Witte Raaf scoort!

Je charmantste collega wordt je grootste vijand, het is een situatie die veel mensen herkennen. ‘Nick Farkas is een snelle jongen die het goed kan uitleggen,’ schrijft Johanna Spaey treffend in Knack Focus, ‘zo’n kerel met een visie waar noodlijdende bedrijven graag voor op de rug gaan. Maar Farkas kan alleen gloriëren door iemand anders tot zwart schaap te maken, het liefst net die collega die het minst door zijn klatergoud wordt verblind.’

De eerste reacties op Witte Raaf zijn lovend:

Witte raaf is een intelligente whydunnit die uitblinkt in de psychologische karakterschetsen. De fijnzinnige plot toont aan hoe daden in een fatale uitweg kunnen ontaarden.’ (Soraya Vink op Hebban.nl (****))

‘Dehouck heeft Witte Raaf sterk geplot en stilistisch vaardig neergepend. Zelf noemt Dehouck zijn roman een trilogie in één: psychologische roman, politieroman en rechtbankthriller. Witte Raaf bewijst dat hij de drie genres in de vingers heeft en tot een sterk samenhangend geheel kan smeden: Witte Raaf is een van de beste Vlaamse misdaadromans van het najaar.’
(John Vervoort in Het Nieuwsblad (****))

Witte raaf is een geslepen, inventieve thriller. Het laat zich vlot lezen, het roept diverse gevoelens op tijdens het lezen en de opbouw van het verhaal is magnifiek. Van Dehouck is bekend dat hij een meester is in het beschrijven van de sfeer, wat zich vaak uitte in onheilspellende dorpsgemeenschappen. In Witte raaf heeft hij deze klasse op een briljante manier toegepast op de personages.’ (Mads Bruynesteyn op ThrillZone.nl (****))

‘De Vlaamse schrijver Bram Dehouck weet zijn personages prachtig neer te zetten. Vooral de flamboyante nieuwkomer Nick Farkas en de stroeve Stefanie komen goed uit de verf. (…) Witte Raaf is een mooi geschreven boek met een heel bijzondere opbouw van de plot.’ (Gijs Korevaar in Nederlands Dagblad)

‘Het boek valt in drie delen uiteen. De plotzetting waaruit een misdaad voortvloeit, het onderzoek en de rechtszaak. De uiteindelijke uitspraak doet er uiteindelijk niet toe, Dehouck heeft tegen dan allang zijn jeukpoeder, dat de naam Nick Farkas draagt, tot in onze diepste vezels geïnjecteerd. Mooi boek van een nog veel te weinig bekende Vlaamse auteur!’ (Geert D’Hulster in Gazet van Antwerpen)

‘Bram Dehouck is een schrijver die zeer bedreven is in het beperkt maar toch uiterst boeiend houden van het verhaal. Het pesten op het werk, het veelvuldige succes van holle praat en luchtfietserij en het niet zelden manipulatieve optreden van advocaten in rechtszaken zijn aansprekende thema’s. De stijl van Dehouck is ogenschijnlijk eenvoudig maar wel degelijk fijnzinnig met een licht en aangenaam Vlaams accent dat de Nederlandse lezer geen enkel begripsprobleem geeft.’ (Charles Kuijpers op De Perfecte Buren (*****))

‘Zoals altijd is Dehouck stilistisch sterk, verzint hij knappe plots en voert hij mensen zoals u en ik op.’ (Johanna Spaey in Knack Focus (***))

‘Meeslepend en niet neer te leggen.’ (Caroline De Ruyck in Het Laatste Nieuws)

Hoe herken je een witte raaf?

Bedrijven zoeken altijd naar de beste medewerker. Een witte raaf. Maar mensen die zich profileren als een witte raaf, zijn het vaak niet. Doorgaans brengen deze zelfvoldane medewerkers het bedrijf ernstige schade toe.

Maar hoe herken je zo’n foute witte raaf?

Solliciteren
Een witte raaf solliciteert het liefst voor een leidinggevende functie bij een prestigieus bedrijf. Zijn cv oogt in eerste instantie indrukwekkend en getuigt van talent en ambitie. Als het allemaal klopt … Tijdens zijn sollicitatiegesprek zal de witte raaf zijn netwerk en zijn verwezenlijkingen ernstig overdrijven. Hij ziet zichzelf écht als een toptalent en eist een navenant loon en voordelenpakket. Graag aangevuld met een ruime vakantie.

Wittebroodsweken
Tijdens zijn wittebroodsweken werkt de witte raaf verder aan zijn vertrouwensband met de bedrijfstop: hij ontdekt hun stokpaardjes, praat hen na en speelt in op hun zwakke plekken. Hij wordt stilaan een vertrouwenspersoon.
Tegelijk ontrafelt hij dankzij zijn oppervlakkige charme de relaties tussen de collega’s. Hij is vriendelijk tegen de mensen die nuttig kunnen zijn – op welk vlak dan ook – en neutraal tegen de mensen die voor hem geen meerwaarde bieden. Mogelijke communicatielijnen tussen zijn ondergeschikten en de directie knipt hij door onder het mom van “efficiënt management”.

Door de mand
De witte raaf valt al snel door de mand door zijn oppervlakkige kennis, zijn gebrek aan talent en zijn stuitende luiheid. Dat deert hem niet, want enkel de experts in zijn vakgebied doorzien hem. En dat zijn bijna altijd zijn ondergeschikten. Door hun ideeën en realisaties bij de directie te verkopen als de zijne en door zijn eigen fouten en blunders af te schuiven op anderen, blijft de witte raaf buiten schot. Omdat hij de enige contactpersoon met de directie is, horen zij enkel zijn kant van het verhaal.

Druk, druk, druk
Ondertussen heeft hij het “druk, druk, druk”. Hij maakte onhaalbare beloftes tegenover de bedrijfstop en zijn dienst verkeert in een malaise. Om zijn medewerkers in diskrediet te brengen, schrikt hij er niet voor terug de eigen dienst te saboteren. Op een cynische manier heffen de twee problemen elkaar namelijk op: goede resultaten zijn pas mogelijk als de dienst goed werkt. De witte raaf krijgt vrij spel om zijn dienst “te stroomlijnen”. Voordeel 1: hij krijgt uitstel om zijn doelstellingen te halen. Voordeel 2: hij kan de medewerkers elimineren die zijn ware aard kennen. Zij worden ontslagen of zoeken moegetergd zelf een nieuwe job.

Uitblinken
De witte raaf blinkt verder uit in afwezigheid. Na een urenlange lunch komt hij te laat, áls hij al komt opdagen. Zijn agenda staat vol onduidelijke afspraken en hij neemt om de haverklap vakantie.

Komt de bedrijfstop dan nooit achter zijn ware aard? Toch wel, maar vaak als het te laat is. Ondertussen heeft het bedrijf veel geld verloren, en vaak ook reputatieschade geleden bij externen die met de witte raaf in aanraking kwamen.

Maar kan het ook anders? Kan een witte raaf uiteindelijk ook zichzelf uitschakelen?
Die vraag stel ik in mijn nieuwe boek, Witte Raaf.

Af!

Eindelijk

De definitieve versie van Witte Raaf is klaar.

Het heeft een tijdje geduurd, langer dan verwacht. Maar het heeft geloond. Na de eerste versie werd beslist om de structuur te veranderen, wat het boek meteen een stuk ambitieuzer maakte. Het is een trilogie in één boek geworden: een psychologische roman, een politieroman en een rechtbankthriller.

Natuurlijk werd mijn concentratie ook op de proef gesteld door allerlei zaken die ik niet als excuus wil inroepen, zoals familiale perikelen, een hypochondrisch huisdier, twee mislukte hopoogsten, allergische aanvallen, een uitdijend vetpercentage, buitenlandse besognes, aanslagen op het gezond verstand, aanslagen op de goede smaak, filmische frustraties en foute muziekkeuzes.

Maar nu is het verhaal over de vernietigende kracht van bedrijfsoplichters, het type collega dat je niet wil meemaken, eindelijk af. Met de luizenkam worden nog de laatste punten en komma’s eruit gehaald. En dan is het zover: in oktober ligt Witte Raaf in de rekken.

Witte Raaf (2016)

Mijn volgende boek, Witte Raaf, zal verschijnen in 2016.

Het boek was gepland voor september 2015.
Maar een Witte Raaf laat zich niet gemakkelijk temmen.
Dat leerde ik op een lome zomermiddag…

Terwijl ik over mijn manuscript gebogen zat, verzonken in gedachten over plot en structuur, weerklonk op een laat uur plots een vreemd geluid.
Tik tik tik.
Tik tik tik.
‘Het is een bezoeker die zachtjes klopt. Dat is het en niets anders.’
Op mijn ‘Binnen!’ volgde stilte.

Verloor ik nu mijn zinnen? Ik voelde een lichte bries, zachtjes langs de arm, de adem van een spook. Ging mijn fantasie met me op de loop? Het was het kraken van hout, het kreunende huis onder de zomerhitte, slechts dat. Onschuldige geluidjes in de muren, als gerommel in een buik. Ik rekte me uit en riep ‘Wie is daar?’, voor mijn eigen gemoedsrust weliswaar.

Weer kwam er niets. De stilte, ondoorbroken, bracht mijn hart weer tot rust. Aan het raam zag ik lucht. ‘Het is de wind, en niets anders.’

TIK TIK TIK.
Toen klonk het weer, harder deze keer. De lucht was ondertussen rood doorlopen, steeds donkerder kleurde het, als het bad van Marat. Ik opende het raam en weldra stapte een Witte Raaf de kamer binnen. Statig waaierde hij zijn veren uit, die glanzend de rode gloed weerkaatsten. Hij keurde mij geen blik waard; met enig gekras vloog hij hoog boven de deurpost, en streek neer op de buste van Anton Vancas.

Zijn bloedige ogen gericht op het blauwe licht van mijn computerscherm, zei Witte Raaf: ‘Nee, niet zo.’

Ik verwonderde mij over het sprekende beest, zijn klare stem, zijn intelligente geest. Neergezeten in de bureaustoel kon ik slechts gissen. Wat wilde dit dier mij duidelijk maken? Door mijn hersens raasden honderden zaken, en ik raakte weer in gemijmer verzonken. Maar Witte Raaf, verheven op zijn buste, zijn ogen op het scherm geklonken, zei alleen die woorden:
‘Nee, niet zo.’

Ik las de zinnen op het scherm. Bemoeide het dier zich met mijn geschrijf, of uitte hij die woorden zonder weten? Leerde hij ze van een viswijf of een dwaze vent? Of was hij werkelijk intelligent? Vandaar vroeg ik verweesd: ‘Ben jij het die mij de les spelt?  Wil je dat ik de tekst omgooi? Wil je dat ik de structuur verander? Wil je dat ik voor jouw grillen plooi?’

Witte Raaf, hoog gezeten als een rechter, liet niets anders weten, hij bewoog geen veer. Zijn scherpe bek wees, dreigend als een mes, naar het scherm.
‘Nee, niet zo.’

‘Monsterlijke onheilsprofeet! Goed, dan pas ik aan. Maar dan moet je wel verstaan, dat alles wat langer duurt. Verdwijn nu, ga terug van waar je komt, verdomd!’

Witte Raaf bleef, met een strenge blik, zijn klauwen op de buste rustend. Als op deze herfstige novemberdagen, terwijl het buiten hagelt en regent, zijn schaduw groot over de vloer valt, zie ik hem goedkeurend knikken. En ik werk verder, mijn woorden wikkend en wegend.