Wesley in Amerika

Sleepless Summer heeft de oversteek gemaakt naar de Verenigde Staten. Uitgeverij World Editions voorzag het boek van een opgefriste cover.

Waar Frankrijk het verhaal in het hart gesloten heeft en smulde van het Belgische absurdisme, was de vraag hoe het Amerikaanse publiek zou reageren op de groteske gebeurtenissen in Blaashoek. Want Amerikanen hebben een heel specifieke smaak, wordt wel eens gezegd.

En ja hoor, ook in de USA zijn er mensen die houden van de avonturen van Wesley, Herman, Walter, Saskia, en de andere inwoners van Blaashoek. Hank Stephenson ziet iets Edgar Allan Poe-achtigs in de manier waarop de windmolens de personages beïnvloeden. De finale noemt hij een ‘Coen Brothers-meets-Stephen-King nightmare’.

Ook enkele boekhandelaars lieten al hun enthousiasme blijken:
‘This is a read-it-in-one-sitting mystery!’ (King’s English Bookshop)
‘Dark and intriguing, a masterfully told tale of murder.’ (E. Shaver)
‘It leaves you stupefied to say the least. Read it and you’ll know what happens, good or bad.’ (Sunti’s Used Books)

Un été sans dormir

FiRN3
Deze week, op donderdag 20 september, verscheen Un été sans dormir officieel in het Frans. Het boek werd vertaald door Emma Sandron en verschijnt bij Mirobole Editions, een enthousiaste uitgeverij uit Bordeaux die zich specialiseert in vertaalde misdaadromans. De uitgeverij heeft een heel eigen stijl en zoekt ook auteurs met een heel eigen stijl. Een zomer zonder slaap is dus op zijn plaats bij Mirobole.

Het boek beleefde zijn avant-première op 29 en 30 juni en 1 juli tijdens het Festival International du Roman Noir (FIRN) in Frontignan. Het werd er enthousiast ontvangen, onder andere door de boekhandel La Nouvelle Librairie Sètoise en thrillerrecensent Hervé Delouche. Een sympathieke duw in de rug kreeg het boek van de BIC, de Brigade d’Intervention Cinéphile, die elk jaar een Weekend du Cinéma Belge organiseert in Frontignan.

Stilaan sijpelen de eerste reacties binnen, en het lijkt erop dat ook in Frankrijk de combinatie windmolens en paté nooit meer hetzelfde zal zijn.

Update 19 mei 2019: er verschenen eensluidend positieve reacties in tijdschriften, op tv en op internet. Uitgeverij Editions 10/18 kocht de pocketrechten. De pocketversie van Un été sans dormir verschijnt in oktober 2019.

Haast je, nimf!

Vorige week was ik te gast bij Opium op 4, een programma ‘boordevol klassieke muziek en doordrenkt van Kunst & Cultuur’, met het sfeervolle Amsterdamse Vondelpark als achtergrond.

Ik mocht enkele muziekstukken kiezen. De avond opende met mijn favoriet, die ik hier graag nog eens deel. De aria Haste thee nymph van Haendel is een uitbarsting van vrolijkheid en toverde een glimlach op het gezicht van de aanwezigen.

Waarom had ik dit stuk gekozen, vroeg presentatrice Andrea van Pol.

Als misdaadschrijver word ik vaak aangesproken op de donkere kant van de mens. ‘Kijk eens een beetje dreigend’, zeggen fotografen net voor ze afdrukken, en journalisten willen weten aan welk duister brein al die misdaadverhalen ontspruiten.

Natuurlijk koester ik een buitensporige interesse in de achterbuurten van de menselijke geest; het is spannend en uitdagend. Maar veel belangrijker nog zijn humor en jeugdige vrolijkheid, de brandstof voor de verwondering die verhalen doet ontstaan, en die Haste thee nymph zo mooi bezingt:
Haste thee nymph, and bring with thee
Jest and jouthful Jollity.

Of zoals Roald Dahl het belang ervan omschrijft: ‘When you’re old and experienced enough to become a competent writer, by then you have become pompous and adult, grown-up, and you’ve lost all your jokiness. Unless you are a kind of undeveloped adult and you still have an enormous amount of childishness in you, and you giggle at funny stories and jokes and things, I don’t think you can do it.’

Daarom wens ik je in 2017 veel gelach en scherts en jeugdige vrolijkheid toe. Haast je, nimf!

Afbeelding: detail van La nymphe surprise van Manet.

Witte Raaf scoort!

Je charmantste collega wordt je grootste vijand, het is een situatie die veel mensen herkennen. ‘Nick Farkas is een snelle jongen die het goed kan uitleggen,’ schrijft Johanna Spaey treffend in Knack Focus, ‘zo’n kerel met een visie waar noodlijdende bedrijven graag voor op de rug gaan. Maar Farkas kan alleen gloriëren door iemand anders tot zwart schaap te maken, het liefst net die collega die het minst door zijn klatergoud wordt verblind.’

De eerste reacties op Witte Raaf zijn lovend:

Witte raaf is een intelligente whydunnit die uitblinkt in de psychologische karakterschetsen. De fijnzinnige plot toont aan hoe daden in een fatale uitweg kunnen ontaarden.’ (Soraya Vink op Hebban.nl (****))

‘Dehouck heeft Witte Raaf sterk geplot en stilistisch vaardig neergepend. Zelf noemt Dehouck zijn roman een trilogie in één: psychologische roman, politieroman en rechtbankthriller. Witte Raaf bewijst dat hij de drie genres in de vingers heeft en tot een sterk samenhangend geheel kan smeden: Witte Raaf is een van de beste Vlaamse misdaadromans van het najaar.’
(John Vervoort in Het Nieuwsblad (****))

Witte raaf is een geslepen, inventieve thriller. Het laat zich vlot lezen, het roept diverse gevoelens op tijdens het lezen en de opbouw van het verhaal is magnifiek. Van Dehouck is bekend dat hij een meester is in het beschrijven van de sfeer, wat zich vaak uitte in onheilspellende dorpsgemeenschappen. In Witte raaf heeft hij deze klasse op een briljante manier toegepast op de personages.’ (Mads Bruynesteyn op ThrillZone.nl (****))

‘De Vlaamse schrijver Bram Dehouck weet zijn personages prachtig neer te zetten. Vooral de flamboyante nieuwkomer Nick Farkas en de stroeve Stefanie komen goed uit de verf. (…) Witte Raaf is een mooi geschreven boek met een heel bijzondere opbouw van de plot.’ (Gijs Korevaar in Nederlands Dagblad)

‘Het boek valt in drie delen uiteen. De plotzetting waaruit een misdaad voortvloeit, het onderzoek en de rechtszaak. De uiteindelijke uitspraak doet er uiteindelijk niet toe, Dehouck heeft tegen dan allang zijn jeukpoeder, dat de naam Nick Farkas draagt, tot in onze diepste vezels geïnjecteerd. Mooi boek van een nog veel te weinig bekende Vlaamse auteur!’ (Geert D’Hulster in Gazet van Antwerpen)

‘Bram Dehouck is een schrijver die zeer bedreven is in het beperkt maar toch uiterst boeiend houden van het verhaal. Het pesten op het werk, het veelvuldige succes van holle praat en luchtfietserij en het niet zelden manipulatieve optreden van advocaten in rechtszaken zijn aansprekende thema’s. De stijl van Dehouck is ogenschijnlijk eenvoudig maar wel degelijk fijnzinnig met een licht en aangenaam Vlaams accent dat de Nederlandse lezer geen enkel begripsprobleem geeft.’ (Charles Kuijpers op De Perfecte Buren (*****))

‘Zoals altijd is Dehouck stilistisch sterk, verzint hij knappe plots en voert hij mensen zoals u en ik op.’ (Johanna Spaey in Knack Focus (***))

‘Meeslepend en niet neer te leggen.’ (Caroline De Ruyck in Het Laatste Nieuws)

Hoe herken je een witte raaf?

Bedrijven zoeken altijd naar de beste medewerker. Een witte raaf. Maar mensen die zich profileren als een witte raaf, zijn het vaak niet. Doorgaans brengen deze zelfvoldane medewerkers het bedrijf ernstige schade toe.

Maar hoe herken je zo’n foute witte raaf?

Solliciteren
Een witte raaf solliciteert het liefst voor een leidinggevende functie bij een prestigieus bedrijf. Zijn cv oogt in eerste instantie indrukwekkend en getuigt van talent en ambitie. Als het allemaal klopt … Tijdens zijn sollicitatiegesprek zal de witte raaf zijn netwerk en zijn verwezenlijkingen ernstig overdrijven. Hij ziet zichzelf écht als een toptalent en eist een navenant loon en voordelenpakket. Graag aangevuld met een ruime vakantie.

Wittebroodsweken
Tijdens zijn wittebroodsweken werkt de witte raaf verder aan zijn vertrouwensband met de bedrijfstop: hij ontdekt hun stokpaardjes, praat hen na en speelt in op hun zwakke plekken. Hij wordt stilaan een vertrouwenspersoon.
Tegelijk ontrafelt hij dankzij zijn oppervlakkige charme de relaties tussen de collega’s. Hij is vriendelijk tegen de mensen die nuttig kunnen zijn – op welk vlak dan ook – en neutraal tegen de mensen die voor hem geen meerwaarde bieden. Mogelijke communicatielijnen tussen zijn ondergeschikten en de directie knipt hij door onder het mom van “efficiënt management”.

Door de mand
De witte raaf valt al snel door de mand door zijn oppervlakkige kennis, zijn gebrek aan talent en zijn stuitende luiheid. Dat deert hem niet, want enkel de experts in zijn vakgebied doorzien hem. En dat zijn bijna altijd zijn ondergeschikten. Door hun ideeën en realisaties bij de directie te verkopen als de zijne en door zijn eigen fouten en blunders af te schuiven op anderen, blijft de witte raaf buiten schot. Omdat hij de enige contactpersoon met de directie is, horen zij enkel zijn kant van het verhaal.

Druk, druk, druk
Ondertussen heeft hij het “druk, druk, druk”. Hij maakte onhaalbare beloftes tegenover de bedrijfstop en zijn dienst verkeert in een malaise. Om zijn medewerkers in diskrediet te brengen, schrikt hij er niet voor terug de eigen dienst te saboteren. Op een cynische manier heffen de twee problemen elkaar namelijk op: goede resultaten zijn pas mogelijk als de dienst goed werkt. De witte raaf krijgt vrij spel om zijn dienst “te stroomlijnen”. Voordeel 1: hij krijgt uitstel om zijn doelstellingen te halen. Voordeel 2: hij kan de medewerkers elimineren die zijn ware aard kennen. Zij worden ontslagen of zoeken moegetergd zelf een nieuwe job.

Uitblinken
De witte raaf blinkt verder uit in afwezigheid. Na een urenlange lunch komt hij te laat, áls hij al komt opdagen. Zijn agenda staat vol onduidelijke afspraken en hij neemt om de haverklap vakantie.

Komt de bedrijfstop dan nooit achter zijn ware aard? Toch wel, maar vaak als het te laat is. Ondertussen heeft het bedrijf veel geld verloren, en vaak ook reputatieschade geleden bij externen die met de witte raaf in aanraking kwamen.

Maar kan het ook anders? Kan een witte raaf uiteindelijk ook zichzelf uitschakelen?
Die vraag stel ik in mijn nieuwe boek, Witte Raaf.

Af!

Eindelijk

De definitieve versie van Witte Raaf is klaar.

Het heeft een tijdje geduurd, langer dan verwacht. Maar het heeft geloond. Na de eerste versie werd beslist om de structuur te veranderen, wat het boek meteen een stuk ambitieuzer maakte. Het is een trilogie in één boek geworden: een psychologische roman, een politieroman en een rechtbankthriller.

Natuurlijk werd mijn concentratie ook op de proef gesteld door allerlei zaken die ik niet als excuus wil inroepen, zoals familiale perikelen, een hypochondrisch huisdier, twee mislukte hopoogsten, allergische aanvallen, een uitdijend vetpercentage, buitenlandse besognes, aanslagen op het gezond verstand, aanslagen op de goede smaak, filmische frustraties en foute muziekkeuzes.

Maar nu is het verhaal over de vernietigende kracht van bedrijfsoplichters, het type collega dat je niet wil meemaken, eindelijk af. Met de luizenkam worden nog de laatste punten en komma’s eruit gehaald. En dan is het zover: in oktober ligt Witte Raaf in de rekken.

De rosé van de literatuur

ThrilersRosé

Ze lagen mooi naast elkaar op de ontbijttafel: het reclameblaadje van de supermarkt en de weekendkrant. De actiefolder stond bol van de WK-prullaria, barbecueschotels en roséwijnen. Op de cover van de weekendkrant werd reclame gemaakt voor een reeks topthrillers aan een spotprijs.

Roséwijnen en thrillers hebben veel gemeen. Bij het aanbreken van de zomer trekken ze onze aandacht als zoemende hommels rond een lavendelstruik. Terwijl de supermarkten hun roséwijnen een prominente plaats geven, krijgen thrillers een podium in de VN Detective & Thrillergids, de Knack Moordzomer, de Maand van het Spannende Boek en kranten en tijdschriften. Het is méér dan zomaar reclame; de roséwijn en de misdaadroman doen ons verlangen naar warme stranden, ligzetels en parasols, teenslippers en zonnebrandolie.

In het magazine van de weekendkrant schreef wijnkenner Bruno Vanspauwen een artikel over rosé. ‘Steeds meer wijnbouwers maken er vandaag een erezaak van om in hun gamma ook een kwalitatieve rosé op te nemen. Wijnliefhebbers kijken er niet langer op neer, integendeel, het staat vandaag chic om een rosé te bestellen. Waarom ook niet? Een kwaliteitsrosé wordt op een gelijkaardige wijze gemaakt als een rode wijn.’ Hé, dacht ik, je kan net zo’n tekst schrijven over misdaadromans.

Vanspauwen gaat verder: ‘Hij [de rosé] heeft een eigen karakter. Ook culinair staat hij zijn mannetje. Zo harmonieert hij goed met charcuterie, gerookte en gegrilde vis (zoals tonijn en zalm), vegetarische gerechten en de Aziatische keuken.’ Met andere woorden: een rosé drink je niet alleen in de zomer, het hele jaar door is hij een uitstekende partner bij veel gerechten.

Misdaadromans zijn de rosé van de literatuur: heerlijk tijdens lome zomerdagen, maar ook de rest van het jaar een uitstekende keuze.

(Het volledige artikel over roséwijn vind je hier.)

Thrillen in stijl

Naar aanleiding van zijn zestigste verjaardag was Pieter Aspe te gast bij Radio 1. Tijdens het interview zei hij: “Ik vind het stom als mensen proberen om misdaadverhalen literair te maken, want dat is meestal hetzelfde als vervelend. Niet dat literatuur vervelend is, maar een verhaal vertel je op een boeiende manier, en een boeiende manier is een vlotte manier. Dan moet je echt snel vooruitgaan en je concentreren op de personages, het verhaal, het ritme van het verhaal, en dat soort dingen. En dat is meestal niet literair.” Later voegde hij daaraan toe: “Het is ook mijn bedoeling niet dat te proberen, want ik denk dat het ten koste zou gaan van de kwaliteit van mijn verhaal.” De reactie van interviewer Kobe Ilsen was sprekend. Hij wist even niet meer wat gezegd. “Ah ja… dus… ja, ja, ja”, hakkelde hij vol ongeloof.

Tja, hoe moet Aspe anders zijn formuleschrijverij verdedigen? Onlangs werd het nog ‘uitgemergeld bandwerk’ genoemd op een blog. Toch is hij niet de enige die het zegt. Zoals Tomas Ross in een interview met Crimezone: “Wij schrijven ook geen literatuur. Tot die inkeer ben ik inmiddels gekomen. De plot is belangrijker dan de stijl. Uiteindelijk gaat het er gewoon om wie het heeft gedaan of wat er is gebeurd.”

Charles den Tex, toch vaak geroemd om zijn stijl, stelde het minder scherp toen hij zijn schrijfstijl met die van zijn vrouw vergeleek op de Spanningsblog: “Zij componeert haar tekst. En die zit dan ook zo goed in elkaar, zonder moeilijk gedoe of zo. Zij is daar heel knap in. Ik schrijf drie keer sneller dan Anneloes, ik ben iemand die tempo wil maken met dan maar iets minder mooie zinnen. Dat zal haar niet overkomen. Zij is stilistisch uitzonderlijk goed.”

Waarom zou stijl minder belangrijk zijn in een misdaadroman? Waarom zou je tevreden zijn met lelijkere zinnen als het ook met mooie kan? Oké, een thriller heeft geen nood aan allerlei tierlantijnen (moeilijk gedoe of zo), maar die zijn ook in de gewone literatuur niet zo vaak te vinden. De meeste goede literatuur is vlot en toegankelijk geschreven. Een literaire stijl is niet noodzakelijk complex en gezocht. “Zo beknopt als een bankcheque moet je schrijven”, zegt Tommy Wieringa in de laatste editie van dS Weekend.

Schrijfstijl hoeft niet op de voorgrond te staan, maar is wel belangrijk voor de uitstraling van een boek, het verhoogt de betrokkenheid, het draagt bij aan de emotionele beleving van de plot, het bepaalt voor een groot stuk het leesplezier.  Een slechte stijl is ook een stijl, en maakt je verhaal gewoon… lelijk.W e hebben in àlles stijl nodig. Ook in misdaadromans.

Op reis naar het groener gras

toerismeVorige week vroeg een journaliste me of Vlaamse boeken zich kunnen meten met de kwaliteit van buitenlandse romans. Ik gaf haar het standaardantwoord: ‘Vooral de allerbeste auteurs worden in het Nederlands vertaald; de hoge kwaliteit van die boeken is vanzelfsprekend niet haalbaar voor elke Vlaamse auteur.’

Ja maar, zei de journaliste, volgens een recensent is het in Vlaanderen simpelweg onmogelijk om zo’n goede boeken te schrijven als in Amerika bijvoorbeeld. Dat komt, zei ik, omdat we ons als lezer ook gedragen als toeristen.

Dromen we niet allemaal weg bij steden als New York en Los Angeles? Vinden we de Zuid-Afrikaanse townships niet veel spannender dan de Amsterdamse onderwereld? En de Noorse fjorden zijn toch honderd keer mooier dan de Ardennen of Zeeland?

Natuurlijk bieden die verre bestemmingen prachtige mogelijkheden om romans te schrijven, zowel cultureel, historisch als politiek. Natuurlijk kunnen we in Vlaanderen meer moeite doen om het hoogste niveau te bereiken. Maar bij het lezen van buitenlandse boeken speelt nog iets anders: de roze bril van de toerist, die zijn vakantiebestemming veel interessanter vindt dan zijn eigen, saaie woonplaats. De afgelopen maand vielen me daar drie voorbeelden van op.

Op 19 januari schreef Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van het Nederlandse NRC Handelsblad, een column in De Standaard over allerlei problemen in “een land”. Een groot begrotingstekort, een falende regeringsvorming, een sukkelende spoorwegmaatschappij; een Vlaming herkende er meteen België in. Dat was ook Vandermeersch’ bedoeling, hij sloot af met: ‘Het land heet Nederland. Maar dat wist u al lang. Want alles wat hierboven staat kan zich alleen daar voordoen. Toch?’ Neen, een Vlaming kan zich moeilijk inbeelden dat zo’n domme dingen ook elders gebeuren.

Het idee dat alles in het buitenland beter werkt en interessanter is, komt vooral absurd over als je het hoort van een buitenlander zelf, van iemand die op groener gras kauwt dan jij. Pas een dag na de column van Peter Vandermeersch stelde de Nederlandse columnist Bas Heijne: ‘Deens drama is het gesprek van de dag, Scandinavische thrillers voeren de bestsellerlijsten aan, in Kopenhagen worden drommen rondgeleid langs uit series bekende plekken. Denemarken spreekt tot de verbeelding – zoals Nederland dat niet meer doet. Alles over Nederland wordt tegenwoordig internationaal gekraakt – onze politiek, onze musea, onze keuken. Als het niet gekraakt wordt, weet men niet dat het bestaat. Denemarken heeft The Killing. Wij hebben De verbouwing.’

Even frappant is een uitspraak van R.J. Ellory bij zijn bezoek aan Amsterdam op 7 februari. In een tv-interview vroeg thrillerrecensent John Vervoort hem waarom hij als Britse auteur zijn boeken situeert in Amerika. Ellory antwoordde op dezelfde manier als Heijne, zonder met de ogen te knipperen: ‘Amerika is een heel interessant land. Je hebt er de Kennedy’s, Las Vegas, de maffia, Hollywood. Je hebt Marilyn Monroe, Martin Luther King, de oorlog in Vietnam. Je hebt de Ku Klux Klan, de CIA en de FBI. In Engeland hebben we thee en Hobbits.’

Engeland is thee en Hobbits, Vlaanderen is bier en wielrennen, Nederland is klompen en kaas. Daarom gaan we op reis. Het opent onze wereld, het doet ons even vergeten hoe troosteloos het thuisland is. Toch ga je als toerist beter niet altijd naar dezelfde bestemming, want dan begin je ook de mindere kanten te zien. Het koude Noorden raken we al een beetje beu. We gaan nu liever naar – ik zeg maar wat – het warme Zuid-Afrika.

Om de buitenlandse schoonheid in een juist perspectief te plaatsen, is het goed regelmatig een citytrip te boeken in eigen land. Om onze eigen mooie plekjes te herontdekken. Dit jaar ga ik nog op reis naar Stephen King, Val McDermid en Hilary Mantel. Maar ik kijk evenzeer uit naar mijn bezoeken aan  Charles den Tex, Annelies Verbeke en Eveline Vanhaverbeke.

Hellekind scoort!

HellekindIn de eerste weken na publicatie heeft Hellekind al goed gescoord in de Nederlandse pers.

Hans Smit van het cultuurprogramma Opium noemt het ‘een prachtig boek‘.

Voor Anne Jongeling van nu.nl is het ‘een kunstig kat-en-muisspel‘ waarin ‘de waarheid ongrijpbaar is als een stuiterballetje in een spiegelpaleis’.

Een scherp, prachtig geschreven verhaal‘, schrijft Robert Gooijer in NRC Handelsblad.

Hellekind is een bijzonder boek‘, meldt Gerd Boeren op Ezzulia.nl. ‘Enerzijds een spannende pageturner, anderzijds een heel gevoelig, intens boek dat tot nadenken stemt. Het heeft een verrassend plot, een goede dosis humor, sprankelende dialogen en beklijvende personages.’

Ine Jacet sluit haar recensie op misdaadromans.nl af met: ‘Dehouck laat wederom zien dat hij zijn vak uitstekend beheerst, hij behoort zonder twijfel tot de top van schrijvers van Nederlandstalige misdaadromans.’

In Trouw gaat Edwin Kreulen nog een stap verder: ‘Zijn collega’s moeten vrezen dat Dehouck er voor de derde keer met de Gouden Strop vandoor gaat, want weinig Nederlandstalige thrillerauteurs kunnen tippen aan zijn schrijverschap.’

‘Het zal voor de jury nog een zware dobber worden om Dehouck zijn derde Strop niet toe te kennen’, beaamt Peter Kuijt op De Spanningsblog.

Voor Aly Rook van Omroep Flevoland lijkt dat geen goed idee. Ze noemt Hellekind een ‘uitermate slim gegeven’ met een ‘verbluffend einde’, maar vraagt zich ook af: ‘Hij zal toch niet weer de Gouden Strop winnen? Ik hoop het niet, want drie keer achter elkaar dezelfde winnaar,’ – ze vergeet even Gauke Andriesse –  ‘dat vind ik niet zo interessant. Het moet een ander worden!’