Na de val

AftertheFall

In het februarinummer van Ellery Queen’s Mystery Magazine verschijnt mijn verhaal After the Fall, naar het Engels vertaald door Josh Pachter. Ellery Queen’s Mystery Magazine is het oudste Amerikaanse magazine voor korte misdaad- en mysterieverhalen. Onder andere Jeffery Deaver, Ruth Rendell, Stephen King en P.G. Wodehouse schreven er verhalen voor.

After the Fall verscheen eerder in Crimezone Magazine (november 2012) onder de titel De redder en de dood. De nieuwe, licht gewijzigde Nederlandstalige versie Na de val kan je hier lezen.

After the fall gaat over Alice, die in haar badkamer ongelukkig ten val komt. Urenlang ligt ze op hulp te wachten, maar ze beseft dat die niet zal komen. Tot er twee mannen inbreken.

Ik moest afgelopen week aan Na de val denken toen Saskia Noort een proces verloor tegen een collega-schrijver. Volgens Noort nam de andere auteur te veel elementen over uit haar werk. Ze verloor de rechtszaak; de rechter oordeelde dat Noorts auteursrecht niet geschonden was.

Men zegt vaak dat schrijvers met hun hoofd in de wolken leven. Dat klopt; elke schrijver heeft een soort gedachtewolk vol ideeën, losse draadjes, herinneringen en belevenissen die allemaal ooit in een boek kunnen belanden.

In een wolk wordt het zicht troebel. Na een tijd wordt het flou waar een idee precies vandaan kwam: was het een plotse inval? Was het een artikel uit de krant? Of inspireerde een verhaal van een andere schrijver tot iets nieuws ?

Enkele maanden geleden verscheen een roman met precies hetzelfde uitgangspunt als Na de val: een oude vrouw valt in de badkamer, denkt dat ze het niet overleeft, maar ze wordt gered door twee inbrekers. Zelfs de manier waarop de inbrekers de vrouw helpen is exact dezelfde…

Ik heb er een raar gevoel bij als een andere schrijver met hetzelfde idee op de proppen komt. Alsof iemand in een luchtballon door mijn wolk is gevlogen.

Maar kan een idee jouw eigendom zijn? Hoe kan je bewijzen dat iemand je idee koudweg overneemt, of dat die persoon gewoon op een gelijkaardige gedachte gestoten is? Hoe origineel is een idee? En waarin schuilt de originaliteit? In je thema en uitgangspunt? Of in wat je er precies mee doet? De valpartij in de badkamer haalde ik zelf uit de krant: het was een Waalse vrouw overkomen die via de media haar redders wilde bedanken. Als dit artikel in mijn gedachtewolk terechtkwam, zat het wellicht ook bij tien andere schrijvers in hun wolk.

Veel schrijvers stellen dat ze bij het schrijven van een boek liever geen andere romans lezen, ‘om niet beïnvloed te worden’, zowel inhoudelijk als stilistisch. In recensies lees je regelmatig dat schrijver x de mosterd haalde bij schrijver y. Dat zal soms wel het geval zijn, maar even vaak ook niet. Er is al zo veel geschreven dat het haast onmogelijk is om nog een originele zin op papier te zetten.

Daarnaast vertellen schrijvers liefst niets over de inhoud van hun volgende boek. De kans is te groot dat een andere schrijver het leest en het een onderdeel wordt van zijn gedachtewolk. En dat willen we vermijden: als onze wolken botsen, komt er gegarandeerd onweer van.