedoeld was,
– en ik een antwoord verwachtte.

Naar de eerste 10 nummers stuurde ik: ‘Ook voor jou een mooie dag! Geniet ervan! Bel je nog?’

Kort na de verzending belden twee mensen me op. Vriendelijk wezen ze me op mijn fout. ‘Ik zou niet willen dat je een belangrijke afspraak misloopt’, zei een van hen. Drie mensen stuurden gewoon terug dat ik naar een verkeerd nummer had ge-sms’t . En eentje liet weten: ‘Ik wil je gerust bellen maar ik weet wel niet wie je bent :-)’.

6 op 10. Geen slecht resultaat.

Aan de andere 10 stuurde ik: ‘Hei, veel succes vandaag! Je zal het schitterend doen. Laat je iets weten?’

Ik kreeg van 5 mensen een sms terug. Drie keer het standaardantwoord: ‘Verkeerd nummer’. Eén iemand was wantrouwig: ‘Wie is het?’

Eén sms was bijzonder.
‘Bedankt om aan me te denken 🙂 deze namiddag meer nieuws.’

En jawel, in de late namiddag volgde: ‘Hey! Het was wel een goede vorming. Aandachtige mensen en redelijk goede evaluaties. Klaar voor het weekend nu :-)’.

‘Super! Geniet van je weekend’, antwoordde ik.

‘Jij ook!’

Wat leerde ik uit mijn kleine test? Als je per ongeluk een sms stuurt naar een verkeerd nummer, heb je ongeveer 50 % kans dat je een antwoord krijgt. Maar als je zelf zo’n sms ontvangt, kan het geen kwaad om erop te antwoorden. Meer zelfs, doe het gewoon. Soms levert het je een leuke conversatie op. En misschien red je ooit iemands nageslacht.

Revenge of the nerds

netbookToen ik maandag mijn laptop opstartte, verscheen een pop-up. Microsoft ondersteunde het besturingssyteem Windows XP niet meer. Als ik het nog langer gebruikte, werd mijn computer een gewillig slachtoffer van hackers en virussen. Daarover had ik al uitvoerig gelezen in de pers. En al was de hele kwestie geen beste reclame voor de eigen software, het was toch sympathiek van Microsoft dat ik via een link naar hun site een nieuw besturingssysteem kon installeren.

Na een test of Windows 8 kon draaien op de laptop (jawel, hoera!) gaf de site het droge bericht dat Windows 8 ‘in uw regio niet downloadbaar is’. Ik kon het systeem kopen op cd. Maar de laptop is een netbook, dus zonder cd-speler.

Dan maar Windows 7. Ook die test liep voorspoedig. Bij een vijfstappenplan stond letterlijk: ‘Windows 7 online kopen en downloaden is de gemakkelijkste manier om Windows 7 te installeren op een netbook.’ Met daarnaast een link voor meer informatie. Achter de link zat geen programma, maar de uitleg dat ik de Windows 7-cd op een netbook kon plaatsen via een externe cd-speler. Huh?

Na nog een uur zoeken op de Microsoft-site, de internet-Hel van Dante, gaf ik het op. Nergens een download te vinden. Dan werd het maar een nieuwe laptop. Op de oude zou ik een versie van Linux plaatsen. Dat kon, volgens meerdere bronnen, in een handomdraai. Pas toen ik deze uitleg las over hoe je Linux moet installeren, begreep ik ten volle dat de macht in deze wereld niet ligt bij politici, bankiers of industriëlen. De macht ligt bij informatici. We zijn volledig van hen afhankelijk. Hun wil is wet. Maar wat zij ‘een handomdraai’ noemen, voelt bij mij aan als een uit de kom getrokken arm.

Niet één arm uit de kom zonder een tweede. Amper vierentwintig uur later stond het vooraan in het nieuws: we moeten allemaal onze wachtwoorden van veelgebruikte sites veranderen door een gigantisch wereldwijd lek in de beveiliging. Het lek luistert naar de mooie naam Heartbleed. We passen allemaal braaf onze wachtwoorden aan, we doen wat de informatici ons opdragen, en het leven gaat voort.

En waarom niet nog een been uitdraaien? Vandaag kwam Telenet met het bericht dat ongeveer 100.000 klanten hun digibox of digicorder moeten vervangen, ook al is hij soms maar vijf jaar oud. De reden? ‘De leveranciers ondersteunen de software niet meer.’ En veel gezeur daarover hoeven ze niet bij Telenet. ‘Veel elektronische toestellen gaan toch maar vijf jaar mee.’

Bij zulke berichten moet ik altijd denken aan de whiz kids die al die software ontwikkelen. Meestal zijn het jongens met een fantastisch stel hersens. Tijdens hun pukkelige jeugd zaten ze op hun zolderkamertje met hun hoofd tussen de bits en bytes. Uitgelachen door de populaire sportjongens, genegeerd door de mooie meisjes, onopgemerkt door de rest. Wat zouden zij proeven als ze ons zien sukkelen met XP, als gekken onze wachtwoorden zien veranderen, of ons zien hollen om een nieuwe digicorder?

Zoete wraak. Dàt proeven ze.

Mijn opvoeding als piraat

Opvoeding als piraat

Negen van de tien boeken op Nederlandse e-readers is ofwel gratis verkregen of illegaal gedownload. Dat blijkt uit een studie van marktonderzoeksbureau GfK. Gemiddeld staan er 117 boeken op een e-reader; slechts voor elf exemplaren is betaald. Na dat nieuws regende het reacties, enerzijds van schrijvers die het plakje kaas van hun droog brood gestolen zien, anderzijds van downloaders die de prijs van e-boeken veel te hoog vinden. Twee uitgeversgroepen, Lannoo en WPG, willen nu het illegale downloaden tegengaan met een streamingdienst voor boeken.

Bij het volgen van de hele discussie overviel me een dubbel gevoel. Ja, ik wil op een eerlijke manier betaald worden voor mijn werk. Aan de andere kant koop ook ik mijn boeken, dvd’s en muziek zo voordelig mogelijk. Ik grijp naar de pocket van 12 euro in plaats van de mooie hardcover van 22 euro. Voor een cd lijkt 10 euro me een goede prijs, al geef ik er nog liever 5 voor.

En ik ben niet de enige. In de weekendkrant van De Standaard geven zowel journalist Marc Reynebeau als schrijver Christophe Vekeman toe dat hun liefde voor tweedehandszaak De Slegte onder andere voortkwam uit de lage prijs voor de boeken. Waarom zijn we toch zo gierig als het over cultuurproducten gaat, terwijl we een veelvoud besteden aan – ik zeg maar iets – etentjes en reisjes?

Ik herinner me hoe ik met de kleuterklas op bezoek ging bij de bakker. Hij kneedde het deeg, schoof het brood in de oven en spoot torentjes slagroom op een taart. De bakkersvrouw toonde ons het verschil tussen bruin en wit en vertelde ons hoeveel een brood kostte. Op het einde van het bezoek mochten we allemaal een koek kopen, die we samen opaten in de klas.

Mijn eerste optelsommen leerde ik aan de hand van vraagstukken over mama die vis koopt op de markt of worst bij de slager. Toen ik mijn eerste woorden leerde lezen en stilaan zinnen kon ontcijferen, vertelde meester Dirk over boeken.

Boeken kwamen, zo zei hij, uit de bibliotheek. Dat was een groot gebouw in het midden van de stad, volgestouwd met leesvoer dat je zomaar kon consumeren. Het enige wat je moest doen, was een leeskaart aanvragen en de boeken op tijd terugbrengen. Vijf stuks per week mocht je mee naar huis zeulen, en als je er eentje niet lustte, bracht je het de volgende week gewoon terug. Gemakkelijk! Betalen hoorde er niet bij, behalve als je een boek te laat terugbracht. Dan betaalde je het equivalent van een kauwgom uit een snoepautomaat.

Ik was al een tiener toen ik voor het eerst een boek kocht. Tegen die tijd had ik geleerd dat voor films en muziek hetzelfde gold als voor boeken: normaal gezien betaalde je er niet voor. Films nam je op van de tv, muziek nam je op van de radio. Ja, je kocht wel eens een muziekalbum, maar pas als je écht fan of een verzamelaar was. De rest leende en kopieerde je wel van vrienden.

Dat boek voelde als een luxeaankoop. Want het lag waarschijnlijk ook in de bibliotheek. Misschien moest het binnenkort plaats maken en werd het voor een habbekrats verkocht in een opruimactie. Met dat geld kon ik vijf taartjes, twee kilo worst of een grote kabeljauw kopen. Nuttige zaken waarvan ik geleerd had dat je ervoor hoorde te betalen. Maar ik wilde het boek en met het schaamrood op de wangen voor zoveel spilzucht, rekende ik af.

De piratenopvoeding tegenover cultuurproducten zit er stevig ingebakken. Door het gratis lezen en luisteren vinden we dat boeken en muziek niet goedkoop genoeg kunnen zijn. Sommige politieke partijen willen bij het publiek scoren door aan het auteursrecht te morrelen. Dat downloaden is toch helemaal niet erg? Schrijvers proberen dan weer aan bewustmaking te doen, zoals met de actie ‘Ik lees legaal’, of de Facebookpagina van Charles den Tex.

Zal een Spotify voor boeken, zoals Lannoo en WPG het nu ontwikkelen, een verbetering zijn voor schrijvers? Ik heb mijn twijfels: uiteindelijk komt Spotify ook voort uit de piratenopvoeding van de uitvinders ervan. Hoe slim was het namelijk niet om een dienst te ontwikkelen waarbij je de muziek niet bezit, maar enkel beluistert? De Spotify-bedenkers glunderden bij hun geniale vondst om het auteursrecht voor muziek uit te hollen. Zal het met een Bookify echt anders gaan?

Uiteindelijk kunnen schrijvers de situatie hooguit lijdzaam ondergaan. Het is aan de uitgevers en de overheid om het verdienmodel eerlijker te maken. Een oplossing zit mogelijkerwijs in een beter uitgewerkt leenrecht, zeker in Vlaanderen (in Nederland valt het leenrecht al bij al mee). Op die manier kan een schrijver toch wat verdienen aan het analoog of digitaal uitlenen van zijn werk.

Of lost het probleem zich vanzelf op, zoals wordt gesteld in dit artikel? Steeds minder Belgen downloaden illegaal, omdat ze samen met de film, de muziek of het boek ook een hoop spyware en virussen binnen krijgen.
Nooit gedacht dat ik nog zou sympathiseren met hackers.

Over de grens

De relatie tussen Vlaanderen en Nederland, er valt veel over te zeggen. Een interland België-Nederland zorgt altijd voor hoogoplopende emoties (dat wordt uitkijken naar het WK volgend jaar) en we maken graag grappen over elkaar.

Naar aanleiding van de Nederlandse thriller-tiendaagse vroeg Crimezone me een column te schrijven voor de Vlaamse Vrijdag. Waarom lezen Vlamingen en Nederlanders elkaars boeken zo weinig? Voor veel schrijvers is de grens tussen beide landen onoverbrugbaar. We lezen massaal dezelfde buitenlandse boeken, maar bij Nederlandstalige literatuur kiezen we voor schrijvers van eigen bodem.

Hoe komt dat? In mijn column plaats ik drie mogelijke oorzaken op de beklaagdenbank.
Klik hier om de column te lezen.

 

Microsoft-oplichting (reageert niet)

Internet explorer werkt niet meer

Een bizar bericht in de pers deze week: een bende oplichters doet zich voor als Microsoft-medewerkers om in te breken op de computers van hun nietsvermoedende slachtoffers. Een man die zo’n telefoontje kreeg, nam het gesprek op. Mij lijkt het echter een bijzonder dom idee om je voor te doen als Microsoft-medewerker, want zo’n telefoontje kan toch maar op één manier verlopen?

‘Goeiedag, meneer, ik ben medewerker van het Microsoft Safety Office. Ik bel om u te waarschuwen dat uw computer besmet is. Ik zal u door een stappenplan leiden om het probleem op te lossen.’
‘Ah, wat sympathiek dat u me daarvoor contacteert.’
‘Staat uw computer aan?’
‘Ja.’
‘Kunt u naar Google gaan?’
‘Oké.’
‘Vul in de zoekbalk…’
‘O, wacht even. Internet Explorer reageert niet.’
‘Wablief?’
‘Internet Explorer reageert niet. Er draait een cirkeltje, en in de blauwe balk staat: Reageert niet.’
‘Sluit uw browser eens af.’
‘Goed. Wat een geluk dat u net belt. Hebt u een idee wat het probleem is?’
‘Euh, nee, maar ik geef het door aan… onze ontwikkelaars, meneer.’
‘Da’s vriendelijk.’
‘Start u de browser opnieuw op?’
‘Hmm, ik probeer, maar nu doet hij niets meer.’
‘Start u dan uw computer eens opnieuw op.’
‘Helemaal opnieuw?’
‘Ja.’
‘Zo. Hij is bezig. Het zal u wel veel tijd kosten, iedereen opbellen.’
‘Mh-hm. Is uw computer opgestart?’
‘Ja.’
‘Opent u nog eens Internet Explorer?’
‘Het lukt!’
‘Vul nu in de zoekba…’
‘Hij vraagt of hij ActiveX-besturingselementen mag installeren.’
‘Active-wat?’
‘ActiveX-besturingselementen. Installeren of annuleren?’
‘…Euh.’
‘Ik heb op installeren geklikt. Het duurt een minuutje of… O, hij is al klaar.’
‘Goed zo. Vult u nu in de zoekbalk in…’
‘Wacht even, er komt een pop-up.’
‘ …’ (geërgerd gezucht)
‘Er staat: de updates zijn geïnstalleerd. Met twee keuzeknoppen: Computer nu opnieuw starten, of Computer later opnieuw starten.’
‘Kiest u maar later starten.’
‘Is gebeurd!’
‘Nu vult u in de zoekbalk in: http://www.u4mirco.soft5. …’
‘Www.u4mir… en dan?’
‘U4mirco.soft5 …’
‘Mirco.soft… O, daar is ie weer.’
‘Daar is wie weer?’
‘De pop-up. De updates zijn geïnstalleerd. Nu of later heropstarten?’
‘Later!’
‘Later?’
‘Ja! Later!’
‘Oei, ik heb op nu geklikt.’
‘ …’ (gefrustreerd gemompel)
‘Ik dacht: anders blijft hij het om de minuut vragen.’
‘…’ (binnensmonds gevloek)
‘Zo, daar zijn we weer.’
‘U opent de browser en typt in de zoekbalk…’
‘Ah, potver, Internet Explorer reageert niet. Zal ik ‘m helemaal opnieuw opsta…’
Tuut-tuut-tuut.
‘Hallo, Microsoft-meneer?’